Nu aan het lezen:

Review: On Body and Soul

Review: On Body and Soul


George Vermij zag On Body and Soul, die dit jaar de Gouden Beer won op het filmfestival van Berlijn, en moet dit even met je delen.

Je moet een groot kunstenaar zijn om de essentie van een dier natuurgetrouw te kunnen vangen. Albrecht Dürer kon dat, als je afgaat op zijn zorgvuldige tekening van een haas. Elk detail doet ertoe en brengt je dichter bij het bestaan van een ander levend wezen. Ik heb persoonlijk een zwak voor de werken van de 18eeeuwse Britse kunstenaar George Stubbs. Hij werd bekend door zijn tekeningen en schilderijen van paarden. In A History of British Art beschrijft criticus Andrew Graham-Dixon wat Stubbs zo uniek maakt:

A horse, a dog or even a mouse drawn by Stubbs is more poignantly alive than one drawn by almost anyone else. Looking at them is to see a great artist seeing through the conventions of art and reaching his own truths. (…) Stubb’s eye was absolutely unsentimental, but he was also a generous artist. Although he saw objects, people and animals with tremendous, undeceived clarity, he also saw them with sympathy. (…)He accorded the same even attention to each living creature that he painted, so that in his art a dog can easily be as dignified as an aristocrat. (…)He knew that we are, all of us, just bodies moving through space. He knew that, finally, we are all alone.

 

De twee herten die je aan het begin van Ildikó Enyedi’s On body and Soul ziet, zijn niet alleen. Haar camera vangt ze sereen in een winters bos terwijl ze voorzichtig toenadering zoeken tot elkaar. Later zien we ze het koele water van een beekje drinken. Het hert rust zijn kop vervolgens op de nek van de hinde. Het is een liefdevol en teder gebaar en suggereert een intimiteit die wij vaak alleen aan mensen toeschrijven. Het is ongelofelijk dat Enyedi dat moment zo heeft weten te vangen.

Het contrast kan niet groter zijn dan met het slachthuis waar de film zich voornamelijk zal afspelen. Maar ook op die plek waar beesten worden gedood voor onze consumptie, kiest Enyedi beelden die voelen als een epifanie. Zo kijkt financieel directeur Endre (Géza Morcsányi) vanuit zijn kantoor naar buiten. Het is een warme stralende dag en zijn oog valt op Mária (Alexandra Borbély) die schuchter de zonnestralen lijkt te vermijden.


Hun paden zullen elkaar op verschillende manieren kruisen. Zij blijkt een controleur te zijn die moet keuren of het abattoir voldoet aan alle eisen. Niet dat het personeel daar op zit te wachten en al helemaal niet op Mária. Zij heeft de reputatie dat ze streng en gesloten is. Achter haar rug om noemen medewerkers haar arrogant en een ijskoningin. Endre probeert ondanks de vijandige houding van zijn collega’s contact met haar te zoeken. In de bedrijfskantine spreekt hij haar aan. Zijn kreupele arm bungelt daarbij onhandig aan zijn lichaam.

Tussen deze twee herkenbare en tegelijk ook eigenaardige mensen bloeit natuurlijk iets bijzonders op in On Body and Soul. Maar deze film kaart subtiel ook meer aan. Een scène toont gedetailleerd hoe een koe geslacht wordt. Als een simpele aanklacht tegen vleesconsumptie is de film echter ook weer eerlijk over ons menselijk gedrag. Tijdens een sollicitatiegesprek met een nieuwe slachthuismedewerker vraagt Endre aan een potentiele kandidaat of hij medelijden heeft met de beesten die hij zal gaan slachten. Niet echt zegt de stoere man. Kap er dan maar mee, is Endre’s advies.

Zoals Enyedi het slachthuis portretteert is de plek ondanks zijn functie ook een gemeenschap. Het voorziet mensen van een baan en een identiteit. Het heeft een sociale rol en dat merk je aan de manier waarop iedereen met elkaar omgaat: van de oude schoonmaakster tot de manager. Het zijn die ambigue maar realistische inzichten die de film sieren en die geleidelijk ook terugkomen in de voorzichtig opbloeiende relatie tussen Endre en Mária.

Een bijna bovennatuurlijk incident brengt ze onverwachts dichter tot elkaar. Als er iets wordt gestolen in het slachthuis start de politie een onderzoek. Een psychologe ondervraagt alle medewerkers om zo achter de dader te komen. En zo gebeurt het dat de wereld van Endre en Mária in verband wordt gebracht met de fiere herten die op verschillende momenten opduiken in de film.


On Body and Soul is op meerdere vlakken een bijzondere film. Als je hem toch met iets wil vergelijken dan komt Me and you and everyone we know van Miranda July misschien het meest in de buurt. Beide films gaan over een ongewoon koppel en bekijken de werkelijkheid vanuit een licht surrealistisch perspectief. On Body and Soul heeft net als July’s film ook zijn komische momenten ook al schemert daarin iets van de tragiek van de personages door. Zo komt Mária nog steeds bij haar oude kinderpsycholoog op therapie. ‘Is het niet eens tijd dat je naar een echte psycholoog gaat?’ vraagt hij haar bezorgd. Dat zij het contact met anderen naspeelt met playmobilpoppetjes zegt ook iets over haar geïsoleerde gevoelsleven en emotionele afstandelijkheid. Zij is een vrouw die moeite heeft met het maken van contacten.

Endre is daarentegen iemand die zijn troost vindt in zijn routines. Hij is een man van middelbare leeftijd die weet dat het geen zin meer heeft om illusies te koesteren. Op zijn manier is ook hij geïsoleerd ook al heeft hij met iedereen in het abattoir goed contact. Het mooie van Morcsányi’s vertolking is dat er geen bitterheid te merken is, maar eerder een vermoeide vorm van berusting. Maar wat als de liefde toch haar kop opsteekt en de voorspelbare maar veilige levens van Endre en Mária verstoort?

De manier waarop dat gebeurt zal ik niet verklappen, maar het is een van die mooie vondsten die je aan het denken zet. Wat maakt een relatie met iemand bijzonder? En is er iets groters dat je met jouw geliefde verbindt? Maar dat geloof in een diepere band die je met die ene speciale persoon kan hebben is bij Enyedi ook broos en onzeker. Is het niet eenzaamheid die ons in de armen van een ander drijft? Dat pijnlijke gevoel dat wij ons niet compleet voelen? Het doet me denken aan de woorden van George Steiner in het prachtige tv-essay Van de Schoonheid en de Troost:

Again and again in my life I have heard the footfalls on the stairs of the beloved before she had entered the house. That is a true experience. There is a projected passion when the feet are coming closer. Dante knew all about that. And art knows all about that and music. And yes it makes one extremely vulnerable. But I love keeping that wound open. (…) The illness of need, which is love. The sense that one is incomplete. That one is as it were limping on one leg of the heart until one is with the other. The insane things we do. The phone calls in the night, the trips to the airport, the attempts to guess where the other person is. Completely irrational. But I think life would be beggarly without them.

En zijn wij, zoals in de woorden van Andrew Graham-Dixon over George Stubbs, alleen in de ruimte of is er toch ergens die ander die ons compleet kan maken zoals George Steiner zegt? Ik laat het aan de kijker van On Body and Soul om daar een oordeel over te vellen. Één ding is zeker: Ga de film zien!

On Body and Soul draait vanaf 14 december in de Nederlandse bioscoop.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken