Nu aan het lezen:

Lazzaro Felice

Lazzaro Felice

Ergens in het Italiaanse binnenland is een boerencommune ontsnapt aan het lineaire voortgaan van de tijd. Een draconische markiezin houdt op de kunstmatige piloot een systeem van uitbuiting in stand: er kwam nog niemand langs om de onderdrukte families te vertellen dat de deelpacht al lang is afgeschaft.

Lazzaro Felice is de derde speelfilm van Alice Rohrwacher, een filmmaakster die de eretitel van grote belofte met dit prachtige werk ruimschoots ontstijgt. Protagonist is de wonderlijk passieve Lazzaro (Adriano Tardiolo). Rustend in de marge is hij het toonbeeld van bescheidenheid en verdraagzaamheid, het lelijke eendje van de familie. De mensen in zijn omgeving maken misbruik van Lazzaro’s bereidheid alles te (ver)dragen. ‘’Wie komt daar?’’, klinkt het tijdens een geïmproviseerde picknick. ‘’Niemand, het is Lazzaro.’’ De film begint bij Rohrwachers weigering een muurbloem van het decor te laten verdwijnen. In de uitgestrekte heuvels van de streek waar ook een deel van La Strada (1954) werd opgenomen ontspint zich een ongewone vriendschap tussen Lazzaro en de zoon van de markiezin (Luca Chikovani), een schichtig product van zijn eigen privileges. De ontmoetingen tussen de twee zijn voorafschaduwingen van een grijze toekomst, waarin de urbanisatie en het toegenomen kapitaal meer slachtoffers hebben gemaakt dan Lazzaro lief is. Rohrwachers project van spiegeling en omkering kent geen winnaars. Het is de geschiedenis die toeslaat en het heden verminkt.  

Nog niet eerder oogde haar beeldtaal daarbij zo zelfverzekerd. In het spoor van haar bijzondere debuut Corpo Celeste en Le Meraviglie (klik hier voor een recent flashback-artikel) verkent de Italiaanse cineaste ook nu weer de dunne grens tussen mysterie en aards sociaalrealisme. Het lijkt wel alsof iedere nieuwe film van Rohrwacher die twee contrapunten nog iets verder met elkaar verweeft: in Lazzaro Felice wordt de didactiek van de fabel nooit onttrokken aan de realiteit van onderdrukking. Veel meer dan Le Meraviglie is Rohrwachers derde een film van betekenis en definitie. Niet langer ontsnapt de poëzie van het platteland aan de houdgreep van de stad. ‘’Ik zou vandaag niet meer in staat zijn om Le Meraviglie en Lazzaro Felice hier (in Midden-Italië, red.) te draaien’’, schrijft Rohrwacher in een open brief aan de Italiaanse krant La Repubblica. Het gebied in kwestie is geannexeerd door multinationals, die in korte tijd een reeks hazelnootplantages uit de grond gestampt hebben.

Er was een mythische tijd waarin alleen wolven de koning van de Italiaanse stad konden voeden. Met die gedachte in het achterhoofd is het niet meer dan logisch dat een prachtig wit wezen zich tot de beschermheilige van Lazzaro ontpopt. Op het niveau van het verhaal zijn we het geloofwaardige op dat moment al lang gepasseerd. Op het niveau van de fabel ontstaat hier echter juist een opening: in Rohrwachers wereld kan een simpele ziel een groot bedrog aan de kaak stellen. Grote maatschappelijke constructies (feodalisme, neoliberalisme) worden ontwapend in een filmlandschap dat alleen bloeit voor de onderdrukten. Een sleutelrol is weggelegd voor de helende kracht van muziek: het was Fellini (Le notti di Cabiria) die begreep dat de wonderlijke verschijning van klanken troost en verlichting kon bieden.

Rohrwacher laat ons hopen dat we blij als Lazzaro kunnen zijn. Maar toch, ik proefde het toen ik de zaal uitliep: eigenlijk ben ik bedroefd, bedroefd voor Lazzaro.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken