Nu aan het lezen:

Isle of Dogs

Isle of Dogs


Het is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij Wes Anderson, maar zijn films worden stiekem steeds politieker. Isle of Dogs is misschien wel zijn meest uitgesproken politieke werk.

Na een korte proloog over de oorlog tussen honden en katten en de domesticering van de hond springt de film naar het fictieve Megasaki-stad, twintig jaar in de toekomst. Opnieuw worden de honden in het nauw gedreven. De allemansvrienden vallen ten prooi aan hondengriep en snuitkoorts en worden gedeporteerd naar ‘Trash Island’, waar ze vechten om elk beetje voedsel dat in de zakken vuilnis op het eiland gestort wordt en zich de hele dag door een ongeluk niesen.

Onder de hondenpopulatie op het eiland bevindt zich een roedel van vijf honden: er is King (Bob Balaban), die vroeger in commercials voor hondensnacks zat, Boss (Bill Murray), voormalig sportmascotte die nog altijd in zijn tenue rondloopt, Duke (Jeff Goldblum), die constant de laatste roddels opsnuffelt, en dan zijn er nog Rex (Edward Norton) en Chief (Bryan Cranston). Die laatste twee zijn elkaars tegenpolen. Rex denkt met weemoed terug aan zijn tijd als huisider, Chief is een verstokte zwerfhond die niets moet hebben van baasjes en liefkozingen. ‘I bite’, snauwt hij geregeld.

Net als zijn vorige film The Grand Budapest Hotel speelt Isle of Dogs zich af in een fascistisch politiek klimaat. De burgemeester van Megasaki-stad is Kobayashi (Kunichi Nomura), die speeches houdt vol zalen met jaknikkers en zelfs de arrogantie heeft om tegenstanders op zijn podium uit te nodigen. In de wetenschap dat zijn publiek de tegenstem zal smoren in gehoon en rotte eieren kan hij zo de schijn van democratie hooghouden. Om een daad te stellen liet hij Spots, de waakhond van zijn neef en beschermeling Atari (Koyu Rankin), als eerste hond naar het eiland verbannen. Maar dat blijkt een slechte keuze wanneer Atari een vliegtuigje kaapt en koers zet naar Trash Island.

Daar crasht hij en stuit, met een staaf in zijn hoofd, op de vijf viervoeters. Die besluiten na een stemming (leve de democratie!) de kleine piloot te helpen Spots te vinden. Het brengt hen naar alle uithoeken van het eiland en dat geeft Anderson en het enorme team achter deze animatiefilm de kans zich uit te leven in decors en details. Isle of Dogs is een visueel feestje vol shotcomposities die verwijzen naar de films van Akira Kurosawa, van wiens Seven Samurai ook in de soundtrack echo’s te horen zijn.

Anderson stopt zijn films altijd boordevol en dat werkt hier soms tegen. Ik voelde af en toe het verlangen de film te vertragen om sommige personages of locaties iets meer tijd te geven. Zoals de roedel honden geleid door de door Harvey Keitel ingesproken Gondo. Buiten dat Keitel met de paar zinnen die hij heeft een van de beste stemacteurs in de film is, voel je dat er een interessante historie zat achter deze groep misbegrepen buitenpootjes. Dat Anderson dat zo snel voelbaar weet te maken is knap, maar het voedt ook de frustratie dat daar vervolgens eigenlijk niets mee gedaan wordt.

Des te meer omdat daar tegenover veel tijd wordt besteed aan de mensen, die ik persoonlijk een stuk minder interessant vond. Vooral de vele speeches van Kobayashi worden op den duur repetitief, waardoor de film voor mij een tikje uit balans raakte. Overigens worden die speeches niet ondertiteld, maar vertaald door een tolk en veel van de andere Japanse dialoog wordt helemaal niet vertaald. Het leidde tot controverse. Met het vertalen had ik persoonlijk niet heel veel problemen, omdat de film deels juist gaat over de problemen wanneer je elkaars taal (in dit geval tussen dier en mens) niet verstaat en hoe je elkaar dan toch kunt begrijpen.

Wel kan ik me vinden in de kritiek op het personage Tracy, een witte uitwisselingsstudent die het protest tegen het hondenbeleid aanzwengelt binnen de schoolkrantredactie. Dat ze een buitenstaander is, heeft weliswaar een functie (het laat zien hoe een tiranniek bewind de bevolking in een soort comateuze staat kan manipuleren), maar zoals onder meer Amerika de laatste maanden toont vervullen binnen een samenleving jongeren ook geregeld die rol en had Anderson het dan ook best aan de rest van de schoolkrantredactie kunnen overlaten.

En als ik dan toch even aan het zeuren ben over de casting: de twee teefjes in de film met tekst zijn een vrijwel direct zwangere love interest en een showhond die wat leuke trucjes kan. Die laatste ingesproken door Scarlett Johansson, die als besturingssysteem Samantha in Spike Jonze’ Her nog een van de meest memorabele stemrollen van het afgelopen decennium neerzette. Misschien is het ironisch bedoeld, maar dat zou ik dan een slap excuus vinden voor deze ondermaatse vrouwenrollen. Gelukkig is er nog wel een heel grappig bijrolletje van Tilda Swinton als mopshondje dat paranormale gaven krijgt toegeschreven.

Dat Wes Anderson opnieuw een film heeft gemaakt waar het publiek voor valt, kan al wel voorzichtig geconcludeerd worden uit het hoge rapportcijfer waarmee Isle of Dogs tijdens het Imagine Film Festival de publieksprijs won. Het is dan ook een film vol typische Anderson-esthetiek, donkere humor en een stortvloed aan spitsvondige details. En dus ook de politieke ondertonen die we de laatste jaren steeds meer in zijn werk treffen.

Andersons films hebben het vermogen om ongemerkt met je mee te groeien, waardoor je een paar jaar verder ineens ontdekt dat ze je dierbaar zijn geworden. Voor mij gebeurde dat bijvoorbeeld met The Life Aquatic of Steve Zissou, iets wat ik toen ik de film voor het eerst zag niet direct had kunnen bevroeden. Ik heb van Isle of Dogs genoten, maar waar de film uiteindelijk zal eindigen in de Anderson-ranglijst durf ik niet te zeggen. En dat heeft verder heus niets te maken met de kat die mij vanaf het bureau zit aan te staren.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken