In februari organiseert KINO samen met Cine.nl een klein retrospectief van Terrence Malick. De komende weken laten onze redacteuren hun licht schijnen op deze illustere filmmaker.

We kennen het allemaal, een vriend of vriendin raadt je aan het werk van een filmmaker te bekijken die je niet kent. Het schijnt fantastisch te zijn, intens, groots, emotioneel, aan superlatieven geen tekort. Maar – en als je dit leest ben je een van de mensen die dit weet – de keuze voor de eerste film van een nieuwe regisseur is een risicovolle.

Zie je, ik geloof in de kracht van de makers van cinema. Ik geloof dat ze geen films ‘tussendoor’ maken (daarvoor is drie jaar werk te veel) en dat de grote makers hun keuzes maken ten opzichte van de tijd waarin ze leven en ten opzichte van hun eigen carrière. Elke maker kijkt bij elk nieuw werk terug op wat hij of zij heeft gedaan en wil zich niet herhalen. Daarom is de chronologische volgorde in het werk van een maker altijd de beste; het is een manier om mee te gaan in het werk, zo veel mogelijk aan de hand van de kunstenaar die je bewondert, of wiens werk je wil begrijpen.

Voor geen filmmaker geldt dit zoveel als voor Terrence Malick (1943). Deze filmpoëet en filosoof maakte op jonge leeftijd Badlands (1973), een kleine film over een jongen en meisje die samen de maatschappij ontvluchten. Vijf jaar later maakte hij Days of Heaven, over een driehoeksverhouding tussen een landwerker, de vrouw waar hij van houdt en hun terminaal zieke baas. Vervolgens was er een periode van twintig jaar waarin Malick geen films maakte. Er is veel over geschreven, de meeste artikelen vol vreemde beweringen, maar het meest geloofwaardige wat ik heb gevonden is dit artikel van IndieWire. Voor een meer algemeen (en langer) diepteartikel over zijn leven, lees dit stuk van de LA Review of Books.

Malick keerde terug met oorlogsdrama The Thin Red Line (1998), gevolgd door Pocahontas-drama The New World (2004) en een autobiografisch drieluik bestaande uit The Tree of Life (2011), To The Wonder (2012) en Knight of Cups (2015). We staan nu vlak voor de release van zijn documentaire over het universum (Voyage of Time) en zijn menage-a-troi in de muziekindustrie (Song to Song), terwijl de regisseur zelf alweer op de set staat van zijn Tweede Wereldoorlogfilm Radegund.

Wat opvalt is dat hij de eerste 31 jaar van zijn regisseursschap slechts vier films maakte, maar dat hij sinds The Tree of Life uitzonderlijk productief is geworden. Daarnaast is zijn stijl steeds eigenzinniger geworden, en lijkt de liefde van de filmcritici (die ooit enorm was) met elke film af te nemen. Het gros van de filmjournalisten dat je vraagt noemt Badlands of Days of Heaven als meesterwerken, en beweert dat het met elke film daarna steeds meer bergafwaarts gaat.

Ik wil beweren dat hij met elke film beter wordt, en dat Badlands misschien een goede introductie is in zijn werk, maar ook duidelijk zijn minste film. Het is de enige film in zijn oeuvre die ook door andere regisseurs gemaakt zou kunnen zijn, de enige film waarin plot de hoofdmotor is. Hierna gaat hij steeds meer zijn stempel zetten, en komen de kenmerken van zijn werk steeds meer naar boven.

Als je kijkt naar de toegankelijkheid van zijn werk, zie je een verschil tussen de oude en nieuwe Malick. Elke film wijkt hij steeds meer af van een rond verhaal, van een film zoals alle andere films in elkaar zitten, en neemt (ogenschijnlijke) achtergrondinformatie (de lichtval, een vlinder, een rups, de schaduwen) de hoofdrol over.

Waar Badlands nog te typeren is als een Hollywoodfilm, gaat dat voor Days of Heaven al niet meer op. Vrijwel de gehele film (geschoten door Néstor Almendros) is tijdens het magische uur opgenomen: de tijd tussen zonsondergang en duisternis, als een rode gloed de hemel vult. The Thin Red Line, eind jaren 90, is alweer een stap verder. De shots van Amerikaanse soldaten die midden in de Tweede Wereldoorlog op een eiland in de Grote Oceaan een heuvel willen veroveren op de Japanners worden afgewisseld met een sprankelende natuur. Maar de echte verandering komt met The New World.

Samen met cinematograaf Emmanuel Lubezki maakt Malick regels voor de cinematografie:
-Geen kunstmatig licht; alles wordt met daglicht geschoten.
-Geen vaste camera’s; alle shots met handheld camera.
-Elk shot is subjectief (dus gefilmd alsof we door iemands ogen kijken).
-Elk shot is in deep-focus; alles (voorgrond en achtergrond) is duidelijk zichtbaar en in focus.
-De cameraman wordt aangemoedigd onverwachte gebeurtenissen te filmen, of dingen te filmen op basis van je instinct.
-Elk shot dat visueel niet interessant is, wordt niet gebruikt.

Hoewel veel van deze regels in The New World en de films daarop soms worden verbroken, zijn de regels als een manifest; dit is hoe films moeten zijn. Vanaf dit moment raakt plot en karakterontwikkeling zijn vaste plaats als main focus in Malicks films kwijt. En juist dit maakt zijn films bijzonder. Waar The New World en The Tree of Life nog een script hadden (soms van honderden pagina’s), had To The Wonder alleen een uiteenzetting, en was het script bij Knight of Cups geheel afwezig.

Als je deze werken op basis van verhaal en karakters zou beoordelen, zou je tekortschieten – wat maakt dat je alle films langs dezelfde lat kan leggen? Kun je elke film niet alleen maar beoordelen op basis van het werk van de maker, op diens visie, stijlelementen, drijfkracht? Op eigenzinnigheid, op basis van de regels en het gedachtegoed waarop Malick wil werken, zijn het stuk voor stuk meesterwerken. Ieder die dat niet vindt, die een plot mist, kan terecht bij de miljoenen andere films, de duizenden makers die dezelfde prioriteitenlijst hebben waarin karakterontwikkeling en plot de eerste twee plaatsen onderling afwisselen.

Denk aan grote schilders als Picasso of Van Gogh. Wat we van hen bewonderen zijn niet de vroegste werken die nog met andere schilders te vergelijken zijn; het zijn de Guernica’s, de Nachtcafés waar we naar verwijzen als we aan anderen duidelijk willen maken hoe bijzonder, uniek en mooi we het werk vinden. Als we kijken naar hun eerste schilderijen (en in het geval van Malick zijn eerste film Badlands) zien we geen slecht werk; integendeel. Maar we zien nog niet wat deze kunstenaars anders maakt, ze zijn nog niet losgebroken van hun soortgenoten.

Daarom is het verstandig de chronologie van Malick in stand te houden als je zijn werk wil zien. Badlands is het meest toegankelijk, en vanaf dat moment raak je in een stroomversnelling, en zie je de eigenzinnigheid winnen van het conservatisme, de dromen van de plotregels. De kunstenaar wint van iedereen die zegt hoe het hoort.

Terrence Malick: A Vision of America in KINO
12 februari 2017: Badlands (1973)
19 februari 2017: Days of Heaven (1978)
26 februari 2017: The Thin Red Line (1998)
Klik hier voor meer informatie en tickets

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren