Nu aan het lezen:

Solo: A Star Wars Story

Solo: A Star Wars Story


Solo: A Star Wars Story
, de zoveelste telg in de Star Wars-familie, is de tweede poging het Star Wars-universum uit te breiden met films die op zichzelf staan, buiten de drie trilogieën om. Maar net als Rogue One is Solo: A Star Wars Story minder een fantasierijk verhaal ergens binnen het weidse universum, maar wederom een prequel op een bekend verhaal.

Dit keer volgen we, in tegenstelling tot in Rogue One, zelfs grotendeels een groep personages die al lang en breed vertrouwd zijn: Han Solo, Lando Calrissian, Chewbacca en zelfs een cameo van een schurk die we al uit de eerdere films kennen.

Nu hoeft het aanboren van vertrouwd materiaal niet altijd een ramp te zijn. Daarom stemde de medewerking van Phil Lord en Chris Miller ook gerust: de komische toon van hun vorige films (The Lego Movie, 21 Jump Street) en hun visueel inventieve stijl zouden genoeg moeten zijn om van Solo: A Star Wars Story meer te maken dan een verplicht invulnummer. Helaas bleek hun improvisatorische aanpak te botsen met de wil van oude rotten Lawrence Kasdan en Kathleen Kennedy en werden de twee ontslagen. Vervanger in de regiestoel? Ron Howard, de man die van anoniem regiewerk zijn handelsmerk heeft gemaakt.

De vorige Star Wars-film, The Last Jedi, geldt als een van de meer gedurfde binnen de reeks: een inventieve film met een visueel eigen signatuur die het statement maakte dat het gezond is om te breken met oude tradities. Alles voelde weer mogelijk in Star Wars. Veel ‘fanboys’ klaagden echter dat de film niet genoeg stoelde op de oude mythologie, ze zeurden dat hij niet voelde als vertrouwde Star Wars. Ze vonden het moeilijk te verkroppen dat oude favoriete personages naar de zijlijn werden geplaatst. Solo is het antwoord op hun gebeden, maar of we daar blij mee moeten zijn?

Ron Howards visuele trukendoos bestaat uit het zo realistisch mogelijk in beeld brengen van uitzinnige aliens, locaties en ruimteschepen, waardoor de film een fletse, modderbruine, pikdonkere look heeft gekregen. Het is dan ook af te raden hem in 3D te kijken. De kleurrijke kolderieke horrorvacui van George Lucas, de semi-hand-held cameravoering en lens flares van J.J. Abrams en de strak gestileerde tableaux vivants van Rian Johnson worden gemist: Solo had werkelijk door iedereen geregisseerd kunnen worden, dus het is een typische Ron Howard-film.

Ergerlijker is dat het gebrek aan fantasie overslaat op het script: doordat we te maken hebben met een prequel weten we dat er een scala aan voor de kijker bekende karaktereigenschappen en achtergrondverhalen aangestipt zullen moeten worden. Als we Solo echter moeten geloven is bijna alles wat Han Solo Han Solo maakt, inclusief zijn vriendschappen met Lando en Chewbecca, zijn bezit van de Millenium Falcon, zijn Kessel Run, zijn neiging eerst te schieten, zijn laser blaster en nog een aantal van die typische Han-handelsmerken, terug te voeren tot een periode van maximaal een week. Oftewel, Han blijkt in de toekomst vergelijkbaar met die onuitstaanbare persoon in je familiekring die niet op kan houden over zijn backpacktrip naar Vietnam en zijn hele identiteit gebouwd heeft rond die drie weken. Het is een onbedoeld ontmythologiseren, dat van Star Wars een nog kleiner universum maakt dan de Lucas-films, waarin een heel universum draait rondom één familiegeschiedenis. The Last Jedi maakte Star Wars groter. Solo vult onnodig de gaten in het toch al claustrofobische universum.

Ook lachwekkend is het space-koeterwaals dat her en der gesproken wordt: Star Wars kent natuurlijk een eigen vocabulaire met eigen taalregels, en de films wisten tot nu toe het scala aan buitenaardse termen beperkt te houden tot een tolerabele hoogte. In de scène waarin de Kessel Run uitgevoerd wordt vliegen er echter zoveel onzinnige termen om de oren, dat het zelfs de hardcore-fans zal duizelen. Dit heeft niets meer te maken met fan service, of je houden aan de regels van het universum, dit is gewoon lui schrijfwerk waar je met een hoop onzinnige termen kunt verbloemen dat er geen logica steekt achter de handelingen van de personages en de machines die ze bedienen.

Het slechte schrijfwerk uit zich ook in de nieuwe personages. Love interest Qi’ra (Emilia Clarke) is inconsistent geschreven, personages als Val (Thandie Newton) en Rio Durant (Jon Favreau) worden verwaarloosd, en Beckett is vooral een excuus voor Woody Harrelson om op de automatische piloot te spelen. Vreemd genoeg zijn het juist de personages die we al heel goed kennen die het meest beklijven, ondanks of misschien wel dankzij de nieuwe acteurs. Alden Ehrenreich probeert nergens echt Harrison Ford na te doen, en ondanks dat hij bij vlagen amper hetzelfde personage lijkt te spelen als zijn voorganger blijft het charisma en de charme van het personage intact.

Ook Donald Glover doet als Lando Calrissian geen imitatie van Billy Dee Williams, maar maakt zich de rol eigen. Daarmee steelt hij de show, en de momenten dat Lando in het middelpunt staat zijn ook de zeldzame momenten dat de film tot leven komt. Er wordt niet voor niets gesproken over een eigen spin-off-film voor Lando. Maar als het zo’n saaie, fletse, slaafse invuloefening is als Solo: A Star Wars Story sla ik liever over. Tenzij ze een interessante regisseur verbinden aan het project. Mogen wij Phil Lord en Chris Miller voorstellen?

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken