Nu aan het lezen:

Negen eigenzinnige films uit Zuid-Korea

Negen eigenzinnige films uit Zuid-Korea

 

Deze week verschijnt Burning in de Nederlandse bioscopen. De film van Lee Chang-dong kreeg een recordaantal punten bij de journalistenpoll in Cannes en is daarmee een nieuw hoogtepunt sinds de Zuid-Koreaanse cinema rond de eeuwwisseling werd ontdekt door westerse distributeurs en toeschouwers. Sinds die tijd maakten verschillende Koreaanse regisseurs Engelstalige uitstapjes en kregen een aantal films een (onvermijdelijke) Amerikaanse remake. Toch zie je vaak dat in die vertaling naar het Westen iets verloren gaat van de unieke en eigenzinnige mix van stijlen en genres die de Zuid-Koreaanse cinema zo kenmerkt. Bij de release van Burning selecteerden we bij Cine een aantal van onze favoriete Zuid-Koreaanse film en regisseurs.  

 

Thirst (Park Chan-wook, 2009)

In ons recente lijstje van wraakfilms mocht de wraaktrilogie van Park Chan-wook niet ontbreken, maar om nou dezelfde films weer uit de kast te halen voor deze lijst zou flauw zijn. Zijn sfeervolle vampierfilm Thirst is echter ook zeer de moeite waard. Song Kang-ho speelt een katholieke priester genaamd Sang-hyun die in een poging een vaccin te vinden voor een dodelijke ziekte geïnfecteerd raakt door een portie besmet bloed en daardoor in een vampier verandert. Terwijl hij worstelt met zijn bloeddorst en toegenomen vleselijke lusten, ontmoet hij zijn oude jeugdvriend Kang-woo (Shin Ha-kyun) en diens schuchtere jonge echtgenote Tae-ju (Kim Ok-vin). Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en al snel ontstaat er tussen Sang-hyun en Tae-ju een stormachtige verhouding. In deze Gotische horrorfilm, gebaseerd op Thérèse Raquin van Émile Zola, verkent Park Chan-wook lust en schuldgevoel, bloeddorst en verlossing, seks en de dood. Song Kang-ho is na Joint security area en Sympathy for mr. vengeance wederom goed op dreef, maar het is Kim Ok-vin die als Tae-ju de film steelt met een rol waarin ze zich zonder moeite transformeert van suffe huismus tot wellustige minnares en van femme fatale tot meedogenloze moordenares.
Luuk van Huët

 

Hong Sang-soo

De films van de Zuid-Koreaanse regisseur en filmdocent Hong Sang-soo zijn heel formeel. Dat uit zich in het terugkeren van bepaalde elementen zoals een man die verliefd wordt op een jongere vrouw en dronkenschap, heel veel dronkenschap. Het meest opvallend is zijn narratieve chronologie. Het is vrijwel onmogelijk om de gebeurtenissen in zijn verhalen netjes op volgorde te plaatsen. Gebeurtenissen in de ene scène worden in een andere tegengesproken en lijken zich met kleine variaties te herhalen. Dit toont Hong Sang-soo zonder enige visuele hints en in een verder realistische stijl.

Dat maakt het voor mij vrijwel onmogelijk om een specifieke film van deze volkomen unieke filmmaker uit te kiezen. De man maakt bovendien twee à drie films per jaar dus er valt altijd iets nieuws te ontdekken. Die zie ik helaas niet allemaal, want Hongs enorme productie krijgt niet veel distributie. Ze halen hier zelden de filmhuizen, maar er is er in ieder geval vrijwel elk jaar een op IFFR te zien. Mocht je dus in de gelegenheid zijn om een film van Hong Sang-soo mee te pakken, doe dat dan vooral. De verwarrende structuur kan je misschien afschrikken, maar is een interessante uiting van een circulair tijdsperspectief. Maar zijn personages zijn vooral heel herkenbaar en de films zitten boordevol subtiele, droge humor. Mocht je meer over zijn individuele films willen weten, check dan vooral het ultralange stuk op Frameland over het oeuvre van Hong Sang-soo.
Bouke van Eck

 

Memories of murder (Bong Joon-ho, 2003)

Het is al lang niet meer origineel om Memories of murder de Zuid-Koreaanse Zodiac te noemen, maar de overeenkomsten tussen beide films zijn nu eenmaal iets te talrijk om te negeren. Net als zijn Amerikaanse tegenhanger vertelt dit vroege werkje van Bong Joon-ho over een waargebeurde reeks onopgeloste moorden en de impact hiervan op drie rechercheurs. Maar waar David Finchers meesterwerk zich afspeelt in een grauw San Francisco, is Memories of murder opvallend licht en landelijk; het eerste lijk wordt nota bene gevonden in een veld onder een stralend blauwe hemel. Het is het startsein van een slopend onderzoek met tal van losse eindjes en indirect bewijs, dat niemand ongeschonden laat. Zelfs een bedachtzame rechercheur uit Seoul die zich in de zaak mengt, heeft met het verstrijken der tijd steeds meer moeite het hoofd koel te houden. Sterk geschreven en geacteerd, maar vooral de kadrering en long takes maken indruk.
Thierry Verhoeven

 

The handmaiden (Park Chan-wook, 2016)

Het is wel even grinniken bij de trailer van de aankomende mini-serie The little drummer girl. ‘Made by the producers of EMMY winning THE NIGHT MANAGER! From MASTER spy novelist John Le Carré! En dan: by VISIONARY director Chan-wook Park!’ Visionary director; het is zo’n term die altijd gebezigd wordt in trailers als men geen idee heeft hoe ze de naam moeten verkopen. Het kan alle kanten op. Er is geen bekende filmhit aan te plakken. Het gros van de trailerkijkers zal ook geen idee hebben wie de man is. Maar gelukkig voor ons is het in dit geval absoluut waar, Park is een visionary director. Mensen met voelsprieten voor bijzondere films hadden hem zestien jaar geleden al in de gaten na Sympathy for mr. vengeance, het eerste deel van wat zijn wraaktrilogie zou worden. Met name het tweede deel Oldboy was zo’n film die via mond-tot-mond reclame bij de liefhebber van de betere Aziatische film terechtkwam. Een mindfuck, een must-see… Wie Oldboy had gezien wilde de film zo snel mogelijk doorspelen aan anderen. Het was Parks eerste echte visitekaartje naar de wereld.

Maar Parks geniale hamer daalde in 2016 definitief neer op het publiek met Ah-ga-ssi (2016). Geen film over een tennisser uit Las Vegas, maar een flamboyante Victoriaanse boekverfilming die onder de titel The handmaiden louter lof oogstte onder critici (en filmfans) wereldwijd. Het is vooralsnog Parks beste film die zich het best laat bekijken zonder al te veel voorkennis. Goed, de eerste tien minuten dan. We maken kennis met een Koreaanse oplichter ergens begin vorige eeuw die met de hulp van een wat simpele, vrouwelijke handlanger een slim plan heeft gesmeed om een Japanse erfgename van haar centen te ontdoen. De set-up voor een standaard oplichtersfilm zou je denken, maar voor je gapend achterover kan leunen rukt Park het tapijt van de voorspelbaarheid met een ruk onder je vandaan. En kijk je naar een totaal andere film waar meer lagen inzitten dan een Indonesische spekkoek. Meer vertellen zou een doodzonde zijn: ga die film zien. En met die Little drummer girl serie komt het piekfijn in orde. Ze hebben met Chan-wook Park echt een ware Visionary Director binnengehaald.
Vincent Hoberg

 

Save the green planet (Jang Jun-hwan, 2003)

Dat ze in Korea wel weten hoe wraak in beeld moet worden gebracht, wordt wel duidelijk als je afgaat op deze lijst. Eigenlijk mag Save the green planet daarin ook niet ontbreken. Het verhaal draait om een verknipte aanhanger van samenzweringstheorieën die ervan is overtuigd dat grote bedrijven worden gerund door buitenaardse wezens. Om de wereld te redden, ontvoert hij een belangrijke topmanager, die hij martelt om achter de waarheid te komen. Maar is deze ‘terrorist’ echt wel zo gestoord of zit er een kern van waarheid in zijn krankzinnige theorieën? Het knappe is dat de sympathie steeds verschuift in deze film, evenals de grens tussen fantasie en werkelijkheid. Daarbij irriteert acteur Shin Ha-kyun je eerst als de kidnapper met zijn vergezochte hersenspinsels. Maar gaandeweg wordt prijsgegeven waarom hij zo is en wat er op het spel staat.
George Vermij

 

Snowpiercer (Bong Joon-ho, 2013)

Bong Joon-ho is één van de meest succesvolle regisseurs van Zuid-Korea en met Snowpiercer maakte hij zijn eerste internationale film. Snowpiercer is een adaptatie van de Franse Graphic Novel Le transperceneige van Jacques Lob, Benjamin Legrand en Jean-Marc Rochette, de dialogen in deze Zuid-Koreaans-Tsjechische coproductie zijn voor tachtig procent in het Engels en de cast bestaat voornamelijk uit Amerikaanse en Engelse acteurs en actrices, naast Song Kang-ho en Go Ah-sung met wie de regisseur eerder samenwerkte in onder andere The host.

Nadat de wereld door een mislukte poging om het broeikaseffect te beteugelen ondergedompeld is in een nieuwe ijstijd, reizen de laatste restjes van de mensheid in een gigantische trein genaamd ‘Snowpiercer’ over de wereld. De bewoners van de trein leven strikt gescheiden in een tirannieke klassenmaatschappij: hoe dichter bij de locomotief, des te comfortabeler je positie. Het proletariaat is weggemoffeld aan het uiteinde van de trein en leeft in barre armoede, met slechts smerige proteïnerepen als voedsel en geen uitzicht op enige verbetering van hun positie. Curtis Everett (Chris Evans) leidt een opstand van het volk en krijgt te maken met de stormtroopers van Mason (Tilda Swinton), de slijmerige propagandist van het establishment dat gevestigd werd door Wilford, de geheimzinnige uitvinder van de trein. De politieke associaties van Bong Joon-ho zijn niet bepaald subtiel of baanbrekend, maar de gruizigheid en absurditeit van de post-apocalyptische wereld die hij schept zorgen voor een unieke setting waarin een spannende afvalrace naar de locomotief van de trein zorgt voor een paar intense actiescènes en uitmuntend acteerwerk van Evans en de rest van de cast.
Luuk van Huët

 

The chaser (Na Hong-jin, 2008)

Wat is het toch met Koreanen en hamers als slagwapen? Na Hong-jins brute debuutfilm The chaser maakte een kleine tien jaar terug zo’n enorme indruk op mij, dat ik, hoewel ik de film in januari zag, er het hele jaar over bleef praten. Zo sterk was de voortdurende beklemming van de gewelddadige thriller blijven hangen. Zoals meer filmmakers op dit lijstje gebruikt de regisseur het thrillergenre om de inefficiëntie van de Zuid-Koreaanse autoriteiten aan te kaarten. In The chaser schetst hij een beeld van de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul waarin de gemeente en de politie zich verliezen in de bureaucratie.

Ondertussen zijn we voor het vangen van nare seriemoordenaars afhankelijk van een aan lager wal geraakte pooier, gespeeld door Yun-seok Kim. Een zeer onsympathiek figuur, totdat zijn wereld compleet in elkaar stort. Hoe meer hij zich om anderen bekommert en zijn ego laat varen, hoe meer ik me om zijn lot bekommer. Er kleeft eigenlijk maar één nadeel aan Na Hong-jins bloedstollende debuut: hoe kan je dit nog overtreffen? Daar is de regisseur dan ook nog niet in geslaagd tot op heden.
Kaj van Zoelen

 

A tale of two sisters (Kim Jee-woon, 2003)

Wie vandaag de dag A tale of two sisters kijkt, zal met regelmaat denken: dit heb ik eerder gezien, wat vooral iets zegt over hoe invloedrijk deze film is geweest op de beeldtaal van Koreaanse (horror)films (al put Kim Jee-woon op zijn beurt ook weer uit Japanse horror). De twee zusjes uit de titel (indrukwekkend gespeeld door Lim Soo-jung en Moon Geun-young) keren terug naar huis na een verblijf in vermoedelijk een inrichting. Vanaf dat moment beginnen er vreemde dingen te gebeuren in het huis.

Kim daagt de toeschouwer uit om elk shot te wantrouwen. Of het nu de in het water bungelende voeten van Soo-yeon zijn, of een halfopen kastdeur, alles is omineus. De camera is vrijwel constant in beweging, als een entiteit op zich. Langzaam glijdend en zwenkend door het spookachtige huis. Kim houdt het tempo vaak tergend traag, waardoor de spanning bijna ondraaglijk wordt. Toch gebeurt er feitelijk weinig in het eerste uur van de film en de dingen die gebeuren lijken willekeurig. In het laatste half uur beginnen de puzzelstukjes dan toch in elkaar te vallen, maar elk nieuw puzzelstuk doet de al gelegde stukken weer verschuiven.
Elise van Dam

 

Poetry (Lee Chang-dong, 2010)

Lee Chang-dongs oeuvre richt zich in een realistische stijl op de moderne Zuid-Koreaanse samenleving, maar dat realisme is nooit opdringerig en komt natuurlijk over. In Poetry gaat het over de onvermijdelijkheid van het ouder worden en het zoeken naar een vorm van acceptatie van een troosteloos bestaan. De bejaarde Mija (een sublieme Jeong-hie Yun) krijgt aan het begin van de film te horen dat zij aan het dementeren is. Mija zorgt voor haar kleinzoon, terwijl haar dochter werkt in een verre stad. Ze heeft het niet breed en verdient haar geld met schoonmaken bij een oude man die door zijn kinderen vergeten lijkt te zijn. Als een schoolmeisje zelfmoord pleegt, blijkt uit haar dagboek dat zij het slachtoffer was van een groepsverkrachting waar Mija’s kleinzoon aan heeft deelgenomen.

Parallel aan deze verhaallijn zien we hoe Mija besluit om lessen poëzie schrijven te volgen. Dit is op het eerste gezicht een manier om steun te vinden in kunst, maar geleidelijk wordt de kloof tussen de schoonheid van poëzie en de lelijkheid van de echte wereld steeds groter. Poetry behoort tot de beste films die over ouderdom zijn gemaakt. Ondanks tegenslagen probeert Mija haar waardigheid te behouden. Door omstandigheden wordt zij echter gedwongen om zaken te aanvaarden die ingaan tegen haar principes. Lee weet elke vorm van eenvoudige catharsis of aangedikte sentimentaliteit te vermijden. Uiteindelijk zijn er geen makkelijke uitwegen, geruststellende verklaringen of narratieve meevallers. Het leven is nu eenmaal zo en niet anders en Lee weet dat net zoals in zijn voorgaande films meesterlijk te vangen.
George Vermij

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken