Nu aan het lezen:

Maestro Morricone in KINO: The Battle of Algiers

Maestro Morricone in KINO: The Battle of Algiers

Op 19 september geeft Maestro Ennio Morricone in de Rotterdamse Ahoy een concert met volledig orkest en koor. Ter ere van dit concert vertoont de Rotterdamse bioscoop KINO heel de maand september vier films die zijn indrukwekkende reikwijdte als (film)componist presenteren: The Battle of Algiers (1966), The Good, the Bad and the Ugly (1966), The Sicilian Clan (1969) en The Untouchables (1987).

In de aanloop van de invasie van Irak werd in 2003 door het Pentagon een film vertoond aan de betrokken militairen en beleidsmakers die liet zien hoe een asymmetrische gewapende verzetsbeweging zou kunnen ontstaan: de Italiaans-Algerijnse dramafilm The Battle of Algiers van Gillo Pontecorvo. Op de uitnodiging stond “How to win a battle against terrorism and lose the war of ideas.” Helaas bleek de film profetisch en hadden de wijze lessen die gehaald konden worden uit de screening weinig effect op de aanwezige oorlogsvoerders, waardoor mede de huidige clusterfuck in het Midden-Oosten is ontstaan. Ook Christopher Nolan deed zijn huiswerk voor Dunkirk door The Battle of Algiers te kijken: in beide films wordt de nadruk gelegd op persoonlijke, bijna intieme ervaringen van mensen op het slagveld in plaats van heroïsche overwinningen en grootse gebaren.

Even een geschiedenislesje: Algerije was een Franse kolonie van 1830 tot 1962. Na de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog begon in Algerije, net als in veel andere door Westerse mogendheden gekoloniseerde landen, het verlangen naar onafhankelijkheid te groeien. Frankrijk onder de niet bijster verzoeningsgezinde Charles de Gaulle besloot het Algerijnse streven naar onafhankelijkheid meedogenloos de kop in te drukken, onder andere door het martelen en elimineren van verzetsstrijders. Deze brute methodes hadden uiteindelijk een averechts effect: het verzet tegen de Franse overheersing radicaliseerde in haar aanpak, terwijl tegelijkertijd de steun onder de bevolking groeide naarmate de afkeer voor de Franse extreme aanpak toenam. In The Battle of Algiers zien we hoe een oorlog tegen onderdrukking kan leiden tot excessieve acties: tijdens een zinderende sequentie waarin een bomaanslag wordt voorbereid, wordt duidelijk hoe en waarom de verzetsstrijders deze aanpak hebben gekozen. Deze actie wordt niet in een sympathiek licht getoond, maar geeft wel een zeldzaam ongekleurde blik in de mindset van mensen die zich gedreven voelen om in opstand te komen en zodoende het limbo tussen verzetsdaad en terrorisme betreden. Tevens toont The Battle of Algiers dat het misschien mogelijk is om een verzetsbeweging te onderdrukken en individuele leden te arresteren, weg te laten rotten in een gevangenis of een kopje kleiner te maken, maar dat het verzet zelf daarmee vaak wordt aangewakkerd en des te sterker terug kan komen.

Het scenario van The Battle of Algiers is gebaseerd op het boek  Souvenirs de la Bataille d’Alger, van FLN-lid (Front de Libération Nationale, de verzetsbeweging die na de onafhankelijkheid van Algerije de regeringspartij werd) Saadi Yacef, geschreven toen Yacef in een Franse gevangenis zat. Yacef schreef zelf eerst een scenario voor Pontecorvo en Franco Solinas, maar de Italianen herschreven dit scenario omdat ze het een te eenzijdig beeld vonden geven en voorstander waren van een meer objectieve film. Yacef speelt in The Battle of Algiers wel een cruciale rol als FLN-commandant El-hadi Jafar, een rol die hem letterlijk op het lijf geschreven is. Verder castte Pontecorvo bijna uitsluitend Algerijnse amateurs in de film, met als enige uitzondering Jean Martin als Kolonel Mathieu.

Pontecorvo en Ennio Morricone werkten beiden aan de soundtrack, maar waren het vaak oneens. Toen Pontecorvo een melodie in zijn hoofd had die hij in de film terug wilde horen, besteeg hij al neuriënd de trap naar Morricone’s appartement. Toen hij boven aankwam, vertelde Morricone dat hij ook een deuntje had bedacht en speelde tot de verbazing van Pontecorvo dezelfde melodie. Pas maanden later tijdens het Filmfestival van Venetië bekende Morricone dat hij Pontecorvo had horen neuriën in het trappenhuis en dat hij met hem een grap had uitgehaald.

Toen de film uitkwam in 1966 veroorzaakte deze de nodige controverse: terwijl de film over de hele wereld prijzen won op filmfestivals, besteedde het prestigieuze Franse filmtijdschrift Cahiers du cinéma vijf artikelen aan het in de grond boren van de film op morele en filmtechnische gronden. De film was daarentegen immens populair onder activistische groepen: o.a. de Black Panthers, de IRA en Andreas Baader van de Roter Armee Fraktion waren fans van de film.

In het Maestro Morricone-programma zijn de volgende films nog te zien: The Good, The Bad and The Ugly  is te zien op 09.09 + 11.09, The Sicilian Clan is te zien op 16.09 + 18.09 en The Untouchables is te zien op 23.09 + 25.09.
Dit artikel, samen met de andere artikelen die deze maand over Morricone op Cine.nl verschijnen, zijn ook terug te vinden in het programmaboekje van KINO.

https://kinorotterdam.nl/event/morricone/

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken