Nu aan het lezen:

De P van Paris is Burning

De P van Paris is Burning

In Hiding in Plain Sight zoeken we op Netflix films, series of documentaires die meer aandacht verdienen dan ze krijgen. En dat doen we op alfabetische volgorde. Deze week zijn we bij de P van Paris is Burning.

De documentaire Paris is Burning was in 1990 voor velen onthullend. Waar termen als ‘fierce’ en ‘shade’ tegenwoordig zelfs in het heteroseksuele vocabulaire gemeengoed zijn en iedereen (ook dankzij Madonna) weet wat voguing is, was de bakermat ervan eind jaren tachtig een voor de buitenwereld onbekende subcultuur. Jennie Livingston dook een aantal jaar in de zogeheten ballroom scene in New York: voornamelijk Afro-Amerikaanse en Latino homo’s kwamen samen op deze balls om in een soort hybride van danswedstrijd en schoonheidsverkiezing met elkaar in competitie gaan. Livingston wisselt beelden van de balls af met interviews met een aantal vooraanstaande figuren in het circuit.

Veel van de categorieën op de balls zijn helemaal niet extravagant, maar juist alledaags. En daarin schuilt ergens een verlangen naar normaliteit. Naar onderdeel zijn van een maatschappij. Als zwarte man sta je al met 2-0 achter, stelt André Christian, een van de hoofdpersonen in de film. Als homoseksuele zwarte man met 3-0. In deze New Yorkse undergroundscene creëren ze een soort fantasievariant op de ‘echte’ wereld die zowel parodie is als de representatie van een oprecht verlangen. Hier kun je alles zijn. Niet alleen openlijk homoseksueel of transgender. Maar ook: een filmster of rijke barones. En: een zakenman, een schoolmeisje, een nerd.

De competitie op de balls gaat in een soort teamverband. Er zijn verschillende huizen die met elkaar concurreren. Ergens noemt iemand die huizen grappend ‘gay street gangs‘, maar de vergelijking is aardig passend. Deze jongeren hebben nauwelijks kansen. Ze zijn arm, velen staan met ten minste een voet in de criminaliteit. Het merendeel van hun kleding is gestolen of gefinancierd met prostitutie.

In 1997 schreef Judith Butler het artikel ‘Gender is burning’ waarin ze stelt dat gender performatief is. Een argument waarvoor ze Paris is Burning als case study gebruikt. Genderidentiteit wordt volgens haar niet bepaald door het biologische geslacht waarmee we worden geboren, maar door ons handelen en de wijze waarop we daarin het heersende idee van mannelijkheid en vrouwelijkheid imiteren. Ook al is Butlers theorie deels weerlegd in de loop der jaren, het artikel is nog steeds baanbrekend in het voorstel genderidentiteit niet zo rigide te koppelen aan biologisch geslacht. Zoals ook Paris is Burning daarin ogen opende.

Livingston kreeg ook kritiek op haar documentaire. Ze zou de film, als witte vrouw, gemaakt hebben vanuit een geprivilegieerde positie en de subcultuur neerzetten als een curieuze bezienswaardigheid. Wat mij betreft onterechte kritiek. Vooral in de interviews geeft ze haar subjecten volop ruimte om op niet zelden gevatte, intelligente en welbespraakte wijze hun levensvisie en opinies uit de doeken te doen. Om kortom meer te zijn dan een bezienswaardigheid.

De feministe bell hooks stelde daarnaast dat in de film het ideaalbeeld van witte vrouwelijkheid wordt verheerlijkt. Dit klopt ten dele zeker. Venus Xtravaganza spreekt dat ideaal zelfs uit: ‘I would like to be a spoiled, rich white girl.’ Maar het is van belang te onderstrepen dat dit niet het ideaalbeeld van de film of filmmaker is, maar van (een aantal van) de deelnemers aan de balls. En juist daarin zit de sociale kritiek van de film. Het laat zien dat in deze maatschappij geen plek is voor wie afwijkt van de witte, heteroseksuele norm. Zij verlangen er niet naar om een witte vrouw te zijn, maar naar de positie van de witte vrouw. Dat dit bij een aantal van hen ook leidt tot een afkeer van hun eigen huidskleur is afschuwelijk, maar helaas wel een realiteit. En juist door die complexe paradoxen in de film te laten, maakte Jennie Livingston met Paris is Burning een documentaire die nog altijd fascineert.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken