Nu aan het lezen:

The House That Jack Built

The House That Jack Built

 

Het voornaamste idee dat doorschemert in Lars von Triers nieuwste film, The House That Jack Built, is dat van het kwaad als een noodzakelijk component in het voortbrengen van schoonheid en kunst. Het kan misschien het beste opgesomd worden door de woorden van cultuurfilosoof en essayist Walter Benjamin: ‘Er bestaat geen cultuurdocument, dat niet tegelijkertijd een document van barbarij is.’ Waar cultuur en kunst worden gecreëerd, vallen spaanders en daarmee ook slachtoffers.

Maar waar Benjamin met die uitspraak mensen juist wilde confronteren met het onrecht en het lijden dat een complex deel vormt van de menselijke geschiedenis, ziet Jack, de verknipte hoofdpersoon uit de film, het heel anders. Als kunst voortkomt uit het slechte en moraal overstijgt, dan is het geen probleem om de meest verschrikkelijke daden te plegen zolang het maar in dienst staat van die visie. Een filosofisch-esthetische onderbouwing die een seriemoordenaar goed van pas komt.

The House That Jack Built heeft als rode draad een voice-over in de vorm van een socratische dialoog tussen Jack en een mysterieuze figuur die zichzelf Verge noemt. Hij levert in dit gesprek kritiek op Jacks brute daden en extreme hersenspinsels. Verschillende hoofdstukken leiden je door het leven van Jack waar elk deel een incident is dat hij wil delen met Verge. Ze illustreren vooral hoe bloeddorstig Jack is, maar ook dat hij lijdt aan een zware dwangstoornis die hem op momenten overmeestert. De film contrasteert de droge, macabere en soms komische scènes van het moorden met verheven dialogen die putten uit een breed scala aan ideeën. Zo komen oude archiefbeelden voorbij van Glenn Gould die als een bezetene aan zijn piano zit te spelen. Voor Jack het summum van kunst.

Gould is maar een van de vele culturele verwijzingen die voorbijkomen. We zien gotische kathedralen (Jack is een ingenieur die eigenlijk architect wil zijn), jachttaferelen, schilderijen van William Blake (een favoriet van seriemoordenaars, als je afgaat op Red Dragon en Manhunter) en Dante Alighieri’s De Goddelijke Komedie. Von Trier imiteert vreemd genoeg ook een iconische scène uit de documentaire Don’t Look Back waarin Bob Dylan kartonnen platen vasthoudt met de teksten van het liedje Subterranean Homesick Blues. En dat Jack zichzelf ‘Mr. Sophistication’ noemt kan slaan op het gelijknamige personage in John Cassavetes’ The Killing of a Chinese Bookie, een ongewone misdaadfilm die voor Cassavetes een belangrijke uiting was van zijn visie als filmmaker.

The House That Jack Built is ook zeer persoonlijk, als je de berichten van Von Trier moet geloven. En net als Cassavetes probeert hij iets te zeggen over zijn kunst, de rol van de maker en de houding van het publiek. In een scène gebruikt hij zelfs fragmenten uit zijn eigen films terwijl Verge Jack uitmaakt voor antichrist. Toch voelt dit aan als een val. Von Trier houdt van provocaties en staat al een tijd in de schijnwerpers wegens verschillende beschuldigingen, ophef gedurende festivals en extreme uitspraken. Zijn positie als relschopper werd nog eens versterkt toen bezoekers tijdens de première op het filmfestival van Cannes wegliepen wegens de schijnbare gewelddadige scènes.

Het schokkende aspect van de film is zeker aanwezig, maar zal mensen die enigszins gewend zijn aan films over seriemoordenaars of bloedige horror weinig verrassen. De toon balanceert tussen droogkomisch en bruut. Vergelijk het maar met het rauwere maar ook komischere C’est arrivé près de chez vous, waarin een Belgische killer gevolgd wordt door een cameraploeg, maar waar er geen plaats is voor artistieke dikdoenerij. Opvallend is wel dat Von Trier Jack vrouwen en kinderen laat vermoorden in de film. Daarnaast komen de vrouwen er op meerdere vlakken niet goed vanaf. Uma Thurman die in het eerste incident van de film autopech heeft en met Jack meerijdt, is een arrogante en onuitstaanbare vrouw. Haar lotgenoten zijn simpel, dom of goedgelovig. Riley Keough probeert nog het meest te doen met een rol die te kort is om op een bevredigende wijze uitgediept te worden. In vergelijking met de sterke aanwezigheid van vrouwen in Von Triers oeuvre is dit zeker een stap terug.

Matt Dillon zet Jack wel op overtuigende wijze neer. Deels een geïrriteerde alleman die zich op momenten eloquent uitdrukt en verraadt dat hij een gefrustreerde kunstenaar is. Er zit ook humor in zijn ongemakkelijke omgang met mensen. Na een bloedige moord kan hij het niet laten om steeds maar weer terug te keren naar het plaats delict om alles schoon te maken. Je voelt zijn oncontroleerbare drang, al is die zinloos en zijn in de verte de politiesirenes al te horen. Bruno Ganz is met zijn zware stem ook dreigend als Verge die Jacks woorden moet aanhoren en wiens geheimzinnige taak in de epiloog wordt prijsgegeven.

Maar wat is nu precies de boodschap van deze film? En wat kunnen we ermee? Een terugkerend element in Jacks hoogdravende overpeinzingen is de clichématige fixatie op de nazi’s. Jack heeft een voorliefde voor de gebouwen en het wapentuig die door het Derde Rijk zijn voortgebracht. Hij is bijzonder onder de indruk van de Ju-87 duikbommenwerper, berucht onder de bijnaam Stuka. Het vliegtuig liet Polen in puin achter tijdens de Blitzkrieg en was ontworpen met een sirene die onheilspellend loeide bij elke aanval. Een knap staaltje vernuft met vernietigende en dodelijke kracht. Typisch iets voor Jack om te verheerlijken.

Verge probeert Jacks lovende woorden over de nazi’s te weerleggen met het verhaal van de Goethe Eiche: de eikenboom die de dichter Johann Wolfgang von Goethe zou hebben geïnspireerd in een bos bij Weimar. Hetzelfde bos waar later het concentratiekamp Buchenwald werd gebouwd en waar de boom ook zou staan. Hoge kunst te midden van de hoogste vorm van barbarij is voor Verge onacceptabel. Maar aan welke kant staat Von Trier dan in deze discussie waar volgens Jack het hogere artistieke doel de middelen heiligt? En heiligen de middelen het doel in The House That Jack Built?

Het antwoord op die vraag is: niet echt. In een essay dat Theodoor Steen voor deze site schreef  had hij het over de conventie van het kwaadaardige personage die in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Om verder op zijn punt in te gaan vanuit deze film: je kunt je afvragen of dit soort verhalen hun houdbaarheid niet hebben overschreden als je naar het voorspelbare eindresultaat kijkt. The House That Jack Built staat tegenover een overvloed van series, films en documentaires over bestaande en fictieve seriemoordenaars. De overbekende feiten klinken als clichés in de oren: van het martelen van dieren gaat het naar mensen. Extreme gedragsstoornissen gaan schijnbaar hand in hand met extreem geweld. En natuurlijk wil elke killer stiekem gewoon gesnapt worden. De enige noviteit die Von Trier toevoegt aan deze conventies is het metaniveau van zijn rol als onbegrepen en controversiële kunstenaar, en de epiloog die de film op een hoger niveau probeert te tillen.

The House That Jack Built toont vooral dat het idee van de banaliteit van het kwaad, banaal is geworden. Misschien is dat niet zo vreemd in een tijd waarin het kwaad in de vorm van groeiende haat, ontregelende ongelijkheid en toenemende polarisatie zo aanwezig is in de wereld. The House That Jack Built lijkt vanuit die wetenschap lachend de afgrond in te staren, alsof dat een radicale daad is. Maar wat heeft het kijken in de afgrond ons opgeleverd, behalve dat de afgrond ook in ons kijkt?

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken