Nu aan het lezen:

Mid90s

Mid90s

Hoewel ik een totaal andere jeugd heb gehad herkende ik mijn kindertijd in Mid90s. Jonah Hills regiedebuut gaat over een dertienjarige jongen die opgroeit binnen de skatewereld van Los Angeles. Niet echt te vergelijken met een kindertijd in Leusden en een keer op het skateboard van broerlief heen en weer door een tunneltje rijden. Maar de jaren negentig uit de titel waren ook de mijne. De jaren van discmans, Ninja Turtles en Skittles. Van jongens in wijde jeans, met zakken zo groot dat je er flesjes sinaasappelsap in kan bewaren, en van meisjes in tops met spaghettibandjes.

Mid90s is een film over aansluiting vinden en dat is lastig als je, zoals Stevie (Sunny Suljic) net wat jonger bent dan de rest en ook nog eens net wat minder hard groeit. En als je altijd net de verkeerde dingen zegt tegen die stoere jongens waar je zo graag bij wilt horen, zoals ‘dank je’ en ‘dit is de eerste keer dan ik zonder mijn vader of moeder in een auto zit.’ In de eerste scènes zien we hoe Stevie zich thuis geliefd tracht te maken bij zijn moeder (Katherine Waterston) en grote broer Ian (Lucas Hedges). Hij glipt stiekem Ians kamer in om op een briefje op te schrijven welke cd’s die allemaal in zijn kast heeft staan, zodat hij er voor zijn verjaardag een kan kopen die hij nog niet heeft.

Maar zijn grote broer reageert met de desinteresse die puberjongens zo vaak verwarren met stoerheid en zijn moeder is als alleenstaande druk met andere dingen. En dus zoekt Stevie elders aansluiting. Hij zoekt toenadering tot de jongens die rondhangen in het skatepark of de skatewinkel waar ze werken. Die laten toe dat hij hen volgt zoals ik vroeger mee mocht doen als de oudere kinderen busjekruit speelden: voor spek en bonen. Ze zijn het soort vrienden waarvan je moeder liever niet heeft dat je ze maakt en inderdaad, Stevies vastberadenheid om erbij te horen, te worden gezien als een man of in elk geval een grote jongen, levert hem al snel een bloedende hoofdwond op.

In een van de eerste scènes waarin Stevie met de jongens optrekt ontvouwt zich een gesprek dat wel wat wegheeft van een scène uit die ultieme kinderen-in-de-jaren-negentigfilm, Larry Clarks Kids. Maar vergeleken daarmee heeft Mid90s een veel poëtischer benadering. Hill prikt dat pantser van stoerpraterij vooral door en toont de kwetsbaarheid en zachtheid die daaronder ligt. Ook de stilistische aanpak draagt daaraan bij. Cinematograaf Christopher Blauvelt gebruikt het licht niet om contrasten aan te scherpen, maar juist om alles in een warme gloed te drenken. Dat in combinatie met het aspect ratio van 4:3 en onder meer A Tribe Called Quest en Nirvana op de soundtrack geeft de film ook iets onmiskenbaar nostalgisch.

Het kwam Hill op wat kritiek te staan, want is Mid90s geen verheerlijking van toxic masculinity? De film laat zien hoe onder jongens kameraadschap ontstaat via het samen lachen om grappen ten koste van een ander, in het opzoeken van fysiek gevaar. Ik zie echter geen verheerlijking ervan, eerder nog dat Hill (wellicht ook door zijn Hollywoodstatus) zich net te bewust is van dat problematische. Zo is het personage Ray (een sterke rol van skateboarder Na-kel Smith), een zwarte, bedachtzame jongen, wat al te opzichtig het geweten van groep. Hij is het ook die Stevie in een, overigens mooie scène indirect wijst op zijn white privilege. Al in de eerste scène zien we dat iets Stevie pijnigt, maar nadat Ray de pijn van zijn vrienden opsomt, besef je dat hij misschien wel vooral op zoek is naar een pijn in zichzelf. Om erbij te horen.

De film heeft raakvlakken met Minding the Gap, een documentaire die eind vorig jaar op het IDFA vertoond werd en binnenkort nog een bioscooprelease krijgt. Voor de documentaire volgde twintiger Bing Liu een aantal jaar een groepje bevriende skaters. De aan roekeloosheid grenzende zorgeloosheid die uit hun skatecapriolen spreekt staat in schril contrast met de problemen waar ze thuis mee te maken hebben. Of misschien ook wel niet. ‘Why do you think they never wanna go home?’, vraagt Ray in Mid90s retorisch aan Stevie, doelend op hun vrienden. Zij hebben allemaal problemen thuis, van armoede tot een ouder met losse handjes. In zowel Minding the Gap als Mid90s is het skaten deels ontsnapping, deels uitlaatklep en deels een vertaling van wat ze kennen: vallen en weer opstaan.

Mid90s is geen perfecte film. Met een speelduur van amper negentig minuten geeft Hill (die ook het script schreef) zichzelf net wat te weinig de tijd om alle personages en verhaallijnen afdoende uit te diepen. De kracht van de film zit weliswaar in de observerende en meanderende structuur, maar dat neemt niet weg dat het hier en daar wat teveel aan het oppervlakte blijft. Wat Mid90s toch doet werken, is vooral Hills toewijding om iets persoonlijks te vertellen. Hij had met gemak zijn speelfilmdebuut kunnen volstouwen met A-listers, maar kiest voor een cast die grotendeels bestaat uit skateboarders zonder eerdere acteerervaring, omdat hij met hen het verhaal kan vertellen dat hij wil vertellen en dat duidelijk veel voor hem betekent.

En binnen die specifieke subcultuur van het skaten weet hij iets universeels te vangen van wat het betekent op te groeien. Van dat verlangen ergens onderdeel van uit te maken, sneller op te groeien dan goed voor je is. Hoe hecht en vormend vriendschappen in die periode kunnen zijn en hoe we ondanks dat dan toch in een verschillend tempo naar de volwassenheid gaan en elkaar daar langzaam in verliezen. En dat alles beschouwd door een filter van herinnering, waardoor Mid90s je doet terugdwalen naar je eigen kindertijd. Naar buskruiten op een zomeravond en heen en weer door een tunneltje rijden op het skateboard van je broer.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken