Hoge verwachtingen alom voor Nocturnal Animals, de tweede film van voormalig modeontwerper Tom Ford. De choquerende openingsscène belooft een morsig exposé van de decadente Amerikaanse kunstscene. Corpulente naakte dames geven een heuse titty twister show. Hun vetkwabben bungelen in slow motion op weelderige orkestrale muziek.

Het blijkt een gladde afleidingsmanoeuvre die Ford opvolgt met een beklemmende en desoriënterende montage. Amy Adams die verdwaald lijkt te zijn op een expositie. De beelden van de zwaarlijvige dames die terugkeren als filminstallaties in een white cube galerieruimte. En fragmenten van snelwegen met onophoudelijke verkeersstromen geschoten vanuit de lucht. Het dompelt je op hypnotiserende wijze onder in een film die dweept met dieperliggende thema’s, maar met moeite het hoofd boven water kan houden.

Adams speelt succesvol galeriehoudster Susan Morrow die alle statussymbolen heeft verworven om dat te bewijzen: Een mooie villa in L.A., trendy vernissages waar de jetset met smart naar uitkijkt en een rijke en net zo succesvolle echtgenoot. Toch zijn er barsten merkbaar in Susans luxueuze ivoren toren. Manlief is soms wel erg lang op zakenreis. Hij zal toch geen affaire hebben? En al die kunst die zij voor miljoenen verkoopt, doet haar weinig. De gemakzuchtige shocktactieken en het doorzichtige cynisme spatten er van af, maar waar is de schoonheid?

Nocturnal Animals

Susans impasse voelt als een plattere versie van Paolo Sorrentino’s La Grande Bellezza, waar een geroemd schrijver in een decadente wereld tevergeefs zoekt naar zingeving door in zijn verleden te gaan graven. Nocturnal Animals mist de diepgang van die film en verandert geleidelijk in een vreemde en onbevredigende wraakthriller. Een narratieve lijn die in werking wordt gezet door schimmen uit Susans verleden.

Zij wordt door haar ex verrast met het manuscript van zijn nieuwe boek Nocturnal Animals. In een kwetsbare staat begint zij aan de roman, terwijl zij terugdenkt aan haar voormalige geliefde. Zo springt de film tussen twee werelden. Het ene moment zit je in Texas waar de hoofdpersoon van het boek (Jake Gyllenhaal) wraak wil nemen op de moordenaars van zijn vrouw en dochter. Vervolgens zijn er flashbacks van Susan die terugdenkt aan haar gedoemde relatie met de gevoelige schrijver Edward Sheffield (opnieuw Gyllenhaal). Zij liet hem op een belangrijk moment in zijn leven in de steek en begint weer gevoelens voor hem te krijgen. Maar waarom zoekt hij na jaren weer contact? En wat heeft zijn roman precies met haar te maken?

Nocturnal Animals is op papier een ambitieuze film. Helaas is de som van alle delen minder dan het geheel. Het thrillersegment is op geen moment spannend. De complexe relatie tussen Susan en Edward wordt afgezien van een intieme scène tijdens een diner niet goed uitgewerkt. En als een psychologisch portret van een ongelukkige vrouw strandt de film in clichés die je van een soap zou verwachten.

Onder de oppervlakte van deze manco’s schemeren grotere problemen door. De film is opgebouwd uit tegenstellingen. Er is de oprechte romantiek van Edward tegenover het opportunistische cynisme van Susan. De oppervlakkigheid van haar wereld wordt aangedikt door shots van minimale interieurs waar werken van Jeff Koons en Damien Hirst om aandacht schreeuwen: kunstenaars die symbool staan voor de teloorgang en vercommercialisering van kunst. Susans arty collega’s worden ook weinig vleiend in beeld gebracht en zijn vooral karikaturen die niet zouden misstaan in Absolutely Fabulous.

Nocturnal Animals

Als criticus van deze oppervlakkige en gekunstelde wereld heeft Ford wel een erg ambigue positie. Hij is zelf geen vreemde in het gebruik van shocktactieken als je afgaat op zijn controversiële reclamecampagnes. Die wetenschap plaatst de ranzige openingsscène van de film ook in een ander daglicht. Ford eet duidelijk van twee walletjes. Enerzijds lijkt hij afkeurend te zijn. Anderzijds gaat hij net zo makkelijk mee in het circus van de sensatiezucht.

Tegenover al die decadentie is er nog Gyllenhaals verstrooide schrijver en het rauwe Texas dat contrasteert met het kosmopoliete L.A.. Die tegenpolen staan nog voor een mate van zingeving zou je zeggen, maar in de film komen ze niet tot leven. Gyllenhaals Edward is een voorspelbare voortzetting van zijn eerdere rollen als onrealistische dromer met literaire pretenties in The Good Girl en Lovely and Amazing. Een stereotiepe romanticus die als personage verder niet ontwikkelt. Het Texas van de film is mooi geschoten in een weidse stijl die wij kennen van Terrence Malick en Wim Wenders, en dat is het dan. Zelfs een humeurige rechercheur gespeeld door Michael Shannon tilt het niveau niet omhoog. Zijn rol is simpelweg te klein, waardoor hij het op de automatische piloot gooit.

Het enige wat nog voor de film spreekt is het oogstrelende camerawerk en de strakke montage die het rommelige geheel nog enigszins bij elkaar probeert te houden. Als een geval van stijl boven inhoud legt de film het wel af tegen The Neon Demon die zich in een vergelijkbare verdorven jetset wereld afspeelt. Waar je de onsamenhangendheid van die verleidelijke film nog kon vergeven, barst Nocturnal Animals door zijn banale boodschap en tegenvallende conclusie uiteindelijk uit zijn voegen.

1 reactie

Geef een reactie

Annuleren

  1. Karina

    Deze prachtig geschreven recensie wekt bij mij de indruk dat dikke mensen weer eens worden weggezet als accessoires om wanstaltigheid uit te beelden – en meer niet. (Het alternatief is ‘de komische noot’). Of zie ik dat verkeerd?