Nu aan het lezen:

LIFF 2018: Americana

LIFF 2018: Americana

 

Het Leiden International Film Festival heeft altijd een bijzondere band gehad met de Verenigde Staten. De American Indie competition biedt al een aantal jaar verrassende films die alleen op het festival zijn te zien. Daarnaast zijn er genoeg Amerikaanse films in het reguliere programma te bewonderen. Maar wat zeggen die films over de huidige staat van dit verdeelde land?

Als we afgaan op Sorry to Bother You dan is het slecht gesteld met de VS. Dit debuut van rapper Boots Riley wordt door de hele buzz- en hypemachine al gepresenteerd als de Get Out van dit jaar. De film maakt die verwachtingen maar deels waar, maar verdient voor deze recensent wel punten wegens het aankaarten van de pijnlijke misstanden op de eigentijdse werkvloer.

In de film is Cassius (Lakeith Stanfield) wanhopig op zoek naar werk. Met zijn vriendin Detroit (Tessa Thompson uit Dear White People en Westworld) die provocerende kunst maakt, woont hij in de garage van zijn oom (Terry Crews) die hem steeds wijst op zijn huurachterstand. Een vriend tipt hem een baantje in een callcenter en al snel zit Cassius met een headset op klanten te bellen. Herkenbaar voor iedereen die zo’n bullshitbaan heeft gehad in de telemarketing waar het natuurlijk draait om de targets. Cassius moet verkopen om te verdienen en dat valt best tegen.

Gelukkig is daar een ervaren collega gespeeld door Danny Glover die hem een verkooptrucje leert. Gebruik gewoon je white voice: de zelfverzekerde stem van witte succesvolle mensen. Als Cassius zijn innerlijke witte stem ontdekt loopt alles gesmeerd en is hij al gauw een power caller. Ondertussen proberen zijn collega’s een vakbond op te richten en de werkomstandigheden te verbeteren. Maar het succes is te aanlokkelijk voor Cassius en zo komt hij bij de verkoopelite terecht. Al snel mag hij op audiëntie komen bij een succesvolle business goeroe (Armie Hammer) die hippe platitudes verkondigt over succes en een wel heel onorthodoxe manier heeft gevonden om nieuwe goedkope arbeidskrachten te creëren.

Sorry to Bother You raakt zijn satirische doelwitten niet altijd. De film is bizar en over the top, maar doet dat iets te gretig. Als een meedogenloze kritiek op corrumperende werkingen van het kapitalisme is de film wel lekker cynisch en hard. Daarmee wordt ook een dieper liggend probleem belicht: in hoeverre vorm je een gewillig deel van een systeem waar onderdrukking en uitbuiting de norm zijn.

Van deprimerende callcenters gaan we naar een emotionele uitvaartdienst in Texas. Thunder Road is het debuut van Jim Cummings die ook de hoofdrol speelt en het scenario schreef. Vanuit die wetenschap is de film een imposante onderneming die helaas niet altijd overtuigt in de onevenwichtige mix tussen rouw, woede en absurditeit. De film begint met een lange grafrede van Jim Arnaud (Cummings) die de dood van zijn moeder probeert te verwerken voor een zaal nabestaanden. Dat hij daar moeite mee heeft blijkt wel uit de grillige emoties die hem overmeesteren tijdens zijn speech. Na het delen van dierbare herinneringen wordt het al snel een ongemakkelijke monoloog over hemzelf die wordt afgesloten met een mislukt dansje.

Als trouwe agent gaat Jim weer gelijk aan de bak ondanks zijn gevoelens van rouw. Zijn vrouw wil ook nog van hem scheiden en zijn vervreemde dochter komt logeren. Ondertussen probeert hij de dansschool van zijn moeder ook weer op poten te zetten. Het is natuurlijk de receptuur voor een onhandelbare situatie waarbij alles al snel uit de hand loopt. Jim probeert alles nog in goede banen te leiden, maar zijn eigen zwakheden komen daarbij ook naar boven. Alhoewel Thunder Road is bedoeld als een gemeend portret van een man in crisis komt de film niet helemaal uit de verf in zijn soms aangedikte mengeling van tragedie en komedie.

Het LIFF vertoonde ook de nieuwe film van Bart Layton: de regisseur die een aantal jaar geleden imponeerde met de verrassende combinatie van documentaire en fictie The Imposter. Layton schaart zich met American Animals in de traditie van Britse regisseurs zoals Kevin Macdonald en James Marsh die in hun werk wisselen tussen docu en fictie.

American Animals gaat over een vreemde en onwaarschijnlijke heist die nauwgezet wordt gereconstrueerd. Als de verveelde student Spencer (Barry Keoghan) erachter komt dat de universiteitsbibliotheek een zeldzaam kunstboek in zijn collectie heeft, vertelt hij het aan zijn beste vriend Warren (Evan Peters). Warren is een wildebras die strijd tegen de overheersende burgerlijkheid van de saaie stad Lexington in de staat Kentucky. De jongens snakken naar spanning en avontuur dus waarom niet het boek stelen dat miljoenen waard is? De film wisselt tussen de acteurs en de echte personen die als talking heads vertellen over hoe zij op het idee kwamen voor deze heist.

Layton speelt in de film met hun herinneringen. Was het nou tijdens een autorit of op een feest dat het plan tot stand kwam? En wie was nou het brein achter de duivelse overval? Ook weet Layton de invloed van fantasie en fictie op de jongens te tonen. Ze kijken naar klassieke heistfilms zoals The Killing en Reservoir Dogs om zich voor te bereiden. In een scène die de ideale heist verbeeldt zien we de jongens stijlvol door de bibliotheek lopen als coole criminelen terwijl Elvis Presleys A Little Less Conversation te horen is. De muziek wordt vaker op effectieve wijze gebruikt en de soundtrack met liedjes van The Doors, Leonard Cohen en Rage Against the Machine is eclectisch, maar sluit perfect aan bij de wisselende stemmingen van de film. Barry Keoghan en Evan Peters zijn ook sterk als onervaren jongens die opeens een grote overval gaan plegen. Keoghan imponeerde al in The Killing of a Sacred Deer en Peters heeft zich na American Horror Story al geprofileerd als een veelzijdige acteur die zijn personages altijd een morele ambiguïteit kan meegeven.

En om dit verslag af te sluiten is er nog het warme en oprechte filmportret Blaze. Een biopic die Ethan Hawke maakte over legendarische country- en blueszanger Blaze Foley. Een man die ondanks zijn muzikale talenten weinig succes zou kennen in zijn korte leven. Het enige manco is dat de film iets te lang duurt en dat je het tragische verloop van Foley’s leven waarschijnlijk wel kunt dromen. Zijn er überhaupt vrolijke films over het leven van countryzangers? Gelukkig heeft de film veel charme en heeft Hawke voor een gefragmenteerde structuur gekozen die goed werkt. Daarbij zien we Townes van Zandt (een briljante rol van muzikant Charlie Sexton) tijdens een radio-interview praten over Foley. Van Zandt is daarbij eerlijk over Foleys talenten en tekortkomingen die ook in de film verbeeld worden. Zaken waar Van Zandt maar al te goed over kan oordelen als zanger die de muziek verkiest boven het geld, zoals wel blijkt uit de documentaire Be Here To Love me.

Foley wordt sterk gespeeld door debutant Ben Dickey. Een beer van een vent en een zachtaardige reus met woedebuien aangewakkerd door drank. Een figuur die je in de boeken van Charles Bukowski zou kunnen tegenkomen. Het begint allemaal nog idyllisch in de Texaanse bossen. Daar ontmoet hij een Joods meisje (Alia Shawkat) die zijn muze wordt. Het koppel moet echter het paradijs verlaten en de harde buitenwereld in.

Foley’s muziek wordt in eerste instantie opgepikt door Merle Haggard maar zijn carrière komt niet van de grond. Zo struint hij met zijn gitaar kroegen af om liedjes te spelen voor een onverschillig publiek. Foleys muziek is hartverscheurend en Hawke weet de liedjes goed in te zetten in de film. Dickey, die zelf ook muzikant is, weet ze met pit en levensecht over te brengen. De film heeft ook wat schitterende momenten waaronder een kleine rol van Kris Kristofferson als Foleys vader. Blaze is een mooie en degelijke kennismaking met het leven en het werk van een vergeten zanger en een welgemeend eerbetoon aan een verdwaalde en gevoelige ziel die zong over Clay Pigeons en Big Cheese Burgers and good French fries.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken