Nu aan het lezen:

La La Land

La La Land

Er was dit jaar geen film waarin twee mensen zo mooi verliefd werden als Sebastian en Mia in La La Land. Het kostte Damien Chazelle heel wat jaren en moeite om producenten en zelfs zijn acteurs te overtuigen om anno 2016 een filmmusical te maken, maar het eindresultaat is misschien wel de meest bepalende film van het jaar. Een film waarin we, gedragen door de chemie en het charisma van Ryan Gosling en Emma Stone, wervelend worden teruggevoerd naar de kleurrijke musicals van Jacques Demy en het Hollywood van weleer.

De geschiedenis van Los Angeles als stad van de sterren is in alles aanwezig. Iconen van wie de achternaam volstaat – Monroe, Chaplin, Brando – staren ons aan, vanaf muurschilderingen op straat en posters in het huis waar Mia woont met drie vriendinnen. Die er natuurlijk allemaal van dromen actrice te worden. En pianist Sebastian is het soort mens dat bij elke stap die hij zet bewust is van de voeten die diezelfde grond voor hem hebben bewandeld. Hij wil een jazzclub beginnen met traditionele jazz, terwijl jazz en traditie nu juist onverenigbaar zijn.

En dat onverenigbare, daar gaat La La Land over. Want het probleem van dromen is dat ze werkelijkheid kunnen worden. En gerealiseerde dromen zijn niet langer de verdichtsels van de fantasie, maar wezenlijkheden met haken en ogen en ander ongemak. Kijk alleen maar naar de openingsscène, waarin al die dromers vaststaan in een hopeloze file, uit hun auto’s stappen en beginnen te zingen en dansen. De droom is magisch, de realiteit die daar in de verte wacht niet.

Ook voor Mia en Seb blijkt de droom moeilijk te verenigen met de realiteit. Die eist concessies, heeft lak aan idealen en een blinde vlek voor talent. En dus legt de betoverende romantiek van het eerste deel het steeds vaker af tegen gekibbel, geknakte ambities of juist de verwezenlijking daarvan. Wat kan worden, wordt wat had kunnen zijn. Misschien is het de niet aflatende grijsheid buiten of de droef stemmende staat van de wereld, maar ik had me graag getroost met de gedachte dat magie ook dan bestaat en dat die dekselse realiteit niet het laatste woord hoeft te krijgen.

Omdat realiteit ook maar een woord is en zoals filosoof Immanuel Kant zei: “de wereld zien is haar veranderen.” En La La Land is op z’n best als Chazelle precies dat bewijst. Als de realiteit fluïde wordt, zich buigt naar de gevoelens van de personages en daarbij natuurwetten opzij schuift die dat in de weg staan. Dat Gosling en Stone geen geschoolde dansers of zangers zijn, helpt alleen maar. Mia en Sebastian dansen of zingen niet omdat ze daar goed in zijn, maar omdat hun voeten in weerwil van zichzelf op zoek gaan naar tapschoenen.

La La Land voelt, zo aan het einde van een volgens velen ellendig jaar, als een welkome ontsnapping. Maar escapisme is ook een reflectie van waar men aan wil ontsnappen. Haar hoogtijdagen in de jaren vijftig had de Hollywoodmusical te danken aan technische ontwikkelingen (Cinemascope, Technicolor), maar viel niet geheel toevallig samen met het McCarthyisme. En ook nu hebben we een jaar achter de rug waarin de ratio het moest afleggen tegen de onderbuik. Waarin politici glashard verklaarden gevoelens boven feiten te verkiezen en een man tot president van de VS werd verkozen die zich wentelt in ongefundeerde uitspraken en valse nostalgie.

Dat het tegengif daarvoor een film is die teruggrijpt op vroeger, de realiteit verbuigt en emoties laat zegevieren lijkt te wringen. Maar elke realiteit heeft zijn eigen escapisme nodig en elke vorm van escapisme draagt die realiteit in zich. Om die vervolgens een andere kleur te geven. Of, in het geval van La La Land, talloze kleuren die in al hun felheid toch nooit vloeken.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken