Nu aan het lezen:

Review: The Shape of Water

Review: The Shape of Water


“I hope they end up together”,
dacht de zesjarige Guillermo del Toro toen hij de bloedmooie scène in Creature from the Black Lagoon zag waarin het amfibische wezen een vrouw onder water stalkt wanneer zij uit zwemmen gaat. Met The Shape of Water maakt hij die hoop waar.

The Shape of Water ziet eruit als een sprookje. Vanaf het eerste shot, waarin de camera door een verzonken straat een verzonken café binnendrijft, waar de stoelen en tafels een gewichtloze dans doen, terwijl de muziek van Alexandre Desplat een walsje maakt en een voice-over de kijker zachtmoedig het verhaal inleidt. Het verhaal van een prinses zonder stem. Wanneer vervolgens deze Elisa (Sally Hawkins) wordt gewekt door het geluid van de sirene van een brandweerwagen, heeft zelfs dat iets idyllisch, want de brand blijkt in een chocoladefabriek en de geur van geroosterde cacaobonen vult de straten.

Geholpen door het onberispelijke werk van cinematograaf Dan Laustsen en production designer Paul D. Austerberry creëert Del Toro een sprookjeswereld die volledig is ondergedompeld in de blauwe en groene tinten van een lagune. Maar dan wel het soort sprookje dat niet zoet is, maar duister en gruwelijk op z’n tijd. En uiteraard met een memorabele slechterik, de door Michael Shannon gespeelde Strickland, die het geheimzinnige, amfibische wezen (Doug Jones) uit de Amazones naar het ruimtevaartcentrum in Baltimore heeft gehaald, waar Elisa als schoonmaker werkt.

Voor Del Toro is verbeelding geen ontsnapping, maar een reële kracht. Zijn beste films nemen het uiterlijk van een sprookje aan om de confrontatie met de realiteit juist aan te gaan. Iets wat hij misschien wel het meest perfectioneerde in Pan’s Labyrinth. Zoals die film over de Spaanse burgeroorlog ging, gaat The Shape of Water over het Amerika van de jaren zestig. Jaren waarin verandering voor de deur stond die het heersende ideaalbeeld van het perfecte gezin deed wankelen. Want dat ideaalbeeld is een conservatief construct waar de liefde zich niets van aantrekt.

The Shape of Water zit vol verwijzingen naar cinema. Elisa woont boven een bioscoop, kijkt naar films op de televisie van haar buurman Giles (een prachtige rol van Richard Jenkins) en imiteert de danspasjes van Mr. Bojangles. Dat ze niet kan praten, kan worden gezien als een hommage aan de stomme film. Zoals vaak zoekt Del Toro het spanningsveld op tussen fantasie en realiteit, de notie van cinema als ontsnapping. Wanneer op Giles’ televisie een nieuwsitem voorbijkomt over de rassenrellen (de film speelt zich af in het Amerika van de jaren zestig), wordt snel gezapt naar een film met Betty Grable.

Maar dat betekent niet dat de film die realiteit negeert. De realiteit waarin deze personages leven is een gesegregeerde samenleving. Vrouwen, zwarten, onbekende wezens: ze worden een plek gewezen en moeten zich koest houden. Voor het grootste deel van de film wordt daarop niet gehamerd, maar zit het verweven in de personages. Elisa en Zelda (Octavia Spencer) zijn twee vrouwen, schoonmakers, en worden in die hoedanigheid constant met beschimpende opmerkingen en bevelen op hun plek gezet. Daarbij moet Zelda het als zwarte vrouw nog eens extra ontgelden.

En soms verrassend subtiel voor een film die grote gebaren niet schuwt, worden verwachtingen en vooroordelen bijgestuurd. We horen Zelda bijvoorbeeld heel lang alleen maar zeuren over haar man Brewster, zonder dat we hem zien. Onbewust bagatelliseerde ik haar woorden direct. Want het is een patroon dat we zo vaak tegenkomen in films: de vrouw die constant klaagt over haar man, die eigenlijk best een goedzak is en dat zeuren blijkt gewoon een verkapte vorm van liefde. Maar wanneer Brewster dan eindelijk in beeld komt, blijkt hij precies wat zij beschreef. Hij is lui, laf en liefdeloos.

Maar er zijn ook scènes waarin die politieke of morele toon er te dik bovenop gelegd wordt en als parabel over de marginalisatie van de Ander wordt de film op die momenten te geforceerd. Want The Shape of Water is toch vooral een film over begeerte en weet daarin te overtuigen. In één van de eerste scènes zien we dat Elisa net op tijd aankomt om in te klokken op haar werk. Voorafgaand daaraan toont Del Toro haar ochtendroutine, die onder meer bestaat uit het koken van eieren en masturberen in bad. Het is verfrissend de seksuele bevrediging van een vrouw zo alledaags gepresenteerd te zien worden, zonder erotisering. Gewoon, als een behoefte.

Sowieso is de hoeveelheid referenties aan zelfbevrediging in The Shape of Water opvallend. Natuurlijk zijn er de romantische noten, de opmerking van Elisa dat het wezen haar niet als incompleet ziet. Maar het fysieke aspect is constant aanwezig, daarover laat Hawkins in haar vertolking geen misverstand bestaan. The Shape of Water mag dan een sprookje zijn, het is geen film waarin seks een afterthought is van een romantische liefde. Kijk maar naar haar blik als ze hem voor het eerst uit het water omhoog ziet rijzen: dat is lust.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken