Op 19 september geeft Maestro Ennio Morricone in de Rotterdamse Ahoy een concert met volledig orkest en koor. Ter ere van dit concert vertoont de Rotterdamse bioscoop KINO heel de maand september vier films die zijn indrukwekkende reikwijdte als (film)componist presenteren: The Battle of Algiers (1966), The Good, the Bad and the Ugly (1966), The Sicilian Clan (1969) en The Untouchables (1987).

Als het gaat over grote Franse filmmakers valt de naam Henri Verneuil (1920-2002) maar zelden. En dat terwijl hij in zijn hoogtijdagen een van de commercieel succesvolste regisseurs in Frankrijk was. Zijn The Sicilian Clan uit 1969 was de best bezochte film in Frankrijk dat jaar. Maar terwijl het publiek in massa’s naar de bioscoop trok, werd de film in de pers (onterecht) afgeschreven als ongeïnspireerd en een slap aftreksel van het werk van Jean-Pierre Melville.

Verneuil begon zijn carrière in de vroege jaren vijftig en wist snel naam te maken met succesvolle en solide mainstreamfilms. Maar eind jaren vijftig stond er een nieuwe generatie filmmakers op, die dwars door alle ideeën van wat film was en kon zijn heen fietsten. En terwijl Verneuil links en rechts werd ingehaald door deze nouvelle vague-makers, hield hij vast aan de klassieke grandeur van cinema en de iconen van weleer.

Voor The Sicilian Clan baseerde hij zich op een boek van de beroemde, en vaak verfilmde, misdaadauteur Auguste Le Breton en verzamelde hij niet minder dan drie acteerlegendes: de Fransmannen  Jean Gabin en Alain Delon en de Italiaan Lino Ventura. Die laatste speelt een Franse politiecommissaris terwijl Gabin de patriarch van een oorspronkelijk Siciliaanse, maar in Frankrijk opererende maffiafamilie speelt. Een omdraaiing waar de film zelfbewust mee speelt, voornamelijk in een dinerscène waarin Gabin zichzelf een enorme hoeveelheid spaghetti opschept.

Dat The Sicilian Clan schatplichtig is aan Melville is evident. De film staat in een traditie van Franse misdaadfilms die in de jaren vijftig werd aangezwengeld met diens films, maar bijvoorbeeld ook Jules Dassins meesterwerk Rififi. Films waarin criminelen geen opzichtige gangsters zijn, maar mannen in saaie pakken en lange, grijze jassen. Niet te onderscheiden van de detectives die hen op de hielen zitten. Films waarin overvallen en ontsnappingen niet spectaculair zijn door vuurgevechten of wilde achtervolgingen, maar in de precieze uitvoering van minuscuul uitgewerkte plannen.

Maar in zijn keuze voor grote set pieces (met als hoogtepunt een spectaculaire sequentie met een passagiersvliegtuig) toont Verneuil tevens zijn affiniteit met Amerikaanse misdaadfilms. Verneuil werd wel “de meest Amerikaanse Franse filmregisseur” genoemd om zijn ambitie grote films met grote sterren te maken voor een groot publiek. Precies het soort ambitie dat in het Franse filmklimaat in de jaren zestig niet echt op prijs werd gesteld. Maar die nadruk op Verneuils commerciële ambities doet vooral ook zijn artistieke prestaties tekort. The Sicilian Clan zit vol scènes die met grote precisie gemonteerd zijn en een plot dat ineenschuift als een klokwerk. De cinematografie van Henri Decaë in zit boordevol beeldrijm en uitgekiend kleurgebruik.

En dan is er de muziek van Ennio Morricone. Het belangrijkste instrument in zijn composities voor deze film is de mondharp, die hij ook gebruikte in de spaghettiwestern For a Few Dollars More en de politieke misdaadfilm Investigation of a Citizen Above Suspicion. Het kenmerkende, springerige geluid daarvan geeft de zo nauwgezette scènes een fijne speelsheid. Het was niet de eerste en ook niet de laatste keer dat Morricone met Verneuil werkte. Het was een van de langlopende samenwerkingen die Morricone’s carrière zo kenmerken en waarvan die met Sergio Leone uiteraard de meest legendarische is.

Maar het is ook de verdienste van Verneuils regie dat de complexiteit nooit geforceerd gaat voelen. Iets wat hij tevens bewerkstelligde in films als Peur sur la ville en I… comme Icare (beiden met een soundtrack van Morricone). In die laatste speelt Yves Montand (nog zo’n icoon) een man die slachtoffer wordt van een complot dat hij niet op tijd weet te ontrafelen. Het is Verneuils meest melancholische film. Wellicht herkende hij iets in zijn hoofdpersonage; het besef dat zijn rol was uitgespeeld. Maar wat hij heeft nagelaten is een oeuvre dat het verdient om herinnerd en gezien te worden.

In het Maestro Morricone-programma zijn de volgende films nog te zien: The Sicilian Clan is te zien op 16.09 + 18.09 en The Untouchables is te zien op 23.09 + 25.09.
Dit artikel, samen met de andere artikelen die deze maand over Morricone op Cine.nl verschijnen, zijn ook terug te vinden in het programmaboekje van KINO.

Maestro Morricone: The Sicilian Clan (1969)

 

 

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren