Nu aan het lezen:

Paterson

Paterson

In het eerste jaar van mijn studie Theaterwetenschap in Amsterdam woonde ik nog in Leusden. De dagelijkse treinritten gebruikte ik om toneelstukken te lezen. Dat leidde nogal eens tot gesprekken die altijd begonnen met de verbaasde constatering dat ik toneel las. En vrijwel altijd waren het mensen die zelf iets met theater hadden gedaan of nog deden. Was dat stom toeval? Of was hier een wet van het universum werkzaam die maakte dat ik elke keer bij deze mensen kwam te zitten en zij bij mij?

Dat Paterson (Adam Driver in een rol waarvoor hij geboren lijkt), een buschauffeur die in zijn vrije momenten poëzie schrijft constant mensen op zijn pad tegenkomt die ook dichten, is zo’n zelfde anomalie die misschien wel helemaal geen anomalie is. Net als het feit dat Paterson woont in Paterson, New Jersey. Of dat hij overal tweelingen ziet nadat zijn vriendin Laura (Golshifteh Farahani) hem een droom heeft verteld waarin ze een tweeling kregen. Het zijn de wonderlijke toevalligheden die het leven ons toewerpt, alleen zijn we vaak te gehaast om ze op te merken.

En het is precies waar Jarmusch zijn film van bouwt. Plot is er niet, conflict ook nauwelijks. We zien simpelweg zeven dagen uit het leven van een buschauffeur en zijn vriendin. Hoe hij naar zijn werk gaat, tussen de middag de sandwich eet uit het trommeltje dat Laura elke dag speciaal voor hem inricht. Hoe zij thuis de gordijnen en haar eigen jurken verft. Hoe hij ’s avonds zijn Engelse bulldog Marvin uitlaat en onderweg altijd stopt bij dezelfde bar en in de zwijgzame bubbeltjes van zijn bier staart of keuvelt met de andere cafégangers, die er gisteravond ook waren en morgen opnieuw. Want we zijn allemaal gewoontedieren.

We zien hoe hun dagen variaties zijn op hetzelfde patroon, door Jarmusch prachtig gevat in de shots waar hij de dagen mee begint. Van Paterson en Laura slapend in bed, telkens in een net andere houding. Het patroon is zo consistent dat Paterson er blind op vertrouwt dat zijn interne klok hem elke ochtend rond kwart over zes wekt. Zelden zien we de liefde zoals Jarmusch haar toont in Paterson. Niet de passie van het opvlammen of de misère van het uitdoven, maar dat ondramatische punt waar de liefde zich met een zeker comfort heeft ingesleten.

En voor Jarmusch is die ingesletenheid geen doembeeld. Het is onmogelijk te ontsnappen aan een zekere routinematigheid en dat is helemaal niet erg, zo lang je maar oog houdt voor de variaties die zich voordoen. Of dat nou een eekhoorn is die een boom in rent of een aspirant-rapper die staat te oefenen in de wasserette. Zijn werk doet Paterson met tevredenheid. Luisterend naar de gesprekken van de passagiers met een minzame glimlach op zijn gezicht terwijl de weerspiegeling in de voorruit de wereld in elkaar doet schuiven en de nieuwe sneakers van het jongetje dat in de bus zit net een stukje boven de vloer bungelen. Het is het soort poëzie dat je ook in de teksten van Spinvis vindt of in de foto’s die Tom Hanks maakt van op straat verloren handschoenen. Het is het soort poëzie dat je zo makkelijk kan ontgaan.

En misschien is dat wat Paterson ervan weerhoudt zijn gedichten te publiceren, ook al spoort Laura hem nog zo aan. Vervoersmiddelen zijn vaak prominent aanwezig in het werk van Jarmusch. Treinen, paarden, taxi’s. Ze dragen een belofte in zich. Dat ze je ergens zullen brengen, een bestemming, de verwezenlijking van een droom misschien. Maar Paterson rijdt elke dag hetzelfde rondje. Hij leidt geen opmerkelijk leven en streeft daar ook niet naar en juist van daaruit vindt hij de poëzie. Ambitie eist een blik die altijd vooruit gericht is, maar zoals Spinvis zong: “Als je omkijkt zie je net nog iets dat niemand had gezien.”

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken