Nu aan het lezen:

Ricky Gervais: Humanity

Ricky Gervais: Humanity


De realisatie dat Ricky Gervais niet leuk meer is doet pijn. Zijn laatste stand-up-special, Humanity, is het definitieve bewijs.

Gervais werd beroemd als de tenenkrommende manager David Brent in het briljante The Office – nu is hij zelf net zo tenenkrommend geworden. Zijn gecultiveerde bad boy-imago, belegen grappen en pseudofilosofische oneliners zijn precies wat Brent zou kenmerken als die een stand-up comedian was geworden.

Gervais mag zich graag presenteren als een controversieel denker die moet strijden voor zijn vrijheid om te zeggen wat anderen niet durven te zeggen. Zo zien veel fans hem ook. Maar het heeft iets pathetisch een miljonair met miljoenenpubliek te zien klagen over mensen die hem bekritiseren op sociale media. Een paar nummers in Humanity bestaan uit het oprakelen van Twitterruzies. Zelfvoldaan herhaalt Gervais de snedige opmerkingen waarmee hij online onbekenden wist te pwnen. Alsof creationisten met 24 Twittervolgers zo’n moeilijk doelwit zijn.

Maar goed, fundamentalistische christenen zijn in elk geval een eerlijk doelwit. Gervais richt zijn pijlen ook op transvrouwen: ‘als Caitlyn Jenner zich als vrouw kan identificeren, dan kan ik mezelf als chimpansee identificeren.’ Dat soort grappen hoort iedereen op familiefeestjes van Oom Kees, of op kantoor van de foute manager. Vroeger was het: ‘als homo’s mogen trouwen, kan ik wel met mijn hond trouwen.’ Gervais onderbreekt zijn transfobe nummer een aantal keer om uit te leggen waarom het niet transfoob is. Hij doet denken aan David Brent tijdens zijn cameo in de Amerikaanse remake van The Office. Eerst een foute grap, dan een plattitude over het belang van humor. Gervais doet dat vaker. Ik zou het uitleggen van zijn grappen een onderschatting van zijn publiek noemen, maar gezien de reacties op Twitter zijn veel fans onder de indruk van observaties als ‘a joke about a bad thing isn’t as bad as the bad thing.’

Onder de ‘bad things’ waar Gervais grappen over maakt: de holocaust, dode baby’s, AIDS, kanker en verkrachting. Het meeste is saai, veilig materiaal. Gervais is geen Doug Stanhope die controversiële onderwerpen ontleedt en standpunten inneemt; geen Frankie Boyle die zwartgallig is uit oprechte woede; geen Sarah Silverman die pijnlijke waarheden blootlegt; zelfs geen Jimmy Carr, wiens foute grappen ten minste nog geslepen zijn. Gervais gebruikt taboe-onderwerpen met name om de indruk te geven dat hij edgy is. Het dichtst komt hij daarbij in de buurt met een aardig stuk over notenallergie – dat iets te veel doet denken aan Louis C.K.’s klassieker ‘Of course… but maybe’.

Originaliteit is sowieso niet Gervais’ sterkste kant. De grappen over veiligheidsinstructies in het vliegtuig doen denken aan George Carlins virtuoze ontleding van dat onderwerp. En met een grap als ‘if you hit the side of a mountain at 500 miles per hour, the brace position does fuck all’ kun je in 2018 echt niet meer aankomen. In de jaren 90 trouwens al niet. Of wat te denken van de observatie dat flessen bleekmiddel labels bevatten met ‘DO NOT DRINK’ erop? Gervais stelt voor die waarschuwing eraf te halen, om de genenpool te verschonen. Je kunt al jaren T-shirts kopen met die grap.

Gervais herhaalt zelfs zijn eigen oeuvre: hij begint het programma met een variatie op het begin van eerdere special Fame. En wie zijn podcast The Ricky Gervais Show luisterde en weleens naar zijn optredens in talkshows keek, zal een aanzienlijk deel van de anekdotes en observaties al kennen. Het verhaal over de begrafenis van zijn moeder is ontroerend en grappig, maar al lang een klassieker.

Heel soms verrast Gervais. Zijn verder oubollige nummer over familieleden die ongevraagd babyfoto’s laten zien eindigt met een perfect stukje zwijgende stand-up als hij iemand speelt die té lang naar zo’n foto kijkt. De persoonlijke anekdotes die hij nog niet eerder vertelde amuseren ook. Het mooiste moment is voor Gervais’ oom Reginald, die een pruik droeg en daarom baby’s altijd vasthield op een armlengte afstand.

Maar die momenten zijn het zeldzame goud in een grauwe modderpoel van achterhaalde observaties, wanhopige button pushing, pretenties, zelfbevlekking en aanstellerij.

Vroeger was ik een enorme Gervais-fan. The Office was vormend voor me, The Ricky Gervais Show ook – niet alleen de podcast, ook de oorspronkelijke XFM-versie. Ik ken de antwoorden op alle Rockbusters. Ik ken de Songs of Phrase uit mijn hoofd. Soms doe ik boodschappen en denk ik opeens ‘Ribbit, ribbit, Froggy says buy it’ en dan moet ik weer lachen. Of: ‘Robin, tell papa truth.’ Of: ‘Look at his free haircut.’ Ricky Gervais was gewoon grappig. Hij maakt natuurlijk al een tijdje minder goede dingen: zijn films zijn van wisselende kwaliteit en zijn laatste sitcom Derek was rampzalig. Humanity is nog een barst in zijn oeuvre. Zijn geniale vroege werk met Stephen Merchant zullen we altijd hebben. Deze Gervais is iemand anders.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken