Nu aan het lezen:

Rafiki

Rafiki


Rafiki vertelt het verhaal van Kena (Samantha Mugatsia), een gereserveerde jonge vrouw in een slaperig stadje die verliefd wordt op de levendige Ziki (Sheila Munyiva). Maar Kena en Ziki wonen in het expliciet homofobe Kenia, en hun beider vaders nemen het in een lokale verkiezing tegen elkaar op. Zelfs vriendschap zit er wat de buitenwereld betreft niet in. Middels houterige dialogen wordt duidelijk gemaakt wat de verwachtingen zijn rondom Kena en Ziki wat sociaal-economische klasse en gender betreft. Goed trouwen en chapati’s voor de man maken tot het einde der dagen. Of verpleegster worden in plaats van arts. Regisseur Wanuri Kahiu windt er geen doekjes om. Maar dit lijkt ze vooral te doen om sneller door het oude, vertrouwde verhaal van girl meets girl en bijbehorende obstakels te kunnen spoelen, op zoek naar de momenten die haar daadwerkelijk interesseren om in beeld te brengen.

Dat zijn de momenten dat de buitenwereld even wegvalt en het licht zacht en dromerig over de delicate gelaatstrekken van Ziki glijdt. Dit is hoe Kena haar ziet, hoe Kahiu wil dat het publiek haar ziet: omringd door een roze halo van verlangen. Cinematograaf Christopher Wessels vangt de romantische interactie in zeer nauwe shots, die de affectie en intimiteit tussen de twee spiegelt. Tijd en ruimte worden elastisch en buitelen over elkaar als beeld en dialoog niet meer naadloos in elkaar overlopen. Het legitimeert een liefde die dat daar buiten niet is en maakt het de twee mogelijk te fantaseren over een coming out waarin ze die vermalijde chapati’s in hun eigen appartement kunnen maken voor elkaar, in plaats van voor een man. Ondanks de politieke agenda is Wahiu toch nerveus als de vleesscènes aan bod moeten komen, en dat is te merken aan de manier waarop Kena wat lafjes over een stukje gebloemde stof op een niet nader identificeerbaar lichaamsdeel aait. Niet elke film hoeft zo expliciet te zijn als La Vie d’Adele van Abdellatif Kechiche, maar Kahiu ontbeert de cinematografische grammatica om het geheel meer te laten zijn dan de som van de delen.

Dit uit zich met name in de levenloze bijrollen die opzichtig ten tonele verschijnen op het moment dat het verhaal wat aandrijving nodig heeft om naar het volgende obstakel toe te bewegen. Een jaloerse vriendin, een roddeltante, een man die niets doorheeft…Het krijgt geen diepgang. De stad voelt desolaat en uitgestorven aan, omdat er nooit iemand anders in rondloopt dan de tien mensen die we al kennen. Ook de relatie tussen Kena en Ziki wil ondanks de energie van de twee debuterende actrices maar niet beklijven. Toegegeven, het is het portret van een jeugdige liefde waarbij elkaar in de ogen kijken genoeg is om het die naam te geven, maar de romantische clichés waar het flinterdunne Rafiki zwaar op leunt gaan op den duur vervelen. Niet alles in de lesbische liefde hoeft zwaar of vernieuwend te zijn, maar doordat Wahiu krampachtig vasthoudt aan de conventies blijft de film toch steken in de onbeholpen montage en oppervlakkige interacties.

Wat dat betreft lijkt Rafiki in veel opzichten op If Beale Street Could Talk van Barry Jenkins. Een film over ware liefde tussen twee zwarte mensen in het racistische Amerika, en een film als mission statement over wat goed en slecht is. Een film die er net als Rafiki zo op is gebrand de onmogelijke liefde lyrisch in beeld te brengen, dat elke interne complexiteit wordt weggepoetst of aan de interferenties van de buitenwereld wordt toegeschreven. Hierdoor ontbeert het beide films aan textuur en blijft uiteindelijk alleen maar het verlangen van de regisseurs over om een verhaal te vertellen omwille van het verhaal. Dat staat niet gelijk aan het maken van een onvergetelijke film, alle weelderige shots ten spijt. Rafiki is een film voor deze tijd en niet meer dan dat.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken