Nu aan het lezen:

Manchester by the Sea

Manchester by the Sea

In Smoke van Wayne Wang speelt Harvey Keitel een man die elke ochtend op hetzelfde tijdstip een foto maakt van dezelfde straathoek. Als hij zijn verzameling foto’s laat zien aan een door William Hurt gespeelde kennis, begrijpt die er niets van. “They’re all the same”, stamelt hij verbaasd. Tot hij op één van de foto’s zijn inmiddels overleden vrouw ziet staan. En opeens is die straathoek niet zomaar een straathoek meer, en voelen we de diepte van de woorden van Keitels personage: “It’s just one little part of the world, but things take place there too, just like everywhere else.” Hoe vaak passeren we niet straathoeken zonder ze werkelijk op te merken, borden met plaatsnamen zonder stil te staan bij alle levens die zich daar voltrekken. Plaatsnamen als Manchester-by-the-Sea, Massachusetts.

Het is die plek waar Lee Chandler (Casey Affleck) naar terugkeert wanneer zijn broer overlijdt. Het is de plek waar hij zelf woonde, met zijn inmiddels ex-vrouw en hun kinderen. De plek die hij achterliet. En nu zit hij daar aan de keukentafel van zijn broer te bellen met een begrafenisondernemer, terwijl zijn zestienjarige neefje Patrick (Lucas Hedges) uit bed sloft met een van zijn vriendinnetjes. Het zijn alledaagse taferelen waar scenarist en regisseur Kenneth Lonergan het grootste deel van zijn film aan wijdt en daarin is opmerkelijk veel plaats voor humor. De begrafenisscène duurt nauwelijks langer dan die waarin Lee is vergeten waar hij zijn auto heeft geparkeerd. Het is niet dat Lonergan de impact van de tragedie bagatelliseert, alleen schuilt die niet in grote, betekenisvolle gebaren, maar in de constante en soms nauwelijks waarneembare rimpelingen.

Lonergans films bewegen in richtingen die je niet verwacht. Juist omdat we zo gewend zijn geraakt aan personages die een ontwikkeling doormaken met een kop en staart. Personages die in de schaduw van een tragedie tegen de grond geslagen worden, weer opkrabbelen en verlossing vinden. Terwijl de waarheid is dat de meeste van ons niet compleet instorten na een tragische gebeurtenis, maar ook niet sterker worden. Dat de vervreemdende conclusie is dat het leven doorgaat en dat jij ook door blijkt te kunnen gaan. Zonder dat die gebeurtenis ooit ver verwijderd raakt. Zoals zanger Nick Cave, die zijn vijftienjarige zoon verloor, beschrijft in de documentaire One More Time with Feeling is er als het ware een elastiek tussen jou en het trauma. Tot op zekere hoogte kun je gewoon doorgaan met leven, maar zo nu en dan bereik je dat punt van het elastiek waar je teruggeschoten wordt naar het centrum van de pijn.

Dat zien we ook bij Lee gebeuren. Er is een cruciale scène bij een notaris, die uitlegt dat Lee nu de voogdij heeft over zijn neef. Lonergan rekt die op zichzelf vrij korte scène op tot een aanzienlijk deel van de film, om zo de impact van die mededeling op Lee zichtbaar te maken. Want voor Lee katapulteert het idee van de voogdij en de verantwoordelijkheid die dat impliceert hem terug naar de kern van het trauma dat hij meedraagt. En pas dan zien we hem. De man die zichzelf heeft gestraft door in dat keldertje in Boston te gaan wonen en als een hedendaagse Sisyphus elke dag opnieuw de vers gevallen sneeuw van hetzelfde straatje te scheppen. Anderen houdt hij op afstand, met botheid of zijn vuisten. Zijn leven is volkomen gestagneerd, omdat hij zichzelf bij elke stap saboteert. En ook deze kans op verlossing gunt hij zichzelf niet.

Die ingenieuze constructie van de tijd maakt ook dat je als toeschouwer je tijdsbesef volledig kwijtraakt. Na afloop van de film bleef ik wat verdwaasd achter. Omdat het einde geen oplossing of catharsis biedt, maar ook omdat ik tegelijk het gevoel had dat ik amper een half uur in de bioscoop zat en dat ik er al urenlang was. We zijn als filmkijker zo geconditioneerd dat we niet meer opkijken van tijdsprongen of flashbacks en het is makkelijk te vergeten wat een interessante factor tijd kan zijn in cinema. Lonergan is iemand die daar heel bewust mee bezig is en de manier waarop hij de tijd construeert en dat koppelt aan de innerlijke ervaring van zijn personages is vooral rond die notarisscène adembenemend.

Waar Lonergan het in zijn scripts zoekt in de meest minieme verschuivingen, deinst hij als regisseur niet terug voor het maken van statements in vorm, door het gebruik van (bekende) klassieke muziek, slow-motions en het wegdraaien van geluid in een dialoog. In zijn vorige film Margaret zitten shots van New York, gedragen door operaklanken, die me deden denken aan hoe Stanley Kubrick de buitenaardse monoliet filmt in 2001: A Space Oddyssey. Overigens voegde Lonergan in Margaret echte gesprekken toe tussen New Yorkers, zodat we ons ervan bewust werden slechts naar één van zovelen verhalen te kijken. Wat ons weer terugbrengt bij die straathoek uit Smoke. Elk leven is in het geheel onopmerkelijk, maar op zichzelf het grootste verhaal dat je kunt vertellen.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken