Op 19 september geeft Maestro Ennio Morricone in de Rotterdamse Ahoy een concert met volledig orkest en koor. Ter ere van dit concert vertoont de Rotterdamse bioscoop KINO heel de maand september vier films die zijn indrukwekkende reikwijdte als (film)componist presenteren: The Battle of Algiers (1966), The Good, the Bad and the Ugly (1966), The Sicilian Clan (1969) en The Untouchables (1987).

Het is bijna flauw om over het leidmotief van The Good, the Bad and the Ugly te beginnen als je het over het werk van Ennio Morricone hebt. Het is zo bekend, zo’n dominante aanwezigheid in het culture bewustzijn, dat het zijn enorme oeuvre bijna overschaduwt. Dat zou zonde zijn gezien de diepte en kwaliteit van dat oeuvre. Toch is dat precies wat ik hier ga doen, omdat het zo perfect laat zien waarom Morricone zo’n goede en bijzondere componist van filmmuziek is.

Morricone componeerde de muziek voor The Good, the Bad and the Ugly vroeg in zijn filmcarrière. Hij had eerder op vrij onopvallende wijze een paar films van muziek voorzien, maar toen hij ging samenwerken met Sergio Leone, een voormalig schoolgenoot, veranderde zijn stijl drastisch. Morricone is klassiek geschoold, maar had ook al gecomponeerd voor radio, TV en popartiesten. Leone moedigde hem aan om uit beide ervaringen te putten. Wat dat betreft kwamen de mannen op één lijn: ze waren niet bang om hoge en lage cultuur te vermengen. De spaghettiwestern stond niet hoog aangeschreven en popmuziek werd nog nauwelijks voor de score, de begeleidende muziek, van films gebruikt. Morricones gebruik van popmuziek is vooral terug te horen in het gebruik van zang en gitaar. Natuurlijk werd de gitaar al lang geassocieerd met de western, maar dat was omdat personages in westerns dat instrument regelmatig oppakten. Het gebruik in de score was nieuw.

Morricones samenwerking met Leone was innig en hun stijlen vulden elkaar perfect aan. Leone werkte vaak met lange shots met afwisselend veel lege ruimte, of juist extreme close-ups. Voor deze shots maakte Leone dankbaar gebruik van de natuurlijke leegte van de woestijnen waarin grote delen van zijn films zich afspeelden. In beide gevallen gaf Leone weinig uitleg aan wat hij toonde. Hoe een persoon in het shot beland was en wat hij daar kwam doen moet je als kijker uit de handeling op het scherm afleiden. Morricone kon enerzijds de lege ruimte invullen met zijn dominante composities. Anderzijds kon hij met zijn muziek deels de context, in de zin van de sfeer, verschaffen die Leone achterwege liet.

Neem bijvoorbeeld de introductiescène van The Bad (Lee Van Cleef). Hij komt heel rustig aangereden bij een afgelegen woning, de camera draait kalm mee en op de achtergrond is het tokkelen van een gitaar te horen. Het tokkelen wordt sneller, gespannener en intenser terwijl hij van zijn paard stapt en de deuropening nadert en valt plotseling weg als The Bad die bereikt. Er is nog niets noemenswaardigs gebeurd in deze scène, maar de toon is duidelijk gezet.

In tegenstelling tot wat nu gebruikelijk is, was de muziek voor The Good, the Bad and the Ugly al beschikbaar voor het filmen begon. Leone draaide de muziek op de set, zodat de acteurs het tijdens de scènes konden horen. Van Cleef kon dus de muziek horen terwijl hij bovengenoemde scène speelde. Hij kon zijn bewegingen, het moment dat hij van het paard stapte, zelfs het ronddwalen van zijn blik, er op afstemmen.

Het bekende leidmotief bestaat niet toevallig uit drie delen; Elk deel vertegenwoordigt een van de drie hoofdpersonen, in de volgorde van de oorspronkelijke Italiaanse titel (Il Buono, Il Brutto, Il Cattivo), dus de lelijke voor de slechte. Het zijn varianten op hetzelfde thema waarin het dominante muziekinstrument wisselt. Daarmee symboliseert het hoeveel de mannen op elkaar lijken, in tegenstelling tot wat de titel van de film suggereert. Alle drie zijn het wantrouwende en te wantrouwen mannen, die alleen op hun eigen gewin uit zijn.

Leone kon de muziek van Morricone zo expressief en dominant laten zijn, omdat het minstens evenveel zeggingskracht had als de andere elementen. De muziek versterkt niet alleen wat er op het scherm gebeurt, maar mag het zelfs tegenspreken. Het levert een memorabel muziekstuk op, en een unieke film.

In het Maestro Morricone-programma zijn de volgende films nog te zien: The Good, The Bad and The Ugly  is te zien op 09.09 + 11.09, The Sicilian Clan is te zien op 16.09 + 18.09 en The Untouchables is te zien op 23.09 + 25.09.
Dit artikel, samen met de andere artikelen die deze maand over Morricone op Cine.nl verschijnen, zijn ook terug te vinden in het programmaboekje van KINO.

Maestro Morricone

 

 

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren