Nu aan het lezen:

Imagine-verslag: “Loneliness can do strange things to the mind”

Imagine-verslag: “Loneliness can do strange things to the mind”

Ook dit jaar zijn we met Cine.nl aanwezig op het Imagine Film Festival om verslag uit te brengen. Met vandaag een verzameling eenzame en geïsoleerde hoofdpersonages. 

Het lijkt soms alsof het in cinema een grotere zonde is om een film te maken met een magere plot, dan met een zwakke vorm. Daar kan ik me enorm over verbazen. Film is toch in eerste instantie een visueel en auditief medium. De crux zit hem er volgens mij in dat we het lastig vinden vorm als inhoud te zien, te beseffen dat een ervaring ook betekenis kan zijn en dat niet altijd (direct) rationeel onderbouwd hoeft te zijn. Zowel Without Name als The Eyes of My Mother kennen nauwelijks plot, maar dat betekent niet dat ze zonder betekenis zijn.

Without Name van Lorcan Finnegan gaat over het onbekende en onze angst daarvoor, die we trachten te bestrijden door onze meetapparatuur en berekeningen erop los te laten. De film vertrekt vanuit het idee dat we niet zonder consequenties de aarde kunnen onderwerpen aan onze wil. Het afgelegen Ierse bosgebied waar landmeter Eric (Alan McKenna) heen wordt gestuurd voor onderzoek kreunt en kraakt, zucht en steunt. Het lijkt een collectief bewustzijn te hebben waarmee het loert op een kans gram te halen, al kunnen we dat bos natuurlijk ook zien als een reflectie van Erics gevoel van onthechting en verwarring.

Without Name (Lorcan Finnegan)

Without Name is een film waar je het niet over kunt hebben zonder het prachtige camerawerk van Piers McGrail te noemen, de indringende muziek van Gavin O’ Brien en Neil O’Connor, en ook de rest van het geluidsontwerp. Eigenlijk is het scenario het enige waar de film wat tekortschiet. De (gelukkig spaarzame) dialogen zijn een tikje te concreet, we herkennen wel erg veel horrorclichés en in de ontwikkeling van de personages worden grote stappen gezet. Maar voor mij persoonlijk werd dat ruimschoots gecompenseerd door de audiovisuele ervaring. Het is een film die niet resoneert in het hoofd, maar in het lichaam. Iets visceraals oproept via beeld en geluid.

Hetzelfde geldt voor The Eyes of My Mother. Gefilmd in zwart-wit vertelt de film het verhaal van Francisca, die op zo jonge leeftijd geconfronteerd wordt met de dood, op een dusdanig gewelddadige wijze, dat het haar volledige verhouding tot de buitenwereld gaat beheersen. De debuutfilm van de pas 27-jarige Nicolas Pesce is een film die op gruwelijke en goedbeschouwd groteske wijze de mechanismen van trauma onderzoekt, van onverwerkte rouw, die al zo vaak de basis vormde van horrorfilms (denk ook aan Don’t Look Now of The Babadook). Helaas wint de pure gruwel het uiteindelijk net iets te veel van de diepgang, maar een verontrustende ervaring is de film zonder meer.

Kaleidoscope (Rupert Jones)

In deze films speelt de isolatie van de hoofdpersoon een grote rol. Zowel Eric als Francisca bevinden zich in gebieden waar nauwelijks mensen zijn en waar de bewoonde wereld een verre herinnering lijkt. Maar isolatie kan uiteraard ook voorkomen in een stad. Dat tonen de Britse film Kaleidoscope en het Zwitserse Aloys, die zich afspelen in vergelijkbare appartementencomplexen. Van die troosteloze jaren zeventigflats waar de lift altijd buiten gebruik is en waarin je je in een soort vergetelheid kunt terugtrekken. Iets wat beide hoofdpersonages doen. In Kaleidoscope is het de ex-gedetineerde Carl (gespeeld door Toby Jones, broer van de debuterend regisseur Rupert Jones). Wanneer hij besluit zijn eenzaamheid een avondje te doorbreken door een jonge vrouw mee naar huis te nemen die hij via een datingsite ontmoet heeft, is het alsof hij een portaal opent naar een andere dimensie. Met het openen van de deur van zijn appartement laat hij niet alleen haar binnen, maar de geesten uit zijn verleden waar hij zich zo zorgvuldig van had afgesloten. Plotseling heeft hij geen controle meer over wat er in die tot voor kort veilige cocon binnenkomt en voorvalt.

De caleidoscoop uit de titel komt voor in de film, maar is vooral een indicatie van de vorm. We treden in het hoofd van een man die de herinneringen en relaties uit zijn ‘vorige’ leven heeft weggezet in compartimenten van zijn brein, maar nu wordt er plotseling een zwiep gegeven aan dat brein en al die fragmenten beginnen door elkaar heen te lopen. De structuur van de film volgt die fragmentatie en laat ons mee verdwalen in het labyrint van Carls onverwerkte verleden.

Aloys (Tobias Nölle)

Privédetective Aloys Adorn is een man die leeft via anderen. Via de camera en geluidsapparatuur waarmee hij mensen observeert. Wanneer die apparatuur van hem gestolen wordt, is dat dan ook niet zomaar een zakelijk verlies voor hem. En dan wordt hij gebeld, door een vrouw, die hem uitnodigt voor een wandeling. Via de telefoon welteverstaan. Volgens haar zijn woorden genoeg om een wereld op te roepen in de beleving van de toehoorder. Tobias Nölle’s Aloys is van deze vier films de enige die perspectief biedt op de opheffing van de eenzaamheid en doet dat op een wonderlijke en ontroerende manier, die herinnert aan Spike Jonze’s Her, waarin een man verliefd wordt op een stemcomputer.

Naarmate de telefoontjes frequenter worden, zien we hoe Aloys zijn verbeelding en daarmee zichzelf steeds verder openstelt. De stem aan de andere kant van de lijn wordt een vrouw die hij aan kan kijken, aan kan raken. Het levert in de tweede helft van de film een hele reeks aan wonderschone scènes op die uiteindelijk leiden naar een wrange conclusie. “Loneliness can do strange things to the mind” , wordt de kleine Francisca in The Eyes of My Mother op het hart gedrukt. Op hun eigen manier bevestigen elk van deze vier films dat.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken