Nu aan het lezen:

Imagine 2018: heksen

Imagine 2018: heksen


Heksen waren goed vertegenwoordigd tijdens deze editie van Imagine. Er was een lezing van wicca-hogepriesteres Morgana en de toverkol dook in verschillende gedaanten op in een aantal films, waarvan ik er drie zal bespreek.

The Changeover toont een moderne variatie op de heks. Gebaseerd op het gelijknamige boek van de in 2012 overleden Margaret Mahy, vertelt de film het verhaal van tiener Laura, wier broertje wordt behekst door een mysterieuze oude man. Om hem te redden, moet ze de hulp inroepen van de nieuwe jongen op school, die uiteraard ook heel mysterieus is. En knap. Ze zal moeten leren wie (en vooral ook wat) ze is. Erg origineel zijn de bouwstenen van deze film niet, maar op z’n minst wel verfrissend is dat Laura niet net als bijvoorbeeld Bella uit Twilight steeds gered moet worden.

In de eerste helft overtuigt The Changeover met het neerzetten van de wereld van Laura en het bijna post-apocalyptisch aandoende Christchurch net na de verwoestende aardbeving in 2011. Ook de bovennatuurlijke elementen worden hier goed in die moderne setting verwerkt. Maar wanneer het bovennatuurlijke de overhand krijgt, lijken de makers wat van hun grip op het verhaal kwijt te raken. Ze voegen de changeover samen met de climactische eindstrijd tussen Laura en de demon en dat is niet zo’n gelukkige keuze. Er is daardoor helemaal geen fase waarin Laura moet leren wat haar krachten precies zijn en hoe ze die moet gebruiken (en dus ook niet wat het betekent heks te zijn in een moderne maatschappij). En de wijze waarop ze de demon verslaat is teleurstellend simpel.

Een stuk interessanter zijn twee films die de heks opzoeken in de Middeleeuwen. Twee films die een hoop ingrediënten delen (de pest, geiten, modder, besneeuwde bossen, de toverachtige maan), maar toch totaal verschillend zijn. November, van de Estse regisseur Rainer Sarnet keert de verwachting van de kijker ondersteboven. Wie een grimmig middeleeuws sprookje in stemmig zwart-wit verwacht, heeft niet zozeer ongelijk, maar is tegelijk niet voorbereid op hoe geestig en obsceen de film ook is. Sarnet stopt de film vol met elementen die we associëren met de Middeleeuwen: de eerder genoemde pest en viezigheid, maar ook grote klasseverschillen en uiteraard het mystieke: heksen, weerwolven, duivels en kratts. Die laatste zijn figuren uit Estse folklore, gemaakt uit huishoudelijke gereedschappen en tot leven gebracht door de duivel voor de prijs van drie druppels bloed.

Maar Sarnet speelt met al die elementen. De heks houdt haar ‘klanten’ voor de gek, de duivel is meer nar dan naar. In de kern gaat de film over de onbeantwoorde liefde van een jonge vrouw (Liina) voor een jonge man (Hans) en ondanks de veelheid aan (niet zelden schunnige) humor, weet November ook te betoveren. Dankzij de adembenemend mooie zwart-wit cinematografie van Mart Taniel en de compassievolle wijze waarop Sarnet de verliefdheden van zijn hoofdpersonages benadert. Die cinematografie is een van de consistente factoren die maakt dat de film, ondanks dat de toon heen en weet schiet van banaal naar poëtisch, van geestig naar melancholisch, toch als één geheel voelt.

De tweede film is Hagazussa: A Heathen’s Curse, afstudeerfilm van Stefan Feigelfeld, over een jonge vrouw die een teruggetrokken bestaan leeft in de bosrijke bergen van Oostenrijk. Hier is geen plaats voor humor. Hagazussa is een trage, stemmige film, met duistere cellomuziek van het Griekse MMMD. Het is een film waarin het bovennatuurlijke zit in de perceptie. Want alles (met uitzondering van het laatste shot) is uitlegbaar. In de Q&A na afloop gaf Feigelfeld aan de Malleus Maleficarum, of Heksenhamer als research te hebben gebruikt, een boek dat ongeveer drie eeuwen(!) lang als handleiding heeft gediend voor het herkennen en vervolgen van heksen. In dat boek wordt uitgebreid besproken waarom vrouwen vatbaarder zijn voor duivelskunsten. Ze zijn fragiel, zwak, broos. Intellectueel inferieur aan de man, van nature beïnvloedbaar en bedrieglijk.

Wie Hagazussa ziet met de ogen van nu, ziet een vrouw die getraumatiseerd is door het op jonge leeftijd verliezen van haar moeder aan de pest. Een vrouw die een teruggetrokken bestaan leidt en haar natuurlijke seksuele behoeftes bevredigt door te masturberen. Maar de ogen van toen zien iets anders: een zonderlinge vrouw die seks heeft met de duivel. Naarmate de film vordert wordt de vraag welke van die twee versies Abrun gelooft. Ondanks de titel suggereert een aantal momenten in de film dat Abrun niet heidens, maar joods is, een religie die wordt doorgegeven via de moederlijn. Daarmee is Hagazussa een film die meer dan over heksen over vervolging gaat en de walgelijke manieren waarop men dat tracht te rechtvaardigen.

Ook in November speelt de perceptie van vrouwen een rol. Of Sarnet ook de Malleus Maleficarum heeft gelezen weet ik niet, maar daarin wordt gesteld dat de vrouw geen middelmaat kent. Ze is ofwel engelachtig goed, of duivels slecht. In veel variaties zien we dat idee, ook nu nog, regelmatig terug in films. Vrouwen zijn of pure, knappe wezens, of lelijke eendjes die getransformeerd moeten worden. Sarnet speelt met dat narratief. Hans wordt verliefd op de ongenaakbaar mooie dochter van de baron. Liina daarentegen ontkomt niet aan de viezigheid van het boerenleven. Ze is weliswaar ook knap, maar Hans ziet haar schoonheid niet, omdat ze ‘bevuild’ is door het dagelijks leven. En dus laat Sarnet haar transformeren, waarna ze haar hoofd in de schoot van Hans legt. Of kop eigenlijk. Want ze blijkt een weerwolf.

Feigelfeld vertelt in de Q&A ook nog dat hij vroeger familie had in de Oostenrijkse Alpen en daar als kind vaak op bezoek ging. Hij hield van de beboste bergen, maar ze maakten hem ook bang. Het is die angst die we ook rond voelen waren in de film. Hij maakt van zijn film een fysieke ervaring, een onbestemd gevoel in je onderbuik. Die bijna kinderlijke angst voor een donker bos waar je niet weet wat er achter de bomen schuilgaat, zit ook, maar dan op speelsere wijze, in November. Takken als knokige skelettenvingers, het bleke maanlicht dat mensen een spookachtig gelaat geeft. De film geeft je het gevoel van wanneer je ouders je een sprookje voorlazen waarna ze je geruststellend toefluisterden: wees maar niet bang, het is maar een verhaaltje. En heksen, die bestaan niet.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken