Nu aan het lezen:

IFFR: Jeannette

IFFR: Jeannette


Voordat Jeannette begon benadrukte Bruno Dumont –aanwezig in Rotterdam– een paar dingen: de acteurs waren amateurs; de film was een elektro-punk musical en alles was live op de set ingezongen, zonder playback. Ik geloof niet dat het een disclaimer was voor wat zou volgen, maar laat het dat hier wel zijn.

De ongebruikelijke elementen die Dumont samenbrengt in deze adaptatie van twee teksten van rond 1900 van Charles Péguy over de jeugd van Jeanne d’Arc komen niet samen tot een prettige kijkervaring. In tegendeel.

Het resultaat is namelijk dat een aantal jonge acteurs een tekst opdreunt en zingt die ze niet of nauwelijks kunnen begrijpen. Dit wordt ondersteund met de Rammstein-achtige dreunende gitaren van componist Igorrr en door het duinzand onvast gehuppel. Een groot deel van de choreografie bestaat verder uit headbangen. Het resultaat is tamelijk belachelijk, maar ik denk niet dat het Dumont zal spijten dat ik dat zeg.

De mythe van Jeanne d’Arc is een onderdeel van het fundament waarop de Franse nationale identiteit gebouwd is. De kleine Jeannette vraagt zich in de tekst van Péguy dan ook geregeld af hoe de Fransen hun grondgebied vrij kunnen houden van vreemde elementen. Dumonts versie van Jeannette lijkt opgezet om die nationalistische tendensen te ridiculiseren. In de Q&A na de film wilde hij niets weten van een controverse rond zijn film, maar vergeleek hij vervolgens Jeanne d’Arc met jihadisten.

Nou kan ik het belachelijk maken van nationalisme prima waarderen, toch heb ik een paar bezwaren bij de manier waarop Dumont dit in Jeannette doet. Ten eerste gaat mijn zorg uit naar de acteurs. Ik veronderstel dat Dumonts bedoeling deels ironisch is. Als ik de acteurs oprecht zie worstelen met de ingewikkelde teksten die ze moeten overbrengen twijfel ik of zij zich daar ook bewust van zijn. Weten zij wel aan wat voor project zij meewerken? En als zij dat niet weten, is dat dan eerlijk?

Die medeplichtigheid strekt zich ook uit naar het publiek. Jeannette landde zonder meer zeer slecht bij het IFFR-publiek. De bijna volle grote zaal van Pathé begon al na een kwartier leeg te lopen. Aan het eind zat misschien nog een derde van de bezoekers in de zaal en de film oogstte, zeer ongebruikelijk in Rotterdam, zelfs wat boegeroep.

Zoals gezegd viel er dan ook weinig te genieten tijdens de film, maar de bedoeling van Dumont spreekt ook compleet niet uit de inhoud van de film. Hij levert ons de tekst van Peguy zonder inhoudelijk commentaar. De enige aanwijzing voor ironie is de vorm waarin het gegoten is. Daarbij gaf Dumont aan het groteske en tragische in deze film te willen verbinden, verwijzend naar de werken van Hiëronymus Bosch en Pieter Bruegel. Als deze poging oprecht was dan heeft hij de balans niet getroffen. Zelfs na bijna twee uur is de groteske vorm nog zo overheersend dat de onderliggende tragiek moeilijk te zien is. Dit in tegenstelling tot zijn recente werk als P’tit Quinquin, waarin dit juist prima lukt. Kan er verwacht worden dat het publiek hier toch doorheen prikt of hadden de weglopers gelijk in het niet accepteren van deze vorm?

Aangezien Dumont het acceptabel vond om de nationale held van Frankrijk Jeanne d’Arc met een jihadist te vergelijken zal hij het niet erg vinden dat ik dit met hem doe. Dumont is verworden tot een extremistische filmmaker die geen middel schuwt om zijn punt te maken. Bijkomende schade bij zijn acteurs en het publiek lijkt hem niet te deren, zoals het een echte extremist betaamt. Als iets lastig te begrijpen valt voor een buitenstaander dan is het wel extremisme. Ik zal dan ook maar de hand in eigen boezem steken en toegeven dat ik de noodzaak voor de extremistische daad die Jeannette in mijn ogen is niet begrijp.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken