Nu aan het lezen:

The Jungle Book

The Jungle Book

 

Toen aangekondigd werd dat Jon Favreau Disney’s onbetwiste klassieker Jungle Book (1967) onder handen ging nemen, ontstond er een dubbel gevoel. Enerzijds was ik verguld om namen als Idris Elba, Bill Murray en Scarlett Johansson aan dit project verbonden te zien, anderzijds doet een CGI fest afbreuk aan de karakteristieke tekenstijl uit 1967. En die liedjes? Wie gaan in godsnaam die liedjes zingen? De Beatles? 

Neel Sethi is het enige personage in The Jungle Book van vlees en bloed. De rest is –inclusief de omgevingen– uit de computer getrokken. En voor het eerst sinds Avatar ziet dat er daadwerkelijk adembenemend uit. Ieder frame is een schilderij, ieder haartje van Shere Khan vertelt dat je naar een levensechte, levensgevaarlijke tijger kijkt. Het is duidelijk waar het meeste budget naartoe is gegaan, en dat is (naast het aanstellen van Jon Favreau) de beste zet geweest die Disney had kunnen doen. Het universum van Jungle Book is gorgeous. En dan de stemacteurs. Lupita Nyong’o brengt een moederlijke warmte mee als de wolf Raksha, die je meerdere malen kippenvel zal bezorgen. En de Britse wijsheid die Ben Kingsley in zijn timbre meedraagt geeft exact hetzelfde gevoel van bescherming en veiligheid die Bagheera had in de klassieker uit 67. Om over de constante dreiging van Idris Elba als Shere Khan te vertellen is niet genoeg; dit moet ervaren worden. Christopher Walken is nog nooit zo New York maffia geweest (nog nooit) als hij hier is als King Louie.

Het verhaal is bekende kost inmiddels, maar grofweg komt het erop neer dat Mowgli is opgegroeid in de jungle, met Bagheera de panter als een soort peetoom, en de wolvenroedel als naaste familie. Zijn thuis is de jungle, maar naarmate Mowgli ouder wordt, en meer en meer begint te lijken op de door de dieren zo gehate Mensen, komt zijn aanwezigheid in het Indiase binnenland in gevaar. Uiteraard is het aan Baloo (met een werkelijk fantastische Bill Murray; nog nooit heeft Murray zo leisurely geklonken) Bagheera, Raksha en ook een beetje King Louie om ervoor te zorgen dat Mowgli in de jungle blijft.

THE JUNGLE BOOK

Jon Favreau kiest voor een vlotte hervertelling, waarbij de cast en het visuele spektakel elkaar afwisselen als belangrijkste reden waarom The Jungle Book zo goed werkt. Favreau verliest het avontuur nooit uit het oog, en er zit eigenlijk geen saaie scène in de 1 uur en 51 minuten die de film duurt. Voor jonge kijkertjes is er meer dan genoeg om door in vervoering te raken, en voor de volwassenen is het een feest der herkenning, met voldoende (donkere) overkoepelende thema’s om over na te praten. De iconische liedjes uit het origineel krijgen een tekstuele bewerking, maar zijn qua melodie en feel hetzelfde, al zitten ze er niet allemaal in.

THE JUNGLE BOOK

The Jungle Book is een zeer geslaagde film voor jong en oud, en het wachten is nu op de aankondiging van het vervolg, met hopelijk wederom Jon Favreau, het fx-team en dezelfde cast.

The Jungle Book draait vanaf 14 april in de Nederlandse bioscoop.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken