Nu aan het lezen:

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring a Very Special, Contractually Obligated Mention of Tony Clifton

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring a Very Special, Contractually Obligated Mention of Tony Clifton


In 1999 verscheen met weinig fanfare Man on the Moon, Miloš Formans film over de ontregelende komiek Andy Kaufman, met in de hoofdrol Jim Carrey.

De recensies waren redelijk, de bezoekersaantallen ronduit slecht. Dat de film in de jaren erna een zekere cultstatus verwierf is niet in de laatste plaats te danken aan de verhalen die rond de productie heen cirkelden. Verhalen dat Carrey tijdens de gehele opnameperiode in karakter bleef. Of eigenlijk karakters. Want hij kon ook zomaar op de set verschijnen als de onbehouwen Tony Clifton, een alter ego van Kaufman.

Het waren verhalen die te goed om waar te zijn klonken, maar twintig jaar later zijn beelden vrijgegeven die een cameraploeg destijds maakte op de set. Die beelden vormen de basis van Jim & Andy: The Great Beyond, de documentaire die Chris Smith maakte voor Netflix en die daar sinds kort te zien is. De beelden van de set zijn bizar en het gedrag van Carrey is afwisselend hilarisch (vooral wanneer Carrey wordt uitgenodigd voor een feestje bij Hugh Hefner ontspint zich een waarlijk Kaufmanesque scène) en op de grens van pijnlijk (wanneer de naasten van Kaufman de filmset bezoeken en met Carrey als Kaufman praten).

De setbeelden worden omlijst door een interview dat Smith recent afnam bij Carrey. Die praat daarin over de opnameperiode en de impact die de film heeft gehad op zijn carrière, maar vooral leven. Hij praat veel, maar blijft in feite diffuus over waar zijn gedrag op de set exact vandaan kwam en waarom hij het deed. Wist hij precies wat hij deed? Of verloor hij zich in die rol? Was het voor hem bloedserieus of ergens ook één grote grap?

Ook dat interview lijkt weer een performance. Is het waarschijnlijk ook. En zo bouwt de film laag op laag. Smith laat Carrey in het interview recht de camera in kijken, een interviewtechniek die Errol Morris groot maakte met documentaires als The Fog of War. Het is alsof Smith ons uitdaagt om in de blik van Carrey de waarheid te ontwaren. Of juist de leugens te betrappen. Want ondanks de titel van de documentaire gaat het vooral over Jim Carrey. Al kun je zeggen dat in al die lagen van de film de geest van Kaufman waart en dat hij in die zin dus alomtegenwoordig is. Dat hij nog steeds bezit heeft van Carrey.

Want wat moeten we denken van die korte documentaire die uit het niets leek te verschenen en waarin Carrey zich presenteerde als kunstschilder? En van dat interview dat hij gaf tijdens de New York Fashion Week? Misschien is hij serieus. Maar het kan ook zomaar allemaal performance zijn. Al brak Carrey door als de man met het elastieken gezicht die met supermelige films voor de slappe lach ging, hij is ook altijd een komiek geweest met een fascinatie voor dat ontregelen waar Kaufman zo’n ster in was. En zijn gedrag en uitingen van de laatste jaren passen perfect in dat straatje. Hij verwart ons en maakt het daarbij steeds onmogelijker om te onderscheiden waar de komiek eindigt en de mens begint. Het internet staat vol met filmpjes en artikelen met titels als: “has Jim Carrey gone crazy?” Maar wie is Jim Carrey?

In de documentaire wordt een paar keer gerefereerd aan de The Mask, waarin Carrey een introverte man speelt die een masker vindt dat hem, wanneer hij het opzet, doet veranderen in een extravert met superkrachten. Zo simpel ligt het in deze film niet. Er is geen masker waarachter het ware gezicht schuilgaat. Er zijn alleen maar maskers.

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken