Nu aan het lezen:

Nocturne

Nocturne

Nocturne is een manische afdaling in de krochten van een getormenteerde psyche. Maar de film lijkt voornamelijk te willen imponeren met trucjes. Typerend voor het onzekere narcisme in deze tijden van doorgeslagen productiviteit.

Het regiedebuut van Viktor van der Valk is een wervelwind die over het doek raast met als rode draad de beslommeringen de jonge regisseur Alex, gespeeld door zijn broer Vincent (Gluckauf). Gedurende een nacht is er heisa rond de productie van zijn film. Een amalgaam van opdringerige producenten, vriendinnetjes voor wie geen liefde meer is, wat pistolen en vooral impressionistische introspectie.

Leidende draad is de zoektocht naar inspiratie, liefst buiten de gebaande paden. Iets wat de film zelf ook is. Er is een speelsheid die de opening luidkeels aankondigt met een verwijzing naar het theater van Berthold Brecht. Maar wat Nocturne vooral meegeeft, is het gevoel van claustrofobie. Alex’ wereld is zo beklemmend als de vervreemdende wereld waar Jozef K. uit Het proces van Franz Kafka zich in bevond. De anonieme straten zijn immer grauw, slechts opgelicht door een sigaret of makkelijk buigbare lantaarnpaal. Van der Valk gooit het decor en de prangende starende blikken door een stilistische blender, die er telkens aan herinneren dat Nocturne zelf ook een film is. Het doet in de verte denken aan Europa, waar Lars von Trier met verstikkend maniërisme eenzelfde nervositeit à la Kafka oproept.

Net als Europa zweept ook Nocturne op. Het piekeren en het afdalen in het binnenste van Alex grijpt aan. Associatief springen de beelden in elkaar over. Het abrupte doet snakken naar adem, net als Alex continue op de huid gezeten wordt door bezetenen die iets van hem willen. Wát is onbekend, maar dit versterkt juist het onbehagen. De manier waarop cameratechnieken elkaar verdringen om het sombere stadslandschap en haar gevangenen in beeld te brengen lijkt qua geestdrift op de Franse wildebrassen van de Nouvelle Vague uit de zestiger jaren.

Dit plezier is wel gekanaliseerd naar onrust in tegenstelling tot de geestdrift. De angsten tonen daarbij vooral een zelfingenomen vertwijfeling die kenmerkend is voor de generaties die opgroeiden met het credo dat alles kan. Hard werken om iets te betekenen in een betekenisloze samenleving is tegenwoordig geïnternaliseerd. Alex lijkt als flinterdunne projectie van de makers zelf de personificatie van deze bekommernis. Ondanks de openhartigheid van de voice-overs blijft het verhaal hangen in de verering van de getormenteerde artiest die verheffing brengt met zijn creatie. Deze navelstaarderij plaatst de kunstenaar op het verkeerde voetstuk, dat van de zelfverheerlijking. Het dit jaar eveneens verschenen At Eternity’s Gate vertelt in dat opzicht een oprechter verhaal over artistieke beslommeringen.

Het narcisme blijkt ook uit de missie van zogenaamd filmisch plezier. Met de zelfvoldane air lijkt de wervelwind van impressies vaak bedoeld om te imponeren. Von Trier weet in Europa eenzelfde impuls te bedwingen voor een grandioos benauwende climax, iets waar Van der Valk met zijn co-scenarist niet volledig in slaagt. Zij zijn eerder ostentatief dan ongrijpbaar. Nocturne blijft veelal een verzameling foefjes als een gaas om mondain modern narcisme heen gespannen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken