Nu aan het lezen:

Imagine Film Festival: Dag 6 & 7

Imagine Film Festival: Dag 6 & 7

 

Tien dagen lang kun je bij het Imagine Film Festival in EYE terecht voor de – in meerdere opzichten – fantastische film. Horror, sciencefiction en fantasy zijn de genres waarbinnen Imagine vertoeft, met dit jaar speciale aandacht voor architectuur onder de titel Building Dreams & Nightmares.

Groot – groter – grootst – Baahubali: The Beginning. Deze blockbuster uit India is een bombastisch CGI-fest vol slow-motions, exuberante decors, opzwepende muziek en steigerende olifanten. Regisseur S.S. Rajamuli trekt een kleurrijke en glimmende wereld op die soms meer weg heeft van een computerspel dan een film. Is het vermakelijk? Zeker. Is het goed? Laat ik zo zeggen: het is eigenlijk niet zo’n interessante vraag of Baahubali een goede film is. Het is vooral interessant wat de film zegt over onze kijkgewoontes en -kader. In India is het inmiddels de grootste box-office hit ooit. Daarbuiten zullen we er – op deze vertoning op Imagine na – vermoedelijk weinig van horen. Want hier in het Westen zitten we niet (meer) te wachten op grote verhalen, op epische vertellingen zonder een spoor van ironie. Daar zijn we te postmodern voor. Te cynisch ook.

Maar de Indiase film heeft nooit echt voet aan de grond gekregen in Europa of Amerika. Of het nu Bollywood is of iets anders. Onlangs zag ik de film Donkey in a Brahmin Village, een sterke satire over het kastenstelsel aan de hand van een onderwijzer die een ezeltje in huis neemt. Het schijnt dat die film in India als een klassieker wordt beschouwd, maar het zou me verbazen als iemand die dit stukje leest er überhaupt wel eens van gehoord heeft. De voornaamste reden om Baahubali te gaan kijken is dan ook, dat wat de Indiase filmindustrie aflevert, zo afwijkt van wat we normaal zien. Wat dan weer niet verschilt van wat we gewend zijn: het epos is opgeknipt in twee delen. Later dit jaar verschijnt Baahubali: The Conclusion.

Van een Indiaas epos naar een Engelse folktale. In The Witch wordt een vrome Engelse familie verbannen van een plantage en vestigt zich in een boerderij aan de rand van een bos. Dat bos kraakt en zucht als een levend organisme dat elk moment zijn duivels kan ontbinden. Maar, zo houdt William zijn zoon Caleb voor: “We will conquer the wilderness. It will not consume us.” Robert Egger’s The Witch is een ongewone horrorfilm, waarin de gruwel niet voortkomt uit grote angstmomenten, maar uit de verontrustende sfeer die Eggers vanaf het eerste moment weet op te roepen, geholpen door de griezelige celloklanken op de soundtrack en de prachtige cinematografie.

The Witch overtuigt bovenal visueel, prachtig gefilmd in een wereld waar alle kleur uit is gezogen. En het is te zien dat Eggers een achtergrond heeft in kostuum- en decorontwerp. De film ontleent zijn symboliek zowel aan de bijbel als aan sprookjes. De verboden vrucht is hier een appel, maar net zo goed Roodkapje. En constant is er tegenstelling. Tussen mens en natuur, het profane en sacrale, maar bijvoorbeeld ook tussen de scherp tekenende gezichten van de ouders en de zachte engelgelaten van de kinderen. En vooral is er die ene tegenstelling: tussen licht en donker, dag en nacht. Dat betekent echter niet dat goed en kwaad hier absoluten zijn, wat de vrome vader zijn kinderen ook voorhoudt.

Dag 3.1Gevlucht uit de behekste bossen duiken we kopje onder in de Poolse zeemeerminnenfilm The Lure, een bewerking van, jawel, De kleine zeemeermin. Maar verwacht vooral geen lieftallig sprookje dat begint met ‘er was eens’ en eindigt met ‘lang en gelukkig’. The Lure is een bizarre genremix van horror, komedie en musical gestoken in een jaren tachtig-jasje. Niet één, maar twee zeemeerminnen worden aan wal geholpen. Zussen zijn het, die zichzelf Zilver en Goud noemen. Ze gaan aan het werk in een extravagante stripclub, waar ze al snel de voornaamste attractie vormen. Maar een van de twee zussen wordt verliefd en dat brengt haar voortbestaan in gevaar.

The Lure verkent de vraag wat het betekent om mens te zijn en hoeveel iemand ervoor over heeft om niet ‘anders’ te zijn. Die thematiek hadden regisseur Agnieszka Smoczynska en scenarist Robert Bolesto nog wel wat scherper kunnen neerzetten. Nu blijft de film vooral vorm. Gelukkig valt daaraan genoeg te genieten. De liedjes, de kleurrijke aankleding; het is allemaal ontzettend bizar en over the top, maar het werkt wonderwel. Dit is het soort film waarvoor je naar Imagine gaat: misschien niet briljant, maar wel verrassend, vreemd en uniek.

Tot slot verkassen we naar Polen’s buurland Duitsland voor Der Bunker, een absurde komedie over een niet alledaags gezin. Moeder praat met de open wond aan haar been die ze Heinrich noemt, vader schminkt voor ‘grapjesavond’ zijn gezicht om grapjes voor te lezen uit een dik boek en zoon Klaus is een volwassen jongeman die zich gedraagt als een kind van acht. Een student, de normale buitenstaander waarmee we ons als kijker kunnen identificeren, trekt bij het gezin in om rustig aan een wetenschappelijk project te werken, maar wordt al snel aangesteld als leraar van Klaus. Want die moet worden klaargestoomd voor het presidentschap. Van Amerika.

De Duits-Griekse filmmaker Nikias Chryssos levert een trefzeker debuut af, al werkte het voor mij niet helemaal. Ondanks de korte speelduur van nog geen anderhalf uur voelde de film wat lang en niet elk idee was even geslaagd. Richting het einde lijkt Chryssos, die ook het scenario voor zijn rekening nam, niet goed te weten hoe hij het verhaal moet afronden. Maar de hoeveelheid ideeën en creativiteit ervan maakt zonder meer nieuwsgierig naar volgend werk.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken