Nu aan het lezen:

Son of Saul

Son of Saul

 

Ik geloof dat ik een jaar of vijftien was toen ik ‘klaar’ was met de Tweede Wereldoorlog. Dit vond ik toen al een vreemde gewaarwording, want ik was al van kleins af aan gefascineerd door geschiedenis; ik had zowat het hele oeuvre van Thea Beckman verslonden en ook boeken als Het Dagboek van Anne Frank en Oorlogswinter waren niet aan mijn literaire vraatzucht ontsnapt. Bovendien was de Tweede Wereldoorlog toch zeker wel het belangrijkste onderwerp in de hele geschiedenis, het ergste dat ooit gebeurd is, zo leerde een korte blik op de boeken waaruit we geschiedenisles kregen en de films die tijdens die lessen vertoond werden. En dat was natuurlijk de crux: ik had zo veel gehoord en gezien over de oorlog en het verhaal erover was zo zwart-wit, dat ik er op uitgekeken was.

Inmiddels ben ik – bot gezegd – over mijn afkeer van de Tweede Wereldoorlog heen gegroeid. Ik heb films die ik erdoor in mijn tienerjaren heb gemist als Schindler’s List en La Vita è Bella inmiddels ingehaald. Een paar jaar geleden heb ik zelfs een bezoek gebracht aan Auschwitz tijdens een vakantie in Polen. Dat was een ervaring waar ik nog steeds mee worstel. Niet vanwege de enorme indruk die het achterliet, maar vanwege het gebrek daaraan. Gleed ik weer terug naar de onverschilligheid van mijn tienerjaren? Het antwoord is een niet geheel overtuigde ‘nee’. Ik bezocht het beruchte concentratiekamp op een te mooie lentedag die geen recht kon doen aan de gruwelijkheden die er zich zeventig jaar eerder hadden afgespeeld. Bovendien raakte de inmiddels beroemde presentatie van die gruwelijkheden –de bergen kleding, mensenhaar en gebruiksvoorwerpen– me niet bijzonder. Ik denk soms wel eens dat ik de verbeeldingskracht mis om door zo’n zonnige dag en de abstractie van een berg haar heen te kijken. Maar misschien is het ook wel een gebrek aan wilskracht.

son_of_saul_20000347_st_7_s-high

Om de Hongaarse holocaust-film Son of Saul te begrijpen heb je weinig verbeeldingskracht nodig. Dit had een punt van kritiek kunnen zijn; te letterlijke verbeelding van de holocaust ligt erg gevoelig. Zie bijvoorbeeld de recente controverse rond Auschwitz van Uwe Boll. Aangezien je als filmmaker de verleden werkelijkheid niet kan herscheppen, kan de verbeelding van zo iets gruwelijks als de gaskamers daar alleen maar aan afdoen. Toch is dat precies waar Son of Saul begint: middenin de stroom mensen die naar een gaskamer wordt geleid door SS’ers en leden van het Sonderkommando. Een lid van die laatste groep, Saul Ausländer (Géza Röhrig), wordt van zeer dichtbij gevolgd door de camera. Van zo dichtbij zelfs dat we om zijn gestalte heen moeten kijken om te kunnen zien wat er om hem heen gebeurt.

Van de stroom mensen overleeft er één jongen de gaskamer. Een wonder dat zonder pardon door een Duitse officier met een kogel teniet wordt gedaan. Saul is ervan overtuigd dat de jongen zijn onwettige zoon is en begint daarom aan een wanhopige zoektocht naar een rabbijn die de begrafenisrituelen voor de jongen wil uitvoeren. Van de gaskamers begeeft Saul zich naar de sectieruimte waar autopsies worden uitgevoerd op uitzonderlijke gevallen. Van daar naar de ovens, en verder naar de rivier waar de as met kruiwagens tegelijk in geschept wordt. Het is alsof een radertje in de vernietigingsmachine losschiet en langs alle onderdelen van het mechaniek ketst. Steeds zit de camera Saul dicht op de huid wat, tezamen met het ziedende tempo waarin het verhaal vertelt wordt en het overrompelende geluid, de film een enorme intensiteit geeft.

De schrijver en regisseur van Son of Saul, László Nemes, kiest in zijn debuutfilm voor de tegengestelde route als die van de ontwerpers van de tentoonstelling in Auschwitz. Hij kiest niet massaliteit maar intimiteit om de omvang van de gruwelijkheden van de holocaust te tonen. Son of Saul is wat dat betreft vergelijkbaar met de monumentale documentaire Shoah van Claude Lanzmann. Beide films tonen enorm veel details van de vernietigingsmachine, bijna zonder context en pathos toe te voegen. Uitleg is niet nodig, extra emotie zou alleen maar bleekjes afsteken tegen de immense duisternis van die werkelijkheid. Toch is Sauls zoektocht een beetje licht in de duisternis van de holocaust. Het is de zoektocht van een man die iets nodig heeft dat niet direct met overleven te maken heeft. Hij is niet op zoek naar een manier om te ontsnappen, een beetje extra eten of kleding. Zijn zoektocht naar een rabbijn die zijn zoon een fatsoenlijke begrafenis kan geven is er een naar zielenrust.

son_of_saul_20000347_st_1_s-high

Dat dit een debuutfilm is zie je verder nergens aan af. Nemes maakt sterke keuzes in het verhaal, dat het midden houdt tussen nihilistisch en hoopvol. De film is ook technisch zeer vaardig gemaakt. Het heeft onder andere het beste sounddesign van alle films uit 2015 die ik gezien heb. Dit is cruciaal, omdat veel van wat om Saul heen gebeurt we daardoor alleen via geluid meekrijgen. Toch is het extreem duidelijk wat er op ieder moment gebeurt. Dat Nemes met zijn debuutfilm meteen de Oscar voor beste niet-Engelstalige film mocht ophalen is meer dan terecht. Hij levert een niets ontziende weergave van de holocaust, die toch niet nihilistisch is. Daarmee bereikt hij wat de films en geschiedenisboeken uit mijn jeugd en zelfs met een bezoek aan Auschwitz niet lukte: mij de diepte van de duisternis van de holocaust laten voelen.

Son of Saul is nog steeds te zien in EYE, Amsterdam.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken