Nu aan het lezen:

LIFF vooruitblik: oude titels, nieuwe visies

LIFF vooruitblik: oude titels, nieuwe visies

 

Op de 13e editie van het LIFF (Leiden International Film Festival) zie je niet alleen de nieuwste Hirokazu Koreeda of een gedoodverfde publieksfavoriet uit het inmiddels karakteristieke American Indie-programma. In de programmering is ook ruimte voor klassiekers, speciale reeksen of titels die hun plek om een andere reden verdiend hebben. Met het openingsweekend voor de deur blik ik terug en vooruit op de ‘oudjes’ die je zeker niet mag missen. 

De themareeks over Science & Cinema is een even relevante als logische keuze. Parallel met het LIFF vertoont ook EYE titels in het kader van ‘The Man Machine‘; in de tentoonstellingsruimte heersen de datastromen van Ryoji Ikeda. Waar technologie vaak gelijk gesteld wordt aan vooruitgang, kan een toestroom van films, uiteraard mogelijk gemaakt door technologische vooruitgang, paradoxaal genoeg soms juist de suggestie van achteruitgang wekken. Zo winnen twee moderne klassiekers van voor de eeuwwisseling het op visie met afstand van Steven Spielbergs recente blockbuster Ready Player One.

In een essay op de website Kinoautomat betoogt David Vanden Bossche waarom die film een halfslachtige reflectie is van wat Jean Baudrillard ‘hyperrealiteit’ noemde: in hun ultieme en uiteindelijke fase zullen simulacra (representaties of imitaties van onze werkelijkheid) de originele betekenissen opslokken, of daar zelfs aan vooraf gaan. Baudrillard refereerde aan een wereld van beelden en media, een gestandaardiseerd nep en indirect. De link met Ready Player One is snel gelegd: alles is een spel, game-avatar en mens worden één en referenties bewaren de regie. Maar waar de werkelijkheid in (hyper)realiteit in de representaties zou opgaan, slaagt Spielberg er in zijn laatste akte in vijftien stappen terug te zetten. De echte protagonist wint het hart van zijn love interest en de gamewereld wordt weer gereduceerd tot vrijetijdsvermaak. De keuze voor nostalgie maakt de film hol en toegeeflijk.

De technomens

Dat het complexer kan, bewees David Cronenberg al in 1999. Zijn eXistenZ laat zien hoe de grenzen van de realiteit in een gamewereld onherroepelijk vervagen. Sterker nog, in lijn met de signatuur van de cineast hebben de uitstapjes naar de fictie ongemakkelijke gevolgen voor het lichaam. De benodigde ‘consoles’ voor het grote spel bestaan niet los van glibberige slangen die het lichaam in trance brengen. Niks draadloos, tenminste: niet in 1999 natuurlijk.

Uit de verregaande versmelting van lichaam, geest en identiteitsbesef blijkt hoe progressief eXistenZ is. De film heeft een wat goedkope look en draagt de mantel van licht amusement, maar die vlieger gaat niet meer op als de onomkeerbaarheid van Allegra Gellers (een rol van Jennifer Jason Leigh) goddelijke aspiraties de ‘realiteit’ definitief naar het rijk der fabels verwijst.

eXistenZ is thematisch verwant aan Mamoru Oshii’s animeklassieker Ghost in the Shell (1995). Wederom maken meer oppervlakkige vragen over spel versus sociale interactie en nep versus echt plaats voor riskante bespiegelingen op lichaam en geest. Het is prettig dat de film nooit te veel nadruk legt op de ideeën achter het script: deze voorloper van The Matrix excelleert in zijn score (Kenji Kawai) en visuele grandeur, waarbij de inhoudelijke gelaagdheid subtiel verpakt wordt in zichtbare genderpolitiek, dan wel in de abstractie van futuristische technologie. eXistenZ leunt in dat opzicht nog sterk op de kracht van tekst: metaforen van schepper en creatie zijn vondsten van het script, niet zozeer van de toegankelijke beeldtaal.

Cinema van kleine gebaren

In de American Indie-sectie van dit jaar zie je Debra Graniks Leave no Trace, een prachtig vader-dochterdrama met glansrollen van Ben Foster en de jonge (doorbrekende!) Thomasin McKenzie. Naar aanleiding van die langverwachte film vertoont het LIFF ook Graniks veelgeprezen Winter’s Bone (2010). Jennifer Lawrence speelt een een haast nostalgisch makende rol: nog voor de lancering van haar sterrenstatus overtuigt ze niet als personage, maar als mens van vlees en bloed. Ze maakt indruk in haar mentaal veeleisende strijd tegen het dreigende verlies van een thuis – de fijnzinnige, realistische stijl van Granik en de intieme bijrollen van Dale Dickey en John Hawkes doen de rest.

De blik bepaalt

De  Summer of Suspense van filmtheater Lab 111 bood onlangs al een mooie gelegenheid om een aantal films van Alfred Hitchcock te (her)zien. Daaronder uiteraard Vertigo (1959), een eindeloos gelaagde verkenning van fobie en psyche. Vandaag de dag doet de film eerder gewaagd aan dan gedateerd. Hoe kijken we nu naar de morbide obsessie van John ‘Scottie’ Ferguson (James Stewart)? Ontmantelt de film de mannelijke geest of viert ze haar? Onafhankelijk van dat laatste antwoord – een door en door subjectieve film heeft niets aan gesloten vragen – is Vertigo een viering van filmstijl. Vergeet voor een moment de vele bibliotheken die daarover al zijn volgeschreven; soms zit de kunst hem in die ene open blik.

In de week van het festival (3-11 november) zullen op Cine meerdere themastukken en recensieverslagen verschijnen. eXistenZ is te zien op donderdag 8 november, Ghost in the Shell op dinsdag 6 november. Voor Winter’s Bone bezoek je de Red Star Lounge op vrijdag 9 november. Vertigo draait tenslotte op 3 en 7 november. Klik voor de exacte tijden, tickets en locaties de filmtitels aan.

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken