Nu aan het lezen:

Jeetje Mina: Jezusfilms voor Pasen

Jeetje Mina: Jezusfilms voor Pasen

Met Pasen stond Jezus volgens de christenen op uit de dood. Een dramatisch gegeven dat gek genoeg niet vaak verfilmd is. Maar om op te staan uit de dood moet je eerst sterven, en dát zien we Jezus wel vaak doen op het witte doek. We zochten een paar van de beste passiefilms én een paar van de beste paasfilms uit.

Il vangelo secondo Matteo (Pier Paolo Pasolini, 1964)

De Jezus die Pasolini portretteert wijkt nogal af van hoe we hem vaak zien in films. Zowel in uiterlijk (kort, donker haar en een bescheiden baardje), als ook in gedrag. De non-professionele acteur Enrique Irazoqui zet een Jezus neer die zich zeer afgewogen kan uitdrukken, maar ook kwaad en getergd uit de hoek kan komen. Eigenlijk zoals Jezus in de Bijbel dus. Om dat nog eens te benadrukken, komt alle dialoog in de film rechtstreeks uit het Mattheüs-evangelie. Daarmee maakte de atheïstische Pasolini een film die radicaal is door getrouw te zijn, waarbij ondanks de wonderen die we zien, vooral de menselijkheid van Jezus wordt benadrukt. Elise van Dam

Jesus Christ Superstar (Norman Jewison, 1973)

Elke Jezusfilm zegt minstens zo veel over de tijd waarin hij gemaakt wordt als over Jezus. Maar Jesus Christ Superstar is méér dan alleen ‘Jezus en z’n apostelen als hippies’. Dat zit hem al in de titel: de musical houdt zich bezig met cebrity-cultuur, met hoe het zou zijn geweest om gezien te worden als de messias, en hoe makkelijk het dan is om je idealen uit het oog te verliezen. Wat ook niet vergeten moet worden: de film wordt geopend door Judas, met het fantastische nummer Heaven on Their Minds. Het is een ijzersterke opening, niet alleen omdat Carl Anderson de beste zanger in de cast is, maar omdat je daardoor Jezus in eerste instantie door zijn ogen ziet, en niet door die van een trouwe evangelist. Het creëert ook afstand, waardoor het extra veel impact heeft als Jezus, pas in de tweede akte, eindelijk een solo krijgt waardoor we inzicht krijgen in zijn gemoedstoestand, in zijn twijfels. Die structuur – en natuurlijk de muziek van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice – zorgen ervoor dat Jesus Christ Superstar een van de meeste herkijkbare versies van het passieverhaal biedt. Hedwig van Driel

Life of Brian (Terry Jones, 1979)
Tijdens mijn minor Bijbelwetenschappen had ik een docent die zonder blikken of blozen beweerde dat de drie meest (historisch) getrouwe verfilmingen van de Passie ook de drie meest controversiële waren: Il Vangelo Secondo Mateo, The Last Temptation of Christ en Monthy Python’s Life of Brian. Nu zullen veel mensen zeggen dat die laatste niet zozeer een Jezus-film is, want de Beste Man heeft zelf maar een kleine rol in de marge, maar dat is technisch geleuter. De film is overduidelijk bedoeld als parodie op het paasverhaal, en op allerlei politiek en religieus gekonkel in Engeland destijds, verplaatst naar het Judea van Jezus. Veel van de politieke satire (‘What have the Romans ever done for us?’) heeft ook een historische basis, dankzij de kennis van regisseur en historicus Terry Jones. Life of Brian is bijvoorbeeld één van de weinige films die laten zien dat Jezus van Nazareth slechts een van de honderden (zelfverklaarde) messiassen was die destijds in Israël rondliepen. Dat leer je niet bij zondagsschool, maar wel bij Monthy Python. Educatief ook nog, dus, Life of Brian. Theodoor Steen
The Last Temptation of Christ (Martin Scorsese, 1988)
Een aspect van het Jezusverhaal dat vaak niet tot wasdom komt in een Hollywood-setting is dat Jezus volgens de Bijbel zowel God als mens is. Waar films als Ben Hur en The Passion of the Christ voornamelijk focussen op het goddelijke aspect, daar is Martin Scorseses The Last Temptation of Christ gemoeid met de menselijke kanten van Jezus. Dat dat niet zonder controverse bleek, inclusief doodsbedreigingen aan het adres van Scorsese, is tragisch. The Last Temptation of Christ is namelijk  een van de weinige films die ijzersterk het offer van Jezus weet neer te zetten: door te sterven geeft hij zijn kans op een lang, menselijk leven op, en juist door te focussen op het menselijke aspect wordt duidelijk wat Jezus verliest. De sequentie van dertig minuten waarin we een fantasie zien over Jezus’ leven als hij niet gestorven was maakt de allerlaatste scène, waarin Jezus toch kiest te sterven, extra krachtig. En daarmee wist de film voor mij te bereiken wat met het jarenlang aanhoren van dominees niet was gelukt: ik voelde het gewicht van het paasverhaal. TS

Jésus de Montréal (Denys Arcand, 1989)

Een groep acteurs brengt een nieuwe interpretatie van het Passieverhaal, tot ongenoegen van de kerk met het radicalisme dat in de portrettering van Jezus nogal eens wordt weggelaten. Dat er parallellen ontstaan tussen het verhaal van Jezus en de steeds devotere groep acteurs rond de intense Daniel Coulombe (gespeeld door de intense Lothaire Bluteau) is direct evident. Daniel slaat een theaterzaaltje kort en klein waar vrouwen in ondergoed (of minder) auditie moeten doen voor een bierreclame en wordt hij steeds meer tegengewerkt in het vertonen van zijn voorstelling. Denys Arcand plaatst Jezus’ idealen tegen de achtergrond van de consumptiemaatschappij, maar doet dit dusdanig slim en ook geestig dat het nergens geforceerd voelt.  EvD

Mary Magdalene (Garth Davis, 2018)

Mary Magdalene (nu in de bioscoop) vertelt een minimalistische versie van het passieverhaal uit het oogpunt van de enige vrouwelijke apostel. De perspectiefwisseling zorgt vooral in de eerste helft voor wat accentwisselingen. Maar eigenlijk heeft de grootste innovatie niets met Maria Magdalena te maken: het is vooral Judas die in een nieuw licht wordt gezet. De dertig zilverstukken zal je hier niet aantreffen: in de film van Garth Davis is Judas een ontgoochelde True Believer die hoopte dat de komst van het koninkrijk Gods iets meer zou lijken op een zombie-apocalyps. Gespeeld door Tahar Rahim zou je hem niet verbannen tot de diepste cirkel van de hel maar juist omarmen en troosten (en misschien een afspraak regelen bij een therapeut die zich specialiseert in rouwverwerking). HvD

Southland Tales (Richard Kelly, 2006)
In films over Jezus zien we meestal de Passie. Hier en daar een uitstapje naar zijn geboorteverhaal (The Nativity Story, om een voorbeeld te noemen). Maar zelden zien we zijn wederkomst, zeker niet buiten de handvol films speciaal gemaakt voor een Evangelisch Amerikaans publiek. Enter Southland Tales, een van de pot gerukte sciencefictionfilm over de wederkomst van Jezus op aarde. De film is een subversieve vertelling waarin het einde der tijden wordt bewerkstelligd omdat de reïncarnatie van Jezus juist weigert te sterven voor de mensheid. Jezus reïncarneert hier als een tweetal gekloonde politieagenten uit parallelle universa, gespeeld door voormalig tienerster Sean William Scott.  Andere Bijbelse personages worden gespeeld door Sarah Michelle Gellar (de Hoer van Babylon), Justin Timberlake (een Ruiter van de Apocalyps), Wallace Shawn (de Antichrist), The Rock (de beschermer van de Messias) en Bai Ling (de Draak), waardoor Southland Tales zonder meer de boeken in kan als meest ongewone Bijbel-verfilming uit Hollywood. TS

 

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken