Nu aan het lezen:

Jurassic World: Fallen Kingdom

Jurassic World: Fallen Kingdom


Jurassic Park
is een klassieker, een masterclass in blockbuster-vakwerk en een technisch wereldwonder. Een film die écht de eerste in zijn soort was. Sequels waren onvermijdelijk maar ook bij voorbaat een moeilijke opgaaf — je ziet maar één keer voor het eerst een levensechte dino op het scherm, tenslotte. Aan de andere kant: je hebt razende monsters, doodsbange karakteracteurs van respectabele komaf en een FX-team dat zijn weerga niet kent. Hoe moeilijk kan het zijn?

Heel moeilijk, bleek, en zo was Jurassic als franchise eigenlijk al doodgebloed voor hij goed en wel begon. The Lost World (1997) had een paar geweldige set-pieces, maar deed door het stupide script en Spielbergs ongeïnspireerde regie geen recht aan het origineel. Jurassic Park III uit 2001 was een niemendalletje waar niemand op zat te wachten. Het publiek bleef dan ook weg en daarmee leek het lot van de arme dino’s bezegeld.

Totdat Universal in 2015 besloot aan te haken bij de 90s nostalgiemanie en dit uitgestorven monster nieuw leven in te blazen. Het resultaat was Jurassic World: een uitgekiende, hypercommerciële mix van callbacks naar het geliefde origineel en een aantal zorgvuldig ontworpen nieuwigheden. De film harkte een miljard of twee binnen en de lei werd schoongeveegd voor een nieuwe reeks vervolgfilms.

Althans, dat leek zo. Jurassic World: Fallen Kingdom stuit al snel op het probleem waar alle voorgaande Jurassic-sequels mee worstelden: hoe krijgen we onze helden en anti-helden zo ver om zich alwéér op een eiland vol losgeslagen carnivoren te begeven? Fallen Kingdom lijkt zich bewust van deze kwestie en dus vliegt het script als een razende door de benodigde scenes met expositie. Claire (Bryce Dallas Howard), manager van het gefaalde pretpark uit het vorige deel, zet zich nu in voor de al dan niet reëele rechten van de dieren die zijn achtergebleven op het eiland. De dino’s kunnen gaan en staan waar ze willen, maar hun welzijn wordt bedreigd door de plaatselijke vulkaan, die op het punt van uitbarsten staat. Benjamin Lockwood, een rijke idealist die nauw verbonden is met wijlen John Hammond — de mecenas die dit natuurgeweld in de eerste instantie mogelijk maakte — stuurt Claire er op uit om de dieren te redden. Claire vindt dit zonder meer een puik idee en weet ook nog haar ex-geliefde en raptor-expert Owen (Chris Pratt) zover te krijgen zich bij de expeditie aan te sluiten.

En zo staat het tweetal, plus een stel nieuwelingen (Justice Smith en Daniella Rodriguez, allebei zo slecht dat het afleidt) en een troep anonieme huurlingen, binnen no time weer met open mond naar een voorbijsloffende brachiosaurus te kijken. Het is een stijlvol in beeld gebracht moment, maar het neigt zo sterk naar zelfparodie dat de film er even onder dreigt te bezwijken.

Maar als lastige dingen als expositie en thema’s eenmaal uit de weg zijn, is het podium eindelijk vrij voor een dosis dino-mayhem en op dat terrein kent Fallen Kingdom geen weerga. Regisseur J.A. Bayona heeft niet alleen een oog voor een mooi frame, maar ook het inzicht om zijn personages (zowel mens als dier) de ruimte te geven en om actiescènes te laten ademen. Dat voorkomt dat de film ten prooi valt aan de wollige, overbelichte CGI-moes waar veel moderne blockbusters (inclusief de voorganger van Fallen Kingdom) in verdrinken. Beter nog, Bayona verzint nieuwe en inventieve manieren om deze inmiddels toch wat stoffige wezens in beeld te brengen. Hij raakt hier en daar zelfs een gevoelige snaar: een shot van een langnekkige gigant die als een stervende zwaan ten onder gaat in een vlammenzee is van een spookachtige schoonheid. Het is ook iets dat we nog niet eerder hebben gezien in een Jurassic-film.

Het venijn van Fallen Kingdom zit ‘m in de tweede helft van de film, als de wijdse vista’s van het eiland worden verruild voor de claustrofobie van een landhuis rechtsreeks uit een morbide sprookje, waar de dino’s om moreel en plot-technisch dubieuze redenen naartoe zijn verscheept. De toon slaat hier om naar gotische horror, ook al een primeur voor deze reeks. We begeven ons inmiddels echt op B-film-terrein en de film gaat dan ook flink over de top, maar ook hier weet Bayona te boeien met originele vondsten. Zijn keuzes blijven steeds nét aan de goeie kant van volslagen idioot: een grotesk wezen in een kooi is maar een special effect, maar gebruik dat wezen als achtergrond voor een ouderwets vuistgevecht en je hebt ineens een opwindende actiescène in een originele setting. Fallen Kingdom poogt in dit gedeelte van de film nog wat filosofische en morele overwegingen over genetische manipulatie door de actie heen te mengen en hoewel er hier wel degelijk interessante thema’s worden aangesneden, besteedt het script er te weinig aandacht aan om ze echt uit de verf te doen komen. Wel is er de suggestie dat deze implicaties in de toekomst wat verder kunnen worden uitgediept.

Dat zou mooi zijn, want Fallen Kingdom slaagt er zowaar in nieuwsgierig te maken naar wat komen gaat. Jurassic Park kan ineens weer alle kanten op. Toch niet slecht voor een franchise die al lang uitgestorven had moeten zijn.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken