Nu aan het lezen:

McQueen

McQueen

 

In Loïc Prigents documentaire Le Testament d’Alexander McQueen horen we iemand na afloop van de bejubelde lentecollectie van 2004 aan de modeontwerper vragen: ‘For you, was it more fashion, or show?’ Het antwoord van McQueen: ‘Art.’ Het werk van Lee Alexander McQueen, die in 2010 een einde aan zijn leven maakte, was ontregelend en provocerend. Maar, zo benadrukt de nieuwe documentaire McQueen, vooral ook diep persoonlijk.

McQueen is een film over transformatie. Over de transformatieve kracht van mode, maar vooral over de transformatie die McQueen doormaakte. Hij werd geboren in een arme Londense arbeiderswijk als Lee Alexander McQueen, zoon van een taxichauffeur en lerares. Wie de vroege beelden van hem ziet die ook in deze documentaire zitten, ziet een wat mollige, onopmerkelijke verschijning in wijdvallende jeans en overhemden met een sterk Cockney-accent. Iemand in wie je geen flinter modegevoel zou vermoeden en al helemaal niet de baanbrekende visie die hij had.

Qua structuur is McQueen geen bijster spannende documentaire. Regisseur Ian Bonhôte gaat chronologisch door de carrière van McQueen heen, waarbij veel beelden, anekdotes en interviewfragmenten overeenkomen met die uit de (veel kortere) televisiedocumentaire McQueen & I van Louise Osmond. We zien hoe hij begon bij een tailleur in Londen, hoe hij ontdekt werd door de extravagante Britse modejournaliste Isabella Blow en hoe hij met zijn werk de modewereld schokte en inpakte. De film doet (gelukkig) geen poging McQueens suïcide te verklaren, maar toont wel (en daar helpt die brave, chronologische aanpak wel) hoe McQueen langzaam veranderde in het beeld dat men bij zijn werk verwachtte. Hoe de arbeidersjongen Lee steeds meer oploste in de persona Alexander McQueen.

Want het is te makkelijk McQueen te beschouwen als de getormenteerde kunstenaar, al ging hij aan het einde wel steeds meer aan dat beeld voldoen. Uit de fragmenten en anekdotes van zijn vrienden en medewerkers komt een beeld naar voren van een lieve, goedlachse jongen en dat lijkt absoluut geen masker. Wie hem in McQueen in 1996 onderweg ziet naar Parijs om het prestigieuze modehuis Givenchy te leiden, ziet een twintiger die ervan geniet de boel op te schudden. Tegen de tijd dat hij als dertiger een deal sloot bij Gucci, was veel daarvan verdwenen. De Givenchy-jaren, met soms wel veertien collecties per jaar, hadden een grote wissel op hem getrokken. Het had hem het grote geld gebracht, maar ‘with the money came drugs’, zoals een vriend opmerkt in McQueen. Ook fysiek transformeerde hij. Hij viel af en verruilde zijn shabby kleding voor maatpakken.

Hij was ver verwijderd geraakt van de dagen waarin hij collecties maakte met het geld van zijn uitkering en interviews deed met zijn rug naar de camera om te voorkomen dat hij kon worden gearresteerd voor uitkeringsfraude. In die begindagen wist hij al snel de aandacht van modejournalisten op zich te vestigen, die zochten naar woorden om zijn werk, waarin hij met onbetwist vakmanschap de moderegels brak, te vatten. De controverse was nooit ver weg. Zo maakte McQueen in 1995 de collectie Highland Rape, waarin de modellen over de catwalk liepen met een verwilderde blik en gescheurde jurken. De modepers viel over hem heen en betichtte hem van misogynie. In McQueen wordt duidelijk dat er een zeer persoonlijke motivatie achter die collectie zat, maar de show verbeeldde ook zijn visie op mode.

Want voor McQueen was juist het romantische, zachte vrouwbeeld dat zo dominant was en is op de catwalk vrouwonvriendelijk, het schoonheidsideaal een dwangbuis. ‘Fashion is a big bubble’, zegt hij in een interviewfragment in McQueen, ‘and sometimes I just feel like popping it.’ Een van de shows waarin hij dat meesterlijk deed was VOSS uit 2001, die ook in de documentaire uitgebreid belicht wordt. Voor de show begon liet hij de journalisten en fotografen twee uur wachten. Twee uren waarin ze tegenover een glazen spiegelkubus zaten en stonden, kijkend naar zichzelf. Vervolgens ging het licht in de kubus aan en verschenen daar de modellen, niet netjes in een rechte lijn lopend, maar zwalkend door de ruimte.

Met VOSS toonde McQueen de absurditeit van het concept modeshow, de perversiteit ervan, culminerend in het verontrustende eindbeeld waarvoor hij Joel-Peter Witkins foto Sanitarium recreëerde. Aan het begin van de documentaire horen we McQueen reflecteren op zijn eigen werk: ‘I would go into the vaults of my dark side’, zegt hij, ‘pulled these horrors out of my soul, and put them on the catwalk.’ Maar wat McQueen vooral ook laat zien is dat hij wat hij uit zijn binnenste trok transformeerde tot beelden die prikkelden, beangstigden en betoverden. Tot kunst.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken