Nu aan het lezen:

Review: Patser

Review: Patser


Patser
, de derde film van het Vlaamse regieduo Adil El Arbi en Bilall Fallah draait al een maand in de bioscoop en kan tot nu toe rekenen op behoorlijk goede bezoekcijfers voor een Vlaamse film. Luuk van Huët houdt een vlammend betoog waarom elke zichzelf respecterende filmliefhebber rap linea recta naar de bioscoop moet om deze leipe en gelikte misdaadfilm te zien om die bezoekcijfers de stratosfeer in te drijven.

In Hollywood zijn ze inmiddels kind aan huis, El Arbi en Fallah. De regisseurs mochten twee afleveringen van de serie Snowfall voor de Amerikaanse zender FX regisseren, zijn bezig met de adaptatie van de graphic novel-serie Scalped en mogen zowel de Beverly Hills Cop alsmede de Bad Boys franchises nieuw leven in blazen. De kans is dus groot dat Patser voorlopig de laatste productie van Vlaamse bodem is voor de talentvolle twee en daarmee verlaten ze de Lage Landen met een knalfuif van een film.

Patser begint met de introductie van onze vier protagonisten op jonge leeftijd: de energieke danser Junes (Junes Lazaar), ADHD’er Volt (Said Boumazoughe), de stoere kickboksende Badia (Nora Gharib) en de Italiaans-Marokkaanse Adamo (Matteo Simoni), die in de Antwerpse volkswijk het Kiel opgroeien op een dieet van videogames, kattenkwaad en kameraadschap. Zodra ze de tienerjaren zijn ontgroeid komen daar joints en drank bij en niet bijster verheffende baantjes: Adamo en Badia werken allebei in het pizzarestaurant van Badia’s vader Farid (Noureddine Farihi), die ondertussen bijverdient door softdrugs te importeren uit Marokko. Als de Amsterdamse cokehandelaar Orlando (Werner Kolf) met een aanbod komt om Farid’s netwerk te gebruiken om cocaïne via de haven in te voeren, houdt Farid de boot af. Adamo weet hem toch te overtuigen en zo neemt de vriendengroep de eerste stap in de onderwereld. Al snel krijgen ze te maken met corrupte smerissen, Colombiaanse huurmoordenaars en belanden ze in een bendeoorlog tussen Orlando’s posse en de een gang geleid door de psychotische Hassan Kamikaze (ons aller Ali B. in een verrassende rol als grof gebekte smeerlap).

Verhaaltechnisch proppen El Arbi en Fallah een indrukwekkende hoeveelheid plot in de meer dan twee uur durende achtbaanrit die Patser heet: het tempo van de film ligt behoorlijk hoog en mede door de drukke dialogen in Antwerpse slang (die voor ons Ollanders gelukkig zijn ondertiteld) krijg je in het begin bij vlagen het gevoel dat je ook Ritalin nodig hebt om er chocola van te maken, maar gelukkig gaat dat gevoel over als je eenmaal in de groove van het narratief komt. Naast een volvet verhaal blinkt Patser tevens uit in stijl: titels in retro 80’s letters, 90’s game-esthetiek en film- en serieverwijzingen die je om de oren vliegen, gekoppeld aan een zinderende soundtrack van hun vaste geluidsgoeroe Hannes De Maeyer met als kers op de hashbrownie Nederhopnummers van onder meer Ali B., Ronnie Flex en Latifah. Patser is een overweldigende ervaring voor je ogen en oren. Het bijzondere is dat El Arbi en Fallah naast alle bombast ook subtiel te werk gaan. In het sound design zitten verrassende vondsten die je nog verder de wereld in lokken en door de Zeven Hoofdzonden in de film te verwerken als ware het levels van een videogame, zorgt het duo voor meer diepgang zonder dat het pretentieus wordt.

Patser is een film die torenhoge ambities koestert en ze grotendeels waarmaakt, maar toch moet ik even de mierenpoeper uithangen om de paar minpuntjes aan te stippen waardoor de film niet helemaal het niveau bereikt van bijvoorbeeld Scarface, de klassieker die gedurende de film veelvuldig wordt aangehaald en geciteerd. Matteo Simoni als Adamo is uitstekend en krijgt gedurende de film de nodige diepgang, maar Junes en Volt groeien nooit uit tot echte personages, maar blijven sidekicks met running gags die net iets te vaak herhaald worden. Nora Gharib als Badia komt beter uit de verf, maar het is jammer dat ze in het gezelschap van Orlando en Hassan Kamikaze gereduceerd wordt tot damsel in distress en slachtoffer, terwijl ze wordt opgevoerd als een stoere, sterke kickbokser die voor de duvel niet bang is. Waarschijnlijk bedroevend realistisch, maar ze had wat mij betreft wat meer aarsch mogen schoppen.

Ook kan ik me voorstellen dat tere zieltjes die graag verantwoorde arthouse consumeren niet gecharmeerd zullen zijn van de over-the-top taferelen en de moreel niet brandschone personages en hun daden, maar gelukkig is er voor hen ook genoeg te zien in het betere filmhuis. Patser is inmiddels daar ook niet meer te zien, maar komt sowieso het best tot zijn recht in een rumoerige zaal van een multiplex met een grote bak popcorn en een paar ijskoude meegesmokkelde Delirium Tremens.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken