Nu aan het lezen:

Shoplifters

Shoplifters

Shoplifters bejubelt het buitenbeentje en steelt daarmee het hart. Binnen een houtje-touwtje-appartement en buiten in de strijd om overleving sijpelt het vervallen Japan door. Misschien is het juist de moderniteit die het werkelijke buitenbeentje is.

Na het gecalculeerde schouwspel The Third Murder komt regisseur-scenarist Hirokazu Koreeda een jaar later met een film waarin niets ingestudeerd is. Shoplifters gaat over een familie die leeft in het huis van de grootmoeder. Als leden van het lompenproletariaat brengt iedereen buiten de legitieme banen extra geld in het laatje met controversiële activiteiten. Zo leert de vader zijn zoon de fijne kneepjes van winkeldiefstal en verdient een van de dochters haar geld in de prostitutie. Als de vader en zoon op een dag een thuis mishandeld meisje meenemen en het gezin haar gaandeweg opneemt in de familie, luidt dat het begin van het einde in voor de markante idylle.

Op voyeuristische wijze toont Koreeda de beslommeringen van de familie om het hoofd boven water te houden. In het huisje waar iedereen hutje mutje op elkaars lip zit vindt hij geen misère maar saamhorigheid. Uit de rooskleurige observaties blijkt een grote affectie voor deze verworpenen der aarde. Het doet denken aan het humanisme van Japanse regisseuse Naomi Kawase, die in werk als Shara ook de kracht van familiebanden ontdekt. De shoplifters zijn niet verwerpelijk, maar innemend.

Dit boort een nieuwe dimensie aan in het werk van Koreeda. Net als die van zijn illustere voorganger Yasujiro Ozu gaan ook Koreeda’s films over familiebanden. Maar waar Ozu een oeuvre maakte over de schoonheid en tragiek van familie-invloed op het individu, is voor Koreeda de familie meer een afspiegeling van misstanden in de samenleving. Het eveneens voyeuristische Nobody Knows was niet zozeer het verhaal van een ouderloos gezin aan haar lot overgelaten, maar een veroordeling van Japans omgang met de jeugd. In Shoplifters richt Koreeda de pijlen op sociaal-economische misstanden.

De intimiteit van de hechte familie toont zich in de losbandige omgang met elkaar, een verrassend contrast met de normaliter ingetogen sociale omgang in de Japanse samenleving. De empathie schijnt door binnen deze losbandigheid. Vertederend, wellicht op het sentimentele af. Op deze manier normaliseert Shoplifters handelingen die anders in laag aanzien zouden blijven. Het afkeurenswaardige is niet meer de spannend gechoreografeerde winkeldiefstal, maar het instituut van privébezit.

Het wordt daardoor hartverscheurend als de familiesituatie onhoudbaar wordt. Winkeldiefstal is niet altijd succesvol, en anders zou het wel de uitkeringsfraude geweest zijn die de familie in de problemen brengt. Hiermee stipt Shoplifters het jarenlange economische en demografische verval van Japan aan. De slachtoffers blijven slachtoffers, terwijl de verantwoordelijke structuren niet verantwoordelijk worden gehouden. De film toont verwantschap met Gummo, waarin regisseur Harmony Korine solidariteit met de platvloerse onderlaag van de Amerikaanse samenleving toont. Maar waar Gummo geen uitweg vindt, houdt Shoplifters de hoop springlevend. Zoals de familie uitkijkt over zee beurt op. De toekomst staat nog open. Het lompenproletariaat ontwaakt en werpt de ketenen van cynisme van zich af.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken