Nu aan het lezen:

Posthorror (en echte horror)

Posthorror (en echte horror)


Het afgelopen jaar was bijzonder goed voor horror. Er was zelfs zo’n grote hoeveelheid kwaliteitshorrorfilms, dat er een nieuw begrip voor in het leven werd geroepen: posthorror. Steve Rose schreef erover op The Guardian en op Cine gaf Luuk Imhann het begrip duiding, waarbij hij onder meer Get Out en It Comes At Night als voorbeelden noemde. De term past in z’n letterlijke betekenis echter beter bij Insidious en The Conjuring. 

In de 21e eeuw is het horrorgenre grotendeels overgenomen door de jump-scare-attracties, waarin schrikeffecten het belangrijkste onderdeel zijn. Natuurlijk horen schrikeffecten al langer bij het genre — de eerste beroemde zit in Cat People, 1942 — maar de laatste jaren zijn ze haast definiërend geworden: als er geen jump scares in een film zitten, is dat voor sommigen reden om die film geen horror te noemen.

Nu is voor een goede jump scare wel degelijk spanningsopbouw nodig. Bij een komedie springen we niet op wanneer iemand onverwacht de hoek om komt. Een scène moet al onheilspellend zijn, wil een schrikmoment je echt laten schrikken. Jump scares vergen dus beheersing van filmische grammatica en hebben zeker hun plek binnen het horrorgenre. Maar echt eng zijn ze niet. Het gaat juist om de ontlading van spanning. Meestal zijn jump scares dan ook anticlimactisch: hetgeen dat ons zo liet schrikken blijkt maar een kat te zijn en we kunnen opgelucht ademhalen. Zeker nu mainstream horrorfilms steeds meer leunen op de frequentie van jump scares, is dat ook noodzakelijk. Als je elke tien minuten je publiek wil laten schrikken, kan het niet iedere keer menens zijn.

Schrikken en dan opgelucht giechelen. Is dat horror? De jump scare is een stijlmiddel uit het horrorgenre, maar de films waarin dergelijke schrikmomenten overheersen — Insidious, The Conjuring, Annabelle — wijken doorgaans op fundamenteel niveau af van traditionele horror. Ze beheersen weliswaar de stilistische conventies van het genre, maar ontberen de subtekst. In oudere spookfilms — The Innocents, The Haunting, The Shining, The Amityville Horror, Poltergeist — was een geest nooit alleen maar een geest. Spoken en monsters representeerden onderdrukte gevoelens of maatschappelijke problemen. De golf populaire horrorfilms van pakweg het laatste decennium imiteert de klassiekers, maar ontdoet ze van hun betekenis. De bangmakerij appelleert niet meer aan realistische angsten, zoals lichamelijk verval (The Fly), ouderschap (Rosemary’s Baby), gevoelens die je niet de baas kunt (The Haunting), rouw die nooit verwerkt wordt (Don’t Look Now), de ineffectiviteit van gezag (Halloween), de nutteloosheid van kennis (Scream): die onderlaag, het fundament waarop horror gebouwd wordt, is weg. Nu hebben we een huis dat instort zodra we binnentreden.

Gelukkig zien we de laatste paar jaar een terugkeer naar traditionele horror in de mainstream: The Babadook, It Follows, The VVitch, It Comes At Night en natuurlijk Get Out. Ook in het filmhuis is er weer plek voor horror, met Raw, Thelma, Personal Shopper, The Killing of a Sacred Deer en een verrassend grote selectie op het IFFR. Deze films krijgen van sommige critici het label posthorror, maar zijn staan gewoon in de traditie van Nosferatu, The Texas Chain Saw Massacre en The Blair Witch Project. Nee, Personal Shopper lijkt niet op The Exorcist. Maar The Exorcist lijkt ook niet op Bride of Frankenstein, en niemand zal beweren dat dat geen horrorfilms zijn. Wat ze gemeen hebben is dat ze gebruik maken van diepe menselijke angsten als fundament voor hun verhaal. Dat maakt horror. Het genre heeft altijd voorop gelopen als het gaat om filmische vernieuwingen, van het Duits expressionisme in Nosferatu tot de found footage van The Blair Witch Project: je zou kunnen zeggen dat het verkennen van de stilistische mogelijkheden en het breken met tradities bij horror hoort, meer dan bij elk ander genre. Dat veel van de huidige griezelgolf dus ‘geen traditionele horrorfilms’ zijn, maakt hun plek in het genre niet minder gepast. Het label posthorror past beter op films die slechts de oppervlakkige stijlkenmerken van het genre gebruiken, zoals Insidious, maar ook de meeste tienerslashers van de jaren 80 en 90 en de martelporno van de jaren 00. Die films zijn de zombies van een genre: het lichaam loopt nog, maar de geest is verdwenen. Gelukkig is de echte horror weer herboren.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken