Nu aan het lezen:

Imagine 2018, dag 4: born sexy yesterday

Imagine 2018, dag 4: born sexy yesterday


Mijn eerste dag op Imagine werd door omstandigheden een halfje. Ik kwam net te laat voor Tragedy Girls, en had dus twee uur over, wat me de gelegenheid gaf de festivallocatie wat te verkennen. Het blijft voor veel bezoekers wennen aan Eye. ‘Imagine hoort in Kriterion,’ hoor je nog steeds wel eens, hoewel die locatie het festival toch daar maar een paar jaar thuis geboden heeft. 

Om eerlijk te zijn vond ik Kriterion nooit een geschikte plek: die studentenbioscoop in Amsterdam Oost is hartstikke gezellig, maar veel te klein voor zo’n groot festival. Sommigen zullen met plezier terugdenken aan de volgepropte gang voor de kassa, waar je je door de warme mensenmassa moest wurmen als je naar het café wilde — ik niet. Voor mij was Kriterion dan ook een tussenlocatie: mijn eerste Imagine was in Cinerama, het filmtheater aan de Marnixstraat dat inmiddels plaats heeft moeten maken voor het Nieuwe DeLaMar. Dat was in 2004, toen ik zestien was, en als je op die leeftijd je eerste filmfestival bezoekt blijft zo’n bioscoop sentimentele waarde hebben. Niet dat ik mezelf als True OG wil neerzetten: toen de eerste editie in 1984 plaatsvond in de (ook al gesloopte) bioscoop Alhambra, was ik nog niet geboren. Ik probeer nostalgie dan ook wat los te laten. Het is een warme emotie, maar ook een broertje van de dood.

Nee, de verhuizing naar EYE is me altijd goed bevallen. Meer ruimte, grotere zalen, betere projectie en — voor mij niet per se relevant, maar toch — het festival is toegankelijker voor mensen die niet in Amsterdam wonen. Het enige nadeel is dat in zo’n grote ruimte de intieme sfeer wat verloren gaat. Dat probeert Imagine op te lossen met een minicafé op de bovenste verdieping, een eigen hoekje voor het festival. Ik vind het niet zo nodig; gezelligheid komt van de mensen die je tegenkomt, niet van de omgeving. Wel zeer welkom: voor het eerst sinds de eerste editie in EYE is er weer een daghap! Toch prettig dat je in de bioscoop een flinke maaltijd kunt genieten, zonder je blauw te betalen (of drie kwartier te wachten) bij het ‘officiële’ restaurant van EYE.

Mijn eerste film van de dag was Hagazussa — A Heathen’s Curse, de afstudeerfilm van de Duitse regisseur Lukas Feigelfeld. ‘Ik hoop dat jullie je kunnen laten opslokken door het bos,’ zegt hij in zijn korte intropraatje. Dat is inderdaad de juiste houding om Hagazussa mee te kijken: je moet open staan voor de zintuiglijke ervaring die Feigelfeld je wil laten ondergaan. Trage zooms, lang aangehouden shots, hypnotiserende viooltonen. Het verhaal over heidenen in de vijftiende-eeuwse Oostenrijkse Alpen moet het niet van suspense hebben, maar van sfeer. Feigelfeld en cameravrouw Mariel Baqueiro willen daarvoor alles uit hun locaties halen, ons in trance brengen met donkere bossen en modderige meertjes. Soms werkt het, meestal niet. Baqueiro’s shots zijn niet bijzonder genoeg om hun lengte te rechtvaardigen; laat iedere degelijke cameraman plaatjes schieten in de Alpen en je krijgt werk van gelijke kwaliteit. Hagazussa is daarmee duidelijk een afstudeerfilm: veel te verliefd op z’n eigen beelden.

Aan de andere kant van het Imagine-spectrum vinden we How to Talk to Girls at Parties, een vlotte sciencefictionromcom die zich afspeelt tijdens het hoogtepunt van de punkscene in Engeland. Enn (Alex Sharp) is een jonge punker die maar geen date kan krijgen. Tot hij Zan (Elle Fanning) ontmoet. Zij valt meteen voor hem. Dat komt natuurlijk omdat ze een alien is, die alles over mensen wil leren. Haar expedtiegenoten vinden haar gedrag veel te riskant: zo intiem zijn met mensen is tegen de regels! Maar regels, daar hebben punkers lak aan. How to Talk to Girls at Parties is gebaseerd op een kort verhaal van Neil Gaiman (American GodsThe Sandman), die bekend staat om zijn unieke visie op fantasy en sciencefiction. Het verhaal heb ik niet gelezen, maar deze bewerking verloopt in elk geval exact zoals je zou verwachten. Alle alien-op-aarde-grappen zitten erin (‘I just ate pancakes, which I am currently excreting!’) en natuurlijk kunnen die rigide, conformistische aliens uiteindelijk heel wat leren van de rebelse punkers. Zan voldoet aan twee stereotypen: ze is een manic pixie dream girl en ze is born sexy yesterday. Met haar impulsieve gedrag opent ze Enns ogen voor de schoonheid van het leven, terwijl hij haar, naïef als ze is, van alles moet leren over de wereld. De ultieme nerdfantasie.

Ondanks al die clichés is How to Talk… behoorlijk onderhoudend. Dat is vooral te danken aan het aandoenlijke spel van Sharp en Fanning. En vooruit, veel van de grappen zijn, hoewel verre van origineel, gewoon goed. Hilarisch is bijvoorbeeld een romantische scène waarin Zan probeert mee te doen met het gebruikelijke strelen bij het voorspel. Ook haar voortdurende verlangen ‘to see the punk’ is een mooie running gag. Voeg daaraan toe de charmante low-budget-aanpak en je hebt een typische Imagine-filler.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken