Nu aan het lezen:

Que Dios Nos Perdone

Que Dios Nos Perdone


De geest van La Isla Mínima waart rond in het vakkundige gemaakte Que Dios Nos Perdone, waar de jacht op een seriemoordenaar het perfecte uitgangspunt is om dieper in de levens van twee tegengestelde rechercheurs te graven.

Madrid is in 2011 een beerput die riekt in de zomerhitte. Tijd voor een pauselijk bezoekje naar de zondige Spaanse hoofdstad, maar massale protesten tegen de economische crisis leggen al snel alles plat. Alsof dat niet genoeg is voor het Madrileens politiecorps, wordt er ook nog een dode bejaarde gevonden die schijnbaar van de trap is gedonderd. ‘Weer een fan van Atlético?’, grapt smeris Alfaro als hij het lijk bekijkt dat gebroken op de treden ligt. Dit blijkt toch geen simpel ongelukje te zijn als Alfaro’s partner Velarde opeens wat aanwijzingen vindt. Het oudje is bruut verkracht en mishandeld.

Alfaro en Velarde zijn op het eerste gezicht elkaars tegengestelden. Het is die overbekende dynamiek van good cop versus bad cop. Alfaro kan zich met zijn korte lontje meten aan Jimmy “Popeye” Doyle uit The French Connection. Niet dat hij zich altijd zo kan uitleven. Aan het begin van de film zien we hem praten met een psycholoog. Uit het ongemakkelijke gesprek wordt duidelijk dat hij een collega flink te grazen heeft genomen. Of Alfaro zijn agressieve gedrag kan veranderen blijft de vraag. Acteur Roberto Álamo geeft deze driftkikker perfect gestalte in een rol die schakelt tussen ingehouden zuidelijk temperament en momenten waarin hij met zwarte humor probeert te relativeren.

Velarde is daarentegen geen Iberische macho. Hij stottert en leeft op zichzelf in een klein appartement. Hij heeft ook iets autistisch in zijn manier om een zaak tot in de puntjes te onderzoeken. Het is een beetje een cliché zoals wij dat kennen uit de serie The Bridge met de compulsieve perfectioniste Sarah Lund. Acteur Antonio de la Torre geeft Velarde wel geleidelijk meer diepgang en complexiteit mee. Er zijn de Fado-plaatjes die hij afspeelt op zijn draaitafel terwijl hij zijn schoonmaakster bespiedt die in de gang aan het werk is. Hij heeft iets aandoenlijks tegenover de overrijpe mannelijkheid van Alfaro, maar is hij wel echt zo zachtaardig?

Que Dios Nos Perdone
kan zich binnen het misdaadgenre scharen achter het Zuid-Koreaanse Memories of Murder, het eerste seizoen van de serie True Detective en natuurlijk La Isla Mínima (waar De la Torre overigens ook een bijrol in heeft) van landgenoot Alberto Rodríguez Librero. Wat die titels verbindt is dat het naast het oplossen van een zaak ook gaat over de psyche van de agenten. Waar er normaal in films en series niet al te veel onduidelijkheid is omtrent goed of slecht, gooien deze producties je in de morele duisternis.

Dat is een realistisch en actueel uitgangspunt in een tijd waarin autoriteit steeds vaker ter discussie wordt gesteld en waar de politie geregeld negatief in het nieuws komt. Dat roept vragen op over hun methoden en de moraal van de mensen die er werken. Worden deze schijnbaar rechtschapen dienders van de wet niet gecorrumpeerd door hun omgeving? Of zijn mensen met een grijs moreel kompas juist nodig om criminelen en moordenaars tegen te gaan?

Waar Que Dios Nos Perdon verder in excelleert is het tonen van een crisis binnen mannelijkheid. Álamo en De la Torre beelden dat overtuigend uit als twee kanten van dezelfde medaille. Er is een mooie scène waarin Alfaro aan Velarde vraagt om na een intens politieonderzoek nog een drankje te doen. Je merkt dat deze macho behoefte heeft om te praten, maar de onwennige Velarde wijst hem af. Omgekeerd is Velarde ook iemand die intimiteit zoekt maar niet weet hoe. Ze lijken naast hun rol als agenten niet goed om te kunnen gaan met het normale leven. Recherchewerk is wat ze met elkaar delen en ondanks hun verschillen merk je dat er wederzijds respect is. Toch is die band niet onbreekbaar naarmate het onderzoek vordert.

Regisseur Rodrigo Sorogoyen geeft dit alles een gestileerd realisme mee. Rauw en echt wordt afgewisseld door de couleur locale van Madrid. Van vieze steegjes en morsige appartementen gaan we naar statige boulevards en barokke kerken. De hitte en de jacht op de killer verbinden alles met elkaar. En waar in dit soort films mannen nog een kans op verzoening krijgen door de zaak op te lossen, ligt het in Que Dios Nos Perdone naar het einde toe veel complexer. Dat maakt deze Spaanse thriller een waardige opvolger voor het net zo sterke en ambigue La Isla Mínima.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken