Nu aan het lezen:

Orde, chaos en fascisme in The Lion King

Orde, chaos en fascisme in The Lion King

Wie de wereld anno 2018 wil begrijpen, kijkt The Lion King. Dé millennialfilm was nog nooit zo actueel als nu.

The Lion King is totaalamusement met, om met P.T. Barnum te spreken, ‘something for everyone.’ Avontuur, humor, ontroering, romantiek, popfilosofie, liedjes – en ook ideologisch heeft de film iedereen wel iets te bieden. Althans, iedereen die gelooft dat alle politieke stromingen uiteindelijk fascisme zijn.

Er is een moment dat The Lion King heel duidelijk en oncontroversieel gebruik maakt van fascistische esthetiek: tijdens Scars schurkenlied Be Prepared zien we honderden hyena’s in ganzenpas marcheren in een weinig subtiele verwijzing naar de nazi’s. Het kleurenpalet wordt grauwer en het rotslandschap krijgt plots strakke lijnen, om de associatie met Leni Reifenstahls nazipropagandafilm Triumph des Willens te versterken. Die visuele referentie nodigt uit Scars ideologie te vergelijken met die van echte politici. Hitler is natuurlijk aanwezig, maar je kunt ook makkelijk een Donald Trump in hem zien, of, dichter bij huis, een Thierry Baudet of Theo Hiddema: ze delen de combinatie van elitarisme, zelfverheerlijking, selectief populisme en theatraal verzet tegen de gevestigde orde (waarvan ze al hun hele leven deel uitmaken).

Maar ook onder Mufasa’s bewind zou de Pride Rock niet misstaan in een film van Riefenstahl. Dat is het probleem met films waarin machthebbers verheerlijkt worden: je komt nu eenmaal heel snel uit bij fascistische esthetiek. Maar laten we eens kijken naar de ideologie van Mufasa, de zogenaamd rechtvaardige koning. In zijn wereldbeeld is er een natuurlijke orde waarin iedereen zijn plaats heeft: de kringloop van het leven. Niet geheel toevallig staat de verkondiger van deze filosofie bovenaan de voedselketen. Onderaan bungelen de hyena’s, door Mufasa naar een getto verbannen. In de Pride Lands geldt strikte segregatie. (In de Nederlandse versie van de theatermusical die op dit moment te zien is, zijn de hyena’s trouwens de enige personages in de grotendeels zwarte cast die met een – vet aangezet – Surinaams accent spreken.) Verder worden alle dieren geacht de grote leider en zijn familie te aanbidden. Niet om wat ze doen, maar om wat ze zijn: Simba is nog maar net geboren of de hele savanne moet voor hem buigen.

In zijn beroemde essay Ur-Fascism beschreef Umberto Eco de cultus van traditie als typerend voor fascisme. Binnen die cultus is er sprake van syncretisisme: verschillende gebruiken groeien naar elkaar toe en worden uiteindelijk beschouwd als deel van dezelfde cultuur, ook als ze met elkaar in conflict zijn. Een voorbeeld is de manier waarop verschillende Europese volkeren in de verbeelding van veel fascisten deel uitmaken van een zogenaamde ‘westerse cultuur’. Het idee is dat alle volkeren die leefden in het diverse gebied dat we nu Europa noemen, van de oude Grieken tot de Kelten tot de Noormannen tot de Romeinen, allemaal dezelfde ‘Europese’ kernwaarden in zich droegen. Dat syncretisisme zien we ook in de manier waarop The Lion King omgaat met het concept ‘Afrika’: een shot van de Kilimanjaro in de openingsscène situeert de film in Tanzanië, maar de eerste regels van het lied dat we ondertussen horen, Circle of Life, zijn in het Zulu. ‘Simba’ is Swahili voor leeuw, ‘Mufasa’ is Manazoto voor koning. Kortom, alles wat ‘Afrikaans’ is wordt op een hoop gegooid. Allemaal deel van dezelfde traditie, dezelfde cultuur.

Dat gegeven is onlosmakelijk verbonden met het taboe op het kritisch bevragen van tradities. Zoals Eco zegt: ‘[T]here can be no advancement of learning. Truth has been already spelled out once and for all, and we can only keep interpreting its obscure message.’ Hoe de samenleving hoort te functioneren, staat vast. Simba twijfelt of hij wel mee wil werken aan dit systeem, maar accepteert uiteindelijk de rol waarvoor hij voorbestemd is, nadat zijn vader hem vanuit de hemel toegesproken heeft. Sterker nog, hij eist die rol agressief op met zijn terugkeer naar de Pride Lands en zijn aanval op Scar. Hij wordt de sterke man die de macht neemt die hem toekomt. En ja, het is relevant dat hij een man is: de tientallen leeuwinnen die lijden onder Scars schrikbewind beklagen zich weliswaar al voordat Simba terug is, maar komen pas echt in opstand als ze hun mannelijke leider weer hebben. Is Mufasa’s weduwe Sarabi geen koningin? Dat komt nooit ter sprake. Alleen de koning telt. De koning is Scar, en pas als blijkt dat zijn koningsschap niet is verkregen volgens de regels der monarchie, mag hij van de troon gestoten worden. Dat zijn regentschap tot honger en misère leidde, was geen reden voor een revolutie. Het echte onrecht zat erin dat Scar de macht niet hóórde te hebben.

Zelfs de natuur is zich van dit onrecht bewust: onder Scars bewind drogen de Pride Lands uit en is het er voortdurend bewolkt. Een heel directe interpretatie van het populaire idee dat bij een land een vaste identiteit hoort. Het letterlijke land, de grond waarop we leven, komt in opstand als er te veel verandert. Als Baudet en Wilders waarschuwen voor een dreigend verlies van ‘de Nederlandse cultuur’, moeten we hun doemscenario’s zien als de Pride Lands onder Scar. Hier mag de ‘oorspronkelijke cultuur’ niet bestaan. Een mooi voorbeeld daarvan is de zeldzaam metatekstuele scène waarin Scar de gevangen Zazu opdraagt iets voor hem te zingen. Zazu komt met zijn versie van een protestlied: hij zingt It’s a Small World After All, het nummer dat het meest geassocieerd wordt met Walt Disneys eigen utopie Disneyland. Scar legt hem onmiddellijk het zwijgen op. Díe cultuur is dood. Ook de naam Mufasa mag niet meer genoemd worden.

The Lion King plaatst dus twee vormen van fascisme tegenover elkaar. Het traditionalisme, de strikte hiërarchie, het machismo, de orde en de machtsverheerlijking die bij fascisme horen worden gevierd, terwijl de antagonist expliciet als een fascist gecodeerd wordt, met zijn marcherende militaire macht en zijn verbod op bepaalde culturele uitingen. De chaos onder Scars bewind herinnert ons er bovendien aan dat demagogen vaak niet weten wat ze moeten, als ze de leiding eenmaal hebben. Scar hangt wat rond, klaagt tegen de leeuwinnen dat ze niet genoeg jagen en komt met geen enkele oplossing. Het doet denken aan de woorden van de hertog in Pier Paolo Pasolini’s Salò o le 120 Giornate di Sodoma: ‘Wij fascisten zijn de werkelijke anarchisten, zodra we de macht hebben.’

Scars chaotische fascisme verliest het van Simba’s ordelijke fascisme. Een fascismeloze wereld kan The Lion King zich echter niet voorstellen. Die optie bestaat eenvoudigweg niet. Het is of goed fascisme, of slecht fascisme. Geen alternatief. Het punt: Trumps presidentschap had niet als een verrassing moeten komen in een wereld waar dit verhaal zo’n populariteit geniet.

Vanavond, 4 oktober, toont Cine The Lion King in LAB111. Er zijn nog kaartjes.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken