Nu aan het lezen:

Imagine, dag 8: vuil en magie

Imagine, dag 8: vuil en magie


Op de achtste dag van Imagine zie ik stop-motion, 35mm, een cumshot en Jeff Goldblum. Niet alles met even veel plezier.

Een van de beste actiescènes van het festival zit in Takahide Hori’s stop-motion-animatiefilm Junk Head. Onze held rent door een betonnen gang, achtervolgd door een hond-achtige monsters met koppen die aan de Xenomorph uit Alien doen denken. Dan ziet hij verderop in de gang een aantal gaten in de muur. Hij en wij weten dat daar gigantische vleesetende wormen uit komen. Die kunnen zijn redding zijn, maar hij moet wel oppassen zelf niet gegrepen te worden. Tijdens deze achtervolgingsscène vergat ik heel even dat ik naar stop-motion zat te kijken. Dat is het hoogste wat een stop-motion-film kan bereiken: dat je niet meer let op hoe knap alles gemaakt is, en hoe veel uren werk daarin gezeten moeten hebben, maar meegaat in de actie.

Helaas haalt Junk Head dat niveau daarna niet vaak meer. Het science-fictionverhaal, waarin de naamloze hoofdpersoon van alles beleeft in een bizarre wereld vol robots en klonen, is te episodisch om momentum op te bouwen. Na mini-avontuurtje zou de film afgelopen kunnen zijn. Die kleine verhaaltjes op zich zijn prima korte films. Het eerste halfuur van Junk Head werd in 2014 dan ook als zodanig uitgebracht; dat is een uitstekende film. Maar de bijna anderhalf uur die er nu achteraan komt maakt Junk Head een lange zit. Dan maar genieten van de mooie plaatjes. Het is duidelijk dat Takahide Hori zijn wereld met liefde en oog voor detail heeft gebouwd. En als ik zeg: zijn wereld, dan bedoel ik ook zijn wereld: Hori is animator, regisseur, scenarist, decorbouwer, cinematograaf, stemacteur, editor en componist (ik vergeet vast nog credits). Hij houdt van roest, labyrintische gangen, vlezige monsters en mechanische mensen. Jan Švankmajer en de gebroeders Quay zijn nooit ver weg, maar Hori’s stijl is uniek genoeg om hem een van de interessantste nieuwe animatoren te noemen. Ik hoop dat hij voor zijn volgende project een andere scenarist neemt.

De daghap van vandaag: taco’s met zwarte bonen. De taco’s zijn van die harde, die je in de winkel al geroosterd en gevouwen koopt. Hun knapperigheid ruilen ze snel in voor taaiheid. Voor 12,50 mag je toch verse tortilla’s verwachten. Bij een goed Tex Mex-restaurant betaal je de helft voor een taco, als het niet minder is. Gelukkig is de vulling prima: fluweelzachte, lekker pittige zwarte bonen met maïs. Natuurlijk is er crême fraiche om zelf bij te scheppen. De salade is eenvoudig (sla en tomaten met olie en azijn) maar lekker fris.

Cinema Egzotik is een maandelijkse double bill in EYE van programmeur Ronald Simons en regisseur Martin Koolhoven. Elke maand tonen ze twee klassieke genrefilms, en tijdens Imagine is die voorstelling ook onderdeel van het festival. Het thema van de avond is ditmaal Jeff Goldblum: op het programma Invasion of the Body Snatchers en The Fly. Maar helaas: de 35mm-projector is kapot. De reparatie kan een uur duren, dus de eerste film valt sowieso af. Vervanger is Thriller: En Grym Film, die digitaal vertoond wordt. De Zweedse exploitatiefilm was al eerder op Imagine te zien in het Kick-Ass-Women-randprogramma. Mensen die geen zin hebben in Thriller kunnen hun geld terugkrijgen (ik zou zeggen, had daar een vrijkaartje voor een andere film bij gedaan).

Ik zag Thriller toen ik een jaar of zestien was, en was geen liefhebber. Ik herinnerde me een ranzige, trage, deprimerende rape-revenge-film. Toch was ik nieuwsgierig hoe ik hem op groot doek zou ervaren. Ik dacht aan een van de eerste edities van Imagine die ik bezocht, toen het nog Amsterdam Fantastic Film Festival heette. Toen zag ik de nazisploitationfilm Ilsa: She-Wolf of the SS. Ook troep, maar ik kan me de ervaring nog goed herinneren — zo’n smerige, foute film op groot doek en met publiek bekijken, dat is toch iets bijzonders. Daarnaast waardeer ik het dat Imagine, ondanks de ambitie toegankelijker te zijn dan tien jaar geleden, zijn rauwe randje nog niet verloren heeft.

Dus terwijl een deel van het publiek op het terras van EYE het laatste uurtje zon ging meepikken, besloot ik me onder te dompelen in vuile duisternis. Thriller wordt vaak genoemd als inspiratiebron voor Kill Bill, vooral omdat daarin ook een vrouw met een ooglapje zit. Wat mij betreft lijken de films niet op elkaar. Kill Bill is een feestje van hyperbolische stijl; Thriller is stilistisch saai en lelijk. Bovendien lijkt de constant emotieloze hoofdrol van Christina Lindberg expres de kijker op afstand te houden. De hardcore-penetratieshots zijn net zo ranzig als ik me herinnerde. Twee mensen lopen weg tijdens een cumshot.

De tweede film maakt veel goed. Ik zag The Fly al eens eerder in EYE, tijdens het David Cronenberg-retrospectief van een paar jaar geleden. Wat blijft die film toch effectief. Elise schreef al over de tijdloze thema’s van Cronenbergs meesterwerk, maar wat deze voorstelling bijzonder maakte was natuurlijk ook 35mm-kopie. Simons en Koolhoven laten hun favorieten het liefst zien op celluloid. Inhoudsloos, nostalgisch fetisjisme, kun je zeggen: een digitale kopie ziet er ‘beter’ uit, dus als die bestaat moet die de voorkeur krijgen. Ik begrijp die houding, maar ik hou van rituelen. Kunst mag best iets religieus hebben. Volgens de Duitse filosoof Walter Benjamin (1892-1940) verliest kunst zijn ‘aura’ door reproductie. Van schilderijen bestaan er originelen, maar van een film niet; alleen een heleboel kopieën. Het gevoel van authenticiteit dat ooit een belangrijk deel van de kunstkijkervaring was, verdwijnt. Maar nu het overgrote merendeel van de films digitaal wordt vertoond, krijgt zo’n 35mm-kopie die authenticiteit. De krassen in het beeld, de verkleuringen, zelfs de Nederlandse ondertiteling uit de jaren 80 (cappuccino wordt ondertiteld als ‘expresso’ [sic]; de drank was toen nog geen bekend begrip in Nederland). Discussies over beeldkwaliteit daargelaten, celluloid is magisch. En wat is film zonder magie?

 

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken