Nu aan het lezen:

The Wife

The Wife

 

De ongemakkelijke openingsscène van The Wife, de eerste Engelstalige film van de Zweedse regisseur Björn Runge, toont in een kleine vijf minuten waar de film om draait. Joseph Castleman (Jonathan Pryce), een gevierd schrijver, wacht midden in de nacht angstvallig op een telefoontje uit Zweden. Tegen de spanning eet hij een koekje, en probeert hij zijn vrouw Joan (Glenn Close) tot een potje seks te verleiden. Althans, wat hij doet kan verleiden genoemd worden als het argument ‘je hoeft niets te doen, alleen maar stil te liggen’ de kijker erotisch in de oren klinkt. Joan stemt na wat aandringen niet bijster enthousiast toe en laat Joseph zijn verveling op haar botvieren. Ten langen leste rinkelt de telefoon en bereikt hen het nieuws dat het Zweedse Nobelcomité Joseph de Nobelprijs voor de Literatuur in Stockholm zal toekennen. Joan snelt naar de tweede lijn in de aangrenzende kamer. Joseph is in de wolken, van Joan weten we het nog zo net niet. Opeens is zij geen zeester meer, maar een oester. Haar gezichtsuitdrukking verandert tijdens het telefoontje in rap tempo van vreugde naar afgrijzen, van gevleidheid naar iets ondefinieerbaar onheilspellends. Even later springen de twee op bed en zingt Joseph: ‘Ik heb de Nobelprijs gewonnen, la la la.’ Joan danst en lacht mee, maar niet van harte.

Runge levert een wonderlijk complexe en grotendeels ambivalente film af. Hij geeft het scenario en zijn cast ruimschoots de ruimte om te schitteren en die kans grijpt vooral een magistrale Glenn Close met beide handen aan. Haar Joan heeft haar gefnuikte schrijfambities veilig achter slot en grendel opgeborgen en de sleutel zelf ingeslikt. Close brengt haar heldere ogen met een blik van geamuseerd naar kil. Ook Jonathan Pryce schittert als de inherent narcistische klootzak die zich achter zijn artistieke genialiteit schuilhoudt, in de waan dat zijn buitenechtelijke affaires en dictatoriale trekjes zonder consequenties kunnen blijven. De immer bezorgde Joan waarschuwt Joseph voor opspelend maagzuur, maar gedurende de enkele dagen rondom de ceremonie in de film krijgt ze echter zelf last van wat oprispingen. En hoe.

In eerste instantie laat de film ons gissen naar de werkelijke omvang van het drama. Joseph citeert te pas en onpas illustere schrijvers om vrouwen en andere bewonderaars te imponeren. Zo declameert hij bij een huisfeest ter ere van de Nobelprijs de schrijver José Ortega y Gasset: ‘Ik ben ik, plus mijn omgeving’. Een omgeving bestaande uit vrouw(en) en kinderen die stelselmatig worden gereduceerd tot alleen dat, een omgeving bestaande bij gratie van zijn aanwezigheid als salondespoot. Tot nu toe niets ongebruikelijks. Zoals de journalist en aspirant biograaf Nathaniel Bone (Christian Slater) tegen Joan verzucht: ‘De meeste genieën hebben een overactief libido. En dankzij al onze kloeke hagiografieën horen we dat gedrag charmant te vinden en door de vingers te zien.’ Alleen wordt Joseph hier allesbehalve charmant afgebeeld. Ik heb me laten vertellen dat de gelijknamige roman van Meg Wolitzer uit 2003 een komische boventoon heeft. In de film is dit echter tot een wrange ondertoon teruggedrongen. Het moment waarop het echtpaar met hun volwassen zoon in het hotel in Zweden arriveren, en Joseph tussen de vele cadeaus een fles ‘bocht’ van zijn advocaat aantreft , die hij vervolgens wel goed genoeg voor zijn zoon David acht, is tergend. Ik voel mee met David, die als beginnend schrijver zijn vader aanbidt en tevergeefs naar zijn goedkeuring snakt. Maar ik voel ook mee met Joan die als volleerd huiself de kruimels uit zijn baard mag vegen, zijn leesbril voor hem klaarzet en hem op zijn slechte adem wijst terwijl de buitenwereld haar ziet als als ‘vrouw van’  en haar naam prompt wordt vergeten.

Toch zijn de zaken niet zo eenduidig. Tijdens het gesprekje met Bone bijt ze hem koeltjes toe dat ze geen slachtoffer is, en ook niet zo wenst te worden neergezet omdat ze daar veel te interessant voor is. Als Bone de gelegenheid aangrijpt om zijn vermoedens te verifiëren, namelijk dat Joseph meelift op het grote schrijftalent van zijn vrouw, en zij als ghostwriter fungeert, valt het doek. Maar die val voltrekt zich heel langzaam. The Wife is doorspekt met flashbacks waarin Joan terugkijkt op het begin van hun relatie eind jaren zestig. Als briljante leerling aan de universiteit wordt ze verliefd op haar docent, Joseph. Op een avond waarop hij Joan heeft gevraagd op zijn baby te passen terwijl hij met zijn vrouw uitgaat, stapt zij een chaotisch huishouden binnen. De baby krijst, zijn vrouw ook, en Joseph vraagt nonchalant om zijn das die bovenop het bed ligt. Die wordt hem woedend toegesmeten en Joan, die nog steeds naast hem staat, bukt om de das aan Joseph te geven.

Deze kleine handeling dreef mij bij het zien van de film tot waanzin omdat die niet strookt met het beeld wat ik van vrouwen heb, wil hebben! Waarom bukt ze op dat moment, waarom cijfert ze zich zo volledig weg? Af en toe reikt de film een simplistische verklaring aan in de vorm van een jonge Joan die zich door een schrijfster de les laat lezen: de wereld is helemaal niet klaar voor een vrouw die schrijft. Een schrijver schrijft niet om te schrijven, maar om gelezen te worden, en men leest geen vrouwen. Dit wordt  bevestigd als Joan later koffie mag schenken bij een uitgeverij en de rokende mannen een roman van de hand wijzen omdat het verhaal vanuit een vrouwelijk perspectief wordt verteld. Vele jaren later wordt ze in Stockholm omringd door mannen met hun paradijsvogels in het kielzog, en kijken in de bar waar ze met Bone wat drinkt enkel mannen vanuit statige zwartwit-foto’s op haar neer. Misschien heeft ze toch gelijk gehad, want de wereld is vrouwen nog net zo kwaad gezind.  Joan vecht als een leeuw, alleen is al haar energie erop gericht om haar eigen krachten te comprimeren en die van haar man te versterken.

Het camerawerk van Ulf Brantås is iets te rechttoe rechtaan en kabbelt te veel van het ene statige shot naar het andere. Wat meer artistiek gewaagde keuzes waren welkom geweest, ware het enkel om Close wat meer kracht bij te zetten. Niet dat ze het nodig heeft, overigens.  Het is haar verdienste dat ze ons moeiteloos door het verhaal loodst. Die langverwachte slotscène, waarin Joan haar man eindelijk eens goed vertelt waar het op staat, sist en spettert aan alle kanten. Het is theatraal, het is heerlijk dramatisch en pathetisch ineen. Tegelijkertijd is de pathos een gedeelde smart. In een van zijn weinige lucide momenten stelt Joseph dat het wel makkelijk was voor haar om zich achter hem te verschuilen en te genieten van het literaire leven en het huis aan zee dat zijn schrijverschap haar verschafte. ‘Als ik zo’n harteloze klootzak ben, waarom ben je dan met me getrouwd?’ smeekt hij. ‘Ik weet het niet’ antwoordt zij, ‘ik wil deze jurk uit’. The Wife is het elegant vertelde verhaal van iemand die er te laat achterkomt dat de jurk een te strak aangetrokken keurslijf is in een samenleving die haar laat kiezen tussen artistiek ballingschap en vervreemding van zichzelf. Een keuze die er geen is. En toch. Bij het verschijnen van het eerste boek The Walnut, waar hij de gedeeltelijk biografische plot heeft aangedragen en zij de rest van het werk op zich heeft genomen, springen ze dolgelukkig op het bed in hun kamertje en zingen: ‘Wij worden uitgegeven, la la la.’ Een pijnlijke herinnering dat alles anders had kunnen lopen als een mens zich niet bij voorbaat aan de eerste masra die langsliep had verkocht.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken