Nu aan het lezen:

R-patz & K-stew 2.0

R-patz & K-stew 2.0

 

Over iets meer dan twee maanden is het alweer tijd voor de onvermijdelijke eindejaarslijstjes en van een paar films kan  ik al wel met zekerheid zeggen dat ze daarin gaan komen. Twee daarvan zijn Personal Shopper, de film van Olivier Assayas die hier eerde dit jaar draaide, en het net verschenen Good Time van de Safdie broers. De hoofdrolspelers van die twee films zijn respectievelijk Kristen Stewart en Robert Pattinson, twee acteurs die nog altijd vaak in één adem worden genoemd met de Twilight-films. En dat mag nu wel eens klaar zijn. Beiden zijn in hun acteren een nieuw leven begonnen na Twilight en hebben inmiddels bewezen veel meer te zijn dan de rollen die hen wereldberoemd maakten.

Kristen Stewart in Speak (Jessica Sharzer, 2004)

Dat Stewart zich zo moest bewijzen voor het publiek en ook critici is eigenlijk vreemd, want ze had al voor de Twilight-saga laten zien te kunnen acteren. Met ouders die allebei in de televisie-  en filmwereld werkten, rolde de Amerikaanse al vroeg de industrie in. Op haar twaalfde brak ze door als dochter van Jodie Foster in David Finchers Panic Room. In de jaren daarna speelde ze overtuigende bijrollen in onder meer Undertow en Into the Wild en in 2004 droeg ze het high-school drama Speak van Jessica Sharzer, over een meisje dat verkracht wordt op een feestje en daar niet over kan praten.

En ook tijdens de Twilight-jaren speelde ze sterke rollen; als Joan Jett in The Runaways en als stripper in Welcome to the Rileys. In die laatste rol heeft ze wel iets verbetens, wat haar vaker plaagde in die periode (en overigens goed werkte in haar rol in Camp X-ray als bewaker in Guantánamo Bay die tegen alle regels in een band opbouwt met een gevangene). Wellicht omdat ze zich zo graag wilde bewijzen. Waarbij de ironie natuurlijk is dat pas op het moment dat ze dat losliet, er ademruimte in haar spel kwam, en ze daadwerkelijk overtuigde. Dat gebeurde in Clouds of Sils Maria, haar beste rol tot dan toe, die haar een César voor beste actrice opleverde. Het was ook haar eerste samenwerking met Olivier Assayas, die vervolgens het script van Personal Shopper speciaal voor haar schreef.

Robert Pattinson in Harry Potter and the Goblet of Fire (Mike Newell, 2005)

Pattinson brak door met een rol die exemplarisch bleek te zijn. Als Cedric Diggory in Harry Potter and the Goblet of Fire speelde hij de knapste jongen van de school. Ook tijdens de Twilight-jaren werd de Brit vooral gecast als pretty boy in onopmerkelijke films als Remember Me, Water for Elephants en Bel Ami. Maar in het jaar dat de laatste Twilight-film uitkwam maakte hij de opvallende keuze voor David Cronenberg (en Cronenberg voor hem). Cosmopolis (een film die overigens veel meer liefde verdient) was de film waarmee hij brak met zijn imago als tieneridool en (ook al had hij dan al een vampier gespeeld) voor het eerst echt gevaarlijk durfde te zijn.

Het bleek een kantelpunt te zijn dat hij in de jaren erna, met rollen in onder meer David Michôds moderne western The Rover en Anton Corbijns Life bevestigde. Duidelijk zoekend in die films naar de antithese van zijn levenloze vampierrol in Twilight. Iets wat hij is blijven doen en waarvan Good Time wellicht als het voorlopige culminatiepunt kan worden beschouwd.

Kristen Stewart in Certain Women (Kelly Reichardt, 2016)

Zowel Pattinson als Stewart waren de laatste jaren vaak te zien in bijrollen. En los van de druk om een film te dragen zijn juist die kleine rollen memorabel gebleken. Zoals die van Pattinson in Brady Corbets indrukwekkende regiedebuut The Childhood of a Leader en recent nog in James Gray’s The Lost City of Z, waarin hij bijna onherkenbaar de diep in de jungle afreizende Henry Costin speelt. Stewart maakte indruk in Still Alice (wat een verdienste is met een ijzersterke Julianne Moore in de hoofdrol) en was een van de weinige lichtpuntjes in het verder wat mislukte experiment Billy Lynn’s Long Halftime Walk van Ang Lee. Maar de beste bijrol van Stewart is in Kelly Reichardts Certain Women en dan vooral de twee scènes waarin ze een bord soep en een halve burger eet in een smoezelige diner.

Nu de Twilight-jaren steeds verder achter hen liggen, lijken beide comfortabeler met hun acteur-zijn. Stewart is steeds beter in staat haar kwetsbaarheid in te zetten. Haar acteren heeft iets transparants,  wat in Personal Shopper wellicht het beste tot uiting komt. De grens in die film tussen personage en acteur wordt bewust opgezocht en vervaagd. En precies dat is ook wat in Good Time bij Pattinson gebeurt. Ook hier zien we iets van de acteur zelf, of althans een bewustzijn van het beeld wat mensen van hem hebben. Wanneer je als acteur dat grensgebied kunt opzoeken en abstract kunt houden, creëer je een soort geheim wat maakt dat je als toeschouwer naar zo’n acteur wil blijven kijken.

Robert Pattinson in The Lost City of Z (James Gray, 2016)

En voor wie dat net als ik graag doet, is er nog genoeg om naar uit te kijken. Stewart is de komende jaren te zien in de films van een aantal zich vestigende namen als William Eubank (die eerder de slimme sciencefictionfilm The Signal maakte) en Craig Macneill (verantwoordelijk voor het verontrustende The Boy). Maar vooral Pattinson heeft een indrukwekkende reeks aankomende projecten. Zo staan films van Claire Denis en Harmony Korine in de planning en later dit jaar verschijnt hij ook in Damsel, van de broers David en Nathan Zellner, die al een aantal jaar onder de radar interessante films maken. Maar de opvallendste titel is misschien wel Idol’s Eye, de nieuwe film van – jawel – Olivier Assayas. Voorlopig zullen Stewart en Pattinson dus nog wel in één adem genoemd worden. Maar laat het dan in elk geval zijn omdat ze twee van de interessantste acteurs van hun generatie zijn.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken