Nu aan het lezen:

Nederlands Film Festival: boekverfilming na boekverfilming

Nederlands Film Festival: boekverfilming na boekverfilming

 

Woensdagavond opent in Utrecht de 36e editie van het Nederlands Film Festival, in 1981 door Jos Stelling opgericht als de Nederlandse Filmdagen om de Nederlandse film onder een groter publiek te brengen en om Nederlandse filmmakers bij elkaar te brengen om “te discussiëren over de vraag hoe de filmsituatie verbeterd kon worden”. Hoe is de staat van onze vaderlandse cinema anno 2016? En hebben we daar het NFF nog wel voor nodig?

Wie de nominaties van de Gouden Kalveren ziet, zal zijn of haar vooroordeel over de Nederlandse film als continue stroom van boekverfilmingen alleen maar bevestigd zien. Publieke Werken voert de lijst aan met 10 nominaties, De Helleveeg heeft er 8 en Knielen op een bed violen 6. En er zijn er meer onderweg. Het NFF opent met de verfilming van het boek De Held naar het boek van Jessica Durlacher. Ook Riphagen, over een agent die tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn charmes het vertrouwen van tientallen Joden wist te winnen om ze vervolgens op te pakken, is gebaseerd op, jawel, een boek. Wat deze films gemeen hebben, is dat ze zeer conventioneel zijn gemaakt. Het is het gemakzuchtig bedienen van een vaste groep bioscoopbezoekers, net als romkoms als Rokjesdag en Hartenstrijd dat doen, of de kinderfilms rond Mees Kees. Doelgroep-cinema is niet per se verkeerd, het wordt pas zorgwekkend als er zeer weinig tegenover staat. Kleine films waar de makers proberen hun creativiteit boven het ‘u vraagt wij draaien’ principe te stellen krijgen het steeds lastiger. Zo wist een mooie eigenzinnige productie als Bezness as Usual van de Gronings-Tunische filmmaker Alex Pitstra geen distributeur aan zich te binden, waardoor de film maar kort in een paar zalen te zien was. Ook de uitbreng van het chaotische maar interessante Of ik gek ben, het regiedebuut van acteur Frank Lammers, moest geheel op eigen initiatief worden gedaan. Niet alles aan deze film is geslaagd, maar dat het met creativiteit, originaliteit en vooral een hoop lef is gemaakt, valt niet te ontkennen.

Gelukkig zijn er ook uitzonderingen op de regel. Tonio, de Nederlandse Oscar-inzending, is als boekverfilming ongelooflijk goed geslaagd. Maar hier heeft distributeur September Film heel bewust gekozen voor het passeren van het Nederlands Film Festival en gunt de première aan een klein filmfestival dat het zelf, samen met dagblad Het Parool, in Amsterdam organiseert. Alsof het filmbedrijf een statement wil maken naar festivaldirecteur Willemien van Aalst. Die op de jaarlijkse Filmbonzen Top 20 pas op plaats 14 staat.

Het is de vraag of het NFF dit tij kan keren. Het is en blijft een festival waar je – op een paar premières na – vooral films kunt inhalen die je het afgelopen jaar hebt gemist. Het deel voor de filmbranche wordt daarentegen elk jaar groter. Als ze het niet met films kunnen redden, dan maar met een grote meerdaagse Filmconferentie. De artistieke film vindt steeds vaker onderdak bij festivals als het IFFR in Rotterdam, waar de Nederlandse film Beyond Sleep begin dit jaar de openingsfilm was. IFFR directeur Bero Beyer, met een zesde plaats flink hoger dan Van Aalst in de Filmbonzen lijst, heeft al gezegd meer films van eigen bodem te willen vertonen.

Is dit te toekomst van de Nederlandse film? Kleine artistieke producties, of het nu speelfilms of documentaires zijn, die vooral hun weg vinden via internationale filmfestivals en met een beetje geluk een handvol vertoningen in een paar zalen hebben? De releaselijst voor de komende maanden stemt in dat opzicht somber, met een overdaad aan romkoms als Hartenstrijd, Soof 2 en Onze Jongens, houterig drama als Een echte Vermeer of de losgeslagen leeuw van Dick Maas in Prooi. Terwijl jonge filmmakers nauwelijks geld kunnen verzamelen voor nieuwe projecten en grote namen als Paul Verhoeven, Martin Koolhoven en Michael Dudok de Wit soms noodgedwongen in het buitenland aan de slag moeten gaan. Niet voor niets zijn thema’s als ‘filmdistributie’ en ‘de toekomst van de Nederlandse artistieke film’ belangrijke onderwerpen voor de filmbranche tijdens het NFF. Waar het Nederlands Film Festival wat films betreft steeds minder relevant wordt, is het te hopen dat de toekomst voor de artistieke film er een stuk rooskleuriger uit zal zien.

Het Nederlands Film Festival vindt van 21 tot en met 30 september plaats op diverse locaties in Utrecht. De Gouden Kalveren worden op 30 september uitgereikt tijdens het Gala van de Nederlandse Film. 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken