Nu aan het lezen:

Surrealisme in Mulholland Drive

Surrealisme in Mulholland Drive


David Lynch: allereerst natuurlijk onmiskenbaar Amerikaans filmregisseur. Daarnaast is hij ook fervent kunstenaar: iets wat minder bekend is bij het grote publiek. Gelukkig, voor Lynch en voor ons, wordt dit feit wel onder ogen gezien door de directeur van het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, Stijn Huijts. Hij heeft op donderdag 29 november de eerste omvangrijke tentoonstelling van Lynch’ kunstige oeuvre in Nederland geopend. Zo beaamt hij: ‘David Lynch is een spilfiguur in de internationale film- en tv-wereld, maar zijn werk als beeldend kunstenaar is veel minder bekend. Terwijl Lynch zelf altijd heeft benadrukt dat hij zichzelf voor alles ziet als een beeldend kunstenaar. Zijn beheersing en gebruik van een rijkgeschakeerd scala aan media en technieken, van schilderijen tot installaties, maken hem ook in die hoedanigheid invloedrijk. Het is een uitzonderlijke artistieke kant van Lynch, die nog maar zelden is belicht en in musea getoond.’  

De tentoonstelling richt zich op het tonen van het onderbelichte, maar veelzijdige oeuvre van Lynch in al haar facetten: van schilderijen, fotografie, werken op papier en (geluids)installaties, tot sculpturale werken. Lynch studeerde schilderkunst aan de Pennsylvania Academy of Fine Arts in Philadelphia, waar hij voor het eerst de overstap maakte naar het maken van korte films, uit het verlangen om ‘bewegende schilderijen’ te maken. Op zijn twintigste maakte hij zijn allereerste film: Six Men Getting Sick (Six Times), een vier minuten lange animatie van een van zijn schilderijen. Omdat Lynch altijd kunst is blijven maken naast zijn filmpraktijken, kan dit mooi naast elkaar gelegd worden en gezien worden hoe deze uitingen elkaar beïnvloed hebben. De tekeningen en schilderijen van Lynch worden ook wel in lijn gezien met het werk van zijn tijdgenoten en Amerikaanse onafhankelijke kunstenaars zoals Nancy Grossman, Ed Kienholz en Nancy Reddin, die ondanks hun scherpzinnigheid en weerstand, allen hun plekje in een anders onverschillige mainstream kunstwereld vonden. Het is dus niet ondenkbaar dat Lynch, als hij nooit de Pennsylvania Academy had verlaten om zijn eerste, zwart-wit low-budget speelfilm Eraserhead (1977) te maken, als kunstenaar net zo bekend zou zijn geworden als zij. In de afbeelding hieronder wordt zijn filmisch werk naast schilderijen van Francis Bacon en Edward Hopper gezet; twee iconische schildermeesters die hem naar eigen zeggen, en onmiskenbaar, enorm hebben gegrepen en geïnspireerd. Hoe zie je invloeden uit de kunstwereld en kunstgeschiedenis terug in zijn filmische oeuvre? 

Lynch is met name beroemd om zijn surrealistische beeldtaal en raadselachtige verhalen, en wordt dan ook wel gezien als het boegbeeld van de Amerikaanse surrealistische cinema. Dit surrealisme is echter niet iets wat uitsluitend is gereserveerd voor zijn filmische werk, maar ook sterk tot uiting komt in zijn kunstenaarschap. Hij heeft een eigen beeldtaal ontwikkeld, waarin hij ‘seks, gewelddadigheid en zwarte humor combineert met stilistische schoonheid en een poging tot technische perfectie.’ In zijn latere films komen de veelzijdige en eigenaardige werelden van Lynch telkens terug. ‘Van de duistere taferelen in Blue Velvet (1986) tot de onbewuste herhalingen in Lost Highway (1997) en het onverklaarbare in de meesterlijke serie Twin Peaks (1990-2017)’, waardoor hij tot de ‘eerste populaire surrealist’ werd verheven door de filmcritica Pauline Kael, tot het surrealistische en mysterieuze neo-noir drama Mulholland Drive (2001).

De laatste, Mulholland Drive, is een uitstekend voorbeeld van Lynch’ surrealistische kunstenaarschap. De recente publicatie Back to Mulholland Drive: Minimal Fantasy (2017) onderzoekt deze cultklassieker van Lynch zelfs als een startpunt voor, en als een invloedrijke factor op, de hedendaagse kunst. Volgens de redacteur van het boek, de kunstcriticus en curator Nicolas Bourriaud, heeft Lynch de weg vrijgemaakt om een ​​artistieke stijl te creëren die Minimal Fantasy genoemd kan worden. De term verwijst naar een esthetiek van schijnbare alledaagsheid vermengt met surrealisme, horror en griezeligheid. Het droomachtige en mysterieuze meesterwerk Mulholland Drive is een verwrongen neo-noir met een onconventionele verhaalstructuur. Langs Mulholland Drive, een snelweg in de stad Los Angeles, is niets wat het lijkt, net als in de film. De stad vormt een onwerkelijk universum van schizofrene aard, met een ongemakkelijke mix van onschuld en corruptie, liefde en eenzaamheid, schoonheid en verdorvenheid. Een verleidelijke brunette, Rita (Laura Elena Herring), is achtergelaten na een auto-ongeluk op Mulholland Drive, met geheugenverlies tot gevolg, zo blijkt later. Zij wordt de volgende dag gevonden door de naïeve, blonde en aspirerende actrice Betty (Naomi Watts). De kijker wordt hierna geleid door een mysterieus labyrint van sensuele ervaringen, totdat we op het kruispunt van droom en nachtmerrie stuitten.

Wat maakt Mulholland Drive nu precies zo surrealistisch? Zoals gebruikelijk voor de films van Lynch bestaat er onduidelijkheid over de betekenis van veel scènes en de plot als geheel. Lynch weigert zich uit te laten over de betekenis van de film of afzonderlijke gebeurtenissen, en waarschijnlijk is er ook niet maar één juiste conclusie of verklaring. Het allereerste surrealistische aspect is de onconventionele, niet-lineaire vertelstructuur, waarmee de kijker compleet en doelbewust op het verkeerde spoor wordt gezet. De film is opgesplitst in twee verhaallijnen, waar ook weer ontelbaar veel verschillende interpretaties aan verbonden zijn.

De eerste verhaallijn laat zien hoe twee actrices elkaar ontmoeten en hoe er tussen hen een lesbische relatie ontstaat. Een scène speelt zich af in de mysterieuze Club Silencio, waar Rita, gehuld in een platinablonde pruik, en Betty hun heil zoeken nadat zij een dode vrouw hebben aangetroffen. De gastheer verkondigt aan Rita en Betty, de enige toeschouwers in de zaal, dat ‘alles een illusie is.’ Dan verschijnt Rebekah Del Rio, die Llorando zingt, een Spaanse a capella versie van Roy Orbisons Crying. Vervolgens stort Del Rio in elkaar op de grond, terwijl het nummer blijft doorspelen. Haar performance was slechts een opname. Niets is dat het lijkt. Alles is een illusie. De twee actrices openen een mysterieuze kubus, die het verhaal zelf symboliseert, en waarmee zich het tweede gedeelte van het verhaal ontvouwt.

Dit tweede gedeelte is ietwat helderder van structuur en maakt voorzichtig duidelijk dat dit gedeelte zich een aantal dagen voor het eerste gedeelte heeft afgespeeld. De conclusie van deze interpretatie is simpel: Mulholland Drive bevat een eenvoudig verhaal, dat alleen niet chronologisch verteld wordt, en daarmee voor de nodige complexiteit zorgt. Lynch heeft ons bovendien bewust op een dwaalspoor gezet door twee totaal verschillende personages door dezelfde actrices te laten spelen. De film eindigt met een shot van een spookachtige figuur die dezelfde kubus ronddraait. Dit personage symboliseert David Lynch zelf: hij is de meester van het verhaal, en als hij wil, kan hij het verhaal zo verdraaien als hij wil.

Ook wordt het verhaal vaak geïnterpreteerd door de theorieën van Freud toe te passen, die uitgaan van het idee dat (onbewuste) verlangens naar boven komen in dromen. Als je het eerste deel van de film als droom beschouwt en begrijpt, is het te verklaren dat de gebeurtenissen soms en in toenemende mate onsamenhangend zijn. Het tweede deel van de film moet dan worden geïnterpreteerd als de kille ‘werkelijkheid’. Dit zou geen vergezochte gedachte zijn, aangezien Lynch stelde: ‘als je slaapt, heb je geen controle over je droom. Ik zou graag in een droomwereld duiken die ik gemaakt heb, een wereld die ik uitkies en waar ik complete controle over heb.’ Deze drang om de meester van het verhaal te zijn en de plot te controleren blijft dus terugkeren in zijn werk, zelfs in deze ambigue staat waarin droom en werkelijkheid nooit één kunnen of zullen worden.

Dit alles komt verdomd dichtbij het surrealisme; een historische avant-garde kunststroming die ontstond in de jaren twintig in Parijs. De Franse dichter en schrijver André Breton (1896-1966) is de grondlegger van de beweging. Breton geloofde in een staat waarin dromen en realiteit samensmelten. De surrealisten creëerden kunst door hun onderbewustzijn naar buiten te brengen, en daarmee de onderliggende realiteit te onthullen. In het eerste surrealistische manifest, uitgegeven in 1924, werd het surrealisme gedefinieerd als ‘psychisch automatisme in zijn zuivere staat, waarmee men voorstelt om – verbaal, door middel van het geschreven woord, of op enige andere manier – het werkelijke functioneren van het denken uit te drukken. Gedicteerd door het denken, bij afwezigheid van controle uitgeoefend door de rede, vrijgesteld van enige esthetische of morele zorg. Het surrealisme is gebaseerd op het geloof in de superieure realiteit van bepaalde vormen van eerder verwaarloosde associaties, in de almacht van de droom, in het ongeïnteresseerde spel van gedachte. Het neigt voor eens en voor altijd alle andere psychische mechanismen te ruïneren en zichzelf te substitueren in het oplossen van alle belangrijke problemen in het leven.’

De surrealisten waren gefascineerd door het vermogen van film om de kijker te desoriënteren en te abstraheren van zijn eigen realiteit. Vanwege de geavanceerde technische mogelijkheden van de filmcamera werd film het belangrijkste medium voor surrealistische expressie, met als eerste fysieke en concrete uiting Un Chien Andalou (1929), de eerste surrealistische (in de woorden van Breton), korte (16 minuten) en stille film, gemaakt door Salvador Dalí en Luis Buñuel. Alle ‘verhaallijnen’, of beter gezegd: het gebrek daaraan, zijn gebaseerd op hun eigen droomervaringen en daarmee is het niet coherent of heeft het geen enkele betekenis. Effecten zoals slow motion, superpositie en ondiepe scherptediepte maakten het mogelijk om de werkelijkheid te manipuleren en (opnieuw) te presenteren om een ​​nieuwe droomachtige visie te illustreren. Door middel van film waren de surrealisten vrij om hun nieuwe geconstrueerde ‘realiteit’ op het witte doek te presenteren, hun dromen en wakende fantasieën te projecteren, zonder beperkingen.

Eric Dean Wilson van de Los Angeles Review of Books (LARB) schreef over de zogenaamde ‘calling-card’ stijl van Lynch, die volgens hem te danken is aan de oorspronkelijke surrealisten. Hij merkte op dat bijna elke vrouw in Lynch’ films die aan de telefoon gekluisterd zit – Isabella Rossellini, Patricia Arquette of Naomi Watts – eerst verschijnt in een ongemakkelijk close-up, omkaderd door een schaduw en gesierd door felle lippenstift. ‘Haar lippen lijken in de ruimte te zweven.’ De gelijkenis met de foto’s ‘Observatory Time’ en ‘Tears’ van de surrealistische fotograaf Man Ray kan niet treffender zijn. En één van de promo-posters voor Mulholland Drive met twee kussende vrouwen begint veel minder uitbuitend te lijken zodra het wordt gezien als een reconstructie van ‘The Kiss’ van Man Ray. In Twin Peaks kun je weer tientallen andere verwijzingen vinden naar de historische surrealisten, waaronder het veelvuldige gebruik van het ‘spiegeleffect’, dat bijvoorbeeld sterk doet denken aan de Distortion serie van André Kertész.

Het is echter niet toevallig dat werk van Lynch sterk doet denken aan het surrealisme, want hij werd in feite ook sterk beïnvloed door het surrealistische denken en de surrealistische beeldtaal. Deze beknopte analyse van Mulholland Drive maakt wederom duidelijk dat David Lynch een ware surrealist is, ongeacht het onbelangrijke vraagstuk of hij als filmmaker of als kunstenaar gezien zou moeten worden. Bij deze nog de laatste tip om zijn werk niet kapot te analyseren. Om in de woorden van Luis Buñuel te spreken: ‘gelukkig ligt ergens tussen toeval en mysterie de verbeeldingskracht, het enige dat onze vrijheid beschermt, ondanks het feit dat mensen blijven proberen het te verminderen of het helemaal te vernietigen’. Hij bedoelde hiermee dat, door het te overanalyseren of te hard te proberen het te begrijpen, je de verbeeldingskracht teniet doet.

David Lynch zou dit beamen, en heeft dan ook veelvuldig gesteld dat het aan elke kijker is om zijn of haar eigen interpretatie te volgen. ‘Het maakt me ongemakkelijk om over betekenissen en dergelijke te praten. Het is beter om niet zo veel te weten over wat dingen betekenen. Omdat de betekenis een zeer persoonlijke zaak is; de betekenis voor mij is anders dan de betekenis voor iemand anders.’ Wellicht heeft dit ook iets te maken met zijn overtuiging dat het leven zelf geen zin heeft, of ten minste, dat het niet klopt of niet logisch is. Hij is in de veronderstelling dat mensen zich verschrikkelijk ongemakkelijk voelen bij dit gegeven, en dit dan ook liever negeren. Mogelijk is er dan ook niet maar één juiste verklaring voor zijn bizarre hersenspinsels. Misschien is het stiekem zijn ultieme doel om ons met de neus op de bizarre feiten te drukken, ons te confronteren met de surrealiteit van het leven zelf, en onze eigen frustraties die gepaard gaan met het onverklaarbare hiervan. 

Hoe dan ook: het werk van David Lynch stelt de kijker in staat om voor heel even te ontsnappen aan de werkelijkheid en te vluchten in zijn surrealistische werelden, in een staat die tussen droom en realiteit zweeft, door een deur te openen naar het brein van een genie. En waarom zou je dat teniet willen doen?

Mulholland Drive is vanaf donderdag 29 november te zien in 11 verschillende bioscopen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken