Nu aan het lezen:

Review: Bright

Review: Bright


Bright
is met een budget van 90 miljoen dollar de duurste originele Netflix-film tot nu toe. Maar ondanks Will Smith, Joel Edgerton en Noopi Rapace, een getergde David Ayer (Suicide Squad) en Max Landis is Bright nergens het budget – of de optelsom van zijn losse componenten waard. 

Netflixfilms

Netflix is er eigenhandig voor verantwoordelijk dat online series kijken succesvol is geworden door als een noeste pionier solo het Wilde Westen van het World Wide Web te ontginnen. Maar waar Netflix-series bijzonder populair zijn en succesvol bij publiek en critici, wil op het gebied van originele content het nog niet zo vlotten met hun films. Met Okja, Beasts of No Nation en First They Killed My Father is er vooruitgang gemaakt op art-house gebied; met Bright mikt Netflix op het Pathé-publiek. Niet geschoten is altijd mis, zullen we maar zeggen. En dat lijkt ook het motto van het scenario van Landis en staat waarschijnlijk ook in Delfts Blauw op een tegeltje in de trailer van Ayer.

A Short History…

Helaas slaat Bright al vroeg in de film de plank behoorlijk mis, en weet daarna deze achterstand nooit in te halen. Bright is een buddy-cop komedie die zich afspeelt in een wereld zoals de onze waarin de mensheid al zeker 2000 jaar lang samenleeft met Orcs, feeën en elven. Twee millennia geleden stond een duistere snoodaard op met de weinig fantasievolle naam The Dark Lord die de wereld wilde overheersen met behulp van magie, die het merendeel van de Orcs achter zich verenigde in zijn kwaadaardige queeste. Gelukkig was er een Orc genaamd Jirak die de negen (andere?) volken verenigde, waardoor The Dark Lord werd verslagen. Sindsdien zijn de Orcs twaalfderangs-burgers (vanwege hun associatie met The Dark Lord) en de elven zijn de 1 %, want blijkbaar is er geen betere kruiwagen dan het hebben van puntoortjes, fikse jukbeenderen, onsterfelijkheid en biseksualiteit (ik speculeer hier wat in de rondte). Als deze informatie nou LotR-style in een korte proloog getoond werd, soit, maar dit wordt gedurende de film slechts mondjesmaat duidelijk. En duidelijk is een gulle term in deze context.

Flash forward naar LA anno 2017. Het bestaan van magie en magische rassen, waaronder een Elven-elite en een Orc-onderklasse schijnt niet bijzonder veel invloed te hebben gehad op de samenleving. Politie-agent Daryl Ward (Will Smith) is genezen van een schotwond die hij opliep doordat zijn partner Nick Jakoby (een vrijwel onherkenbare Joel Edgerton) –de eerste Orc in de politiemacht van LA– niet adequaat reageerde.

Waar de film in potentie een intrigerend commentaar op rassen-relaties en politiegeweld in de VS had kunnen zijn, wordt al snel duidelijk dat de film expliciet hier geen zinnige bijdrage aan het debat zal leveren als Ward een vervelende fee (in de film gezien als een soort ongedierte) uit de lucht mept met de uitroep: “Today, Fairy Lives don’t matter!”, om tegelijkertijd zijn buren die voor hun huis zitten te chillen wegzet als een stelletje gangbangers. Harsh, Big Willie, harsh!

Inconsequente Achtbaan

Daarna blijkt Jakoby niet bijster populair onder zijn collega-agenten. Maar ondanks het applaus dat hem ten dele valt bij zijn terugkeer, is Ward dat ook niet. Dit gebrek aan consistentie kenmerkt de film: constant worden eerder neergezette keuzes onderuit gehaald of wisselt de film van toon, waardoor eerdere beslissingen teniet worden gedaan. Ward en Jakoby stuiten na een oproep op een situatie met daarin de Elf Tikka (Lucy Fry), die natuurlijk alleen Elfs praat, en in het bezit is van een toverstaf. Een toverstaf blijkt het equivalent van een kernwapen, maar kan slechts door een zogenaamde ‘Bright’ aangeraakt en gebruikt worden, het equivalent van een magiër in de film. Het merendeel van de ‘Brights’ zijn elven, maar één op een miljoen mensen is ook daartoe in staat.

Nadat Ward en Jakoby de toverstaf ontdekken, verandert de film in een soort achtbaanrit waarin corrupte agenten, een Orc-bende, een pijnlijk clichématige Latino-gang, de magische afdeling van de FBI en een sekte Duistere Elven genaamd The Infirni, geleid door slechterik Leilah (Noomi Rapace) achter Ward, Jakoby en Tikka aanzitten. Dit leidt tot autoachtervolgingen en schietpartijen, het liefst in stripclubs en tijdens punkconcerten zodat er genoeg bloot en druggebruik kan worden getoond om de R-Rating te rechtvaardigen.

Elk nadeel heb zijn voordeel

Uiteindelijk verdient Bright iets meer krediet dan de afslachting aan filmrecensies die online zijn verschenen, maar de film is op zijn best gezegd een rommelig, slecht overdacht zooitje. Will Smith is volledig in Hancock-poepzak mode waar de film juist had kunnen profiteren van zijn meer lichte, charismatische touch. Noomi Rapace weet niet echt te overtuigen, maar dat komt vooral door de rare keuzes die gemaakt zijn over de Elven. Blijkbaar zijn ze allemaal Olympisch Medaille-materiaal in parkour, maar de uitwerking komt over als een uitverkoop op www.cheapwireworks.com. De enige acteur die ongehavend uit de film komt is Edgerton, die zich met ziel en zaligheid in zijn rol gooit.

De negatieve kritieken hebben niet voorkomen dat een sequel voor Bright al besteld is. Met een beetje mazzel trekken Landis en Ayer de kritiek wel aan en wordt het een betere film, die wat dieper in kan gaan op de mythologie achter de wereld en wat minder last heeft van toondoofheid op het gebied van maatschappijkritiek. En wellicht zorgt de film ervoor dat Will Smith zich dankzij Rapace weer stort op zijn muziekcarrière.

Over rap gesproken, voor de positie van slechtste film aller tijden zitten er sowieso te weinig rappende CGI kangeroes in:

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken