Nu aan het lezen:

Imagine 2018, dag 5: misantropie en empathie

Imagine 2018, dag 5: misantropie en empathie


Dag vijf van Imagine begint en eindigt in elk geval bruut. Daartussen lichte teleurstellingen, herinneringen aan de Night of Terror (R.I.P.), misantropie en empathie.

Met mijn eerste kopje koffie van de dag kijk ik naar brullende mannen met baarden die elkaar tot moes slaan. The Scythian is een stevig ontbijt. Het Russische epos is een testosteronbom van een film, een soort Conan the Barbarian met een vleugje christendom. Want de elfde-eeuwse krijger Lubotor is weliswaar verantwoordelijk voor een behoorlijke stapel lijken, door zijn christelijke geloof heeft hij er ook moeite mee dat hij doden moet. De mensen om hem heen hebben niets met ‘de gekruisigde god’ en aanbidden goden die positiever staan tegenover geweld. Het religieuze conflict speelt tussen alle vechtpartijen een kleine rol en vindt uiteindelijk zijn oplossing in een compromis. Lubotor is deels als Jezus — hij wordt zelfs gestigmatiseerd, in de letterlijke zin des woords — maar als het nodig is mag hij best de beer in zichzelf loslaten. Gelukkig maar, want de vechtscènes zijn lekker. Vaak wordt de illusie van een ononderbroken shot gewekt, maar niet op de opzichtig virtuoze manier die je in veel actiefilms ziet. Met mooifilmerij heeft regisseur Rustam Mosarif niets. Het gaat om stampen.

Waar je wel veel mooifilmerij tegenkomt is in het horror-shorts-programma. Korte films worden doorgaans gemaakt door jonge, hongerige regisseurs die willen laten zien wat ze kunnen, en daarbij nog wel eens uit het oog verliezen dat een goed verhaal belangrijker is dan stilistische trucjes. Ook een veel voorkomend type tegenvaller in de categorie kort is de film die tot de twist oninteressant is. Veel korte films draaien om een twist. Maar vaak vergeten ze houvast te bieden in de plot vóór de twist: pas als aan het einde onthuld wordt waar de film de afgelopen tien minuten eigenlijk over ging, begrijpen we waarom het ons had moeten boeien. Dan is het al te laat. Bovenstaande problemen zien we in Birthday en Runner. Dan is er Deja Vu, niet veel meer dan een verzameling onverklaarbare scenario’s (je ziet iemand die je herkent uit een nachtmerrie; je loopt je dubbelganger tegen het lijf; je zit in een tijdloop) zonder pointe. The Sound is mooi dromerig, maar leunt te veel op voice-over. Judgement is een aardig, doodeenvoudig superkortje over een ernstig mislukte date. Had geen minuut langer moeten duren. Het heerlijke misselijkmakende Mouse is meer zwarte komedie dan horror. Geen bloed, geen moorden; een dode muis is hier het walgelijke monster. Een stelletje in geldnood vindt het beestje in een blik bonen en ziet goud in het aanklagen van de fabrikant. Maar wat is de beste manier om het verhaal te verkopen? Het gegeven wordt doorgevoerd tot een absurde conclusie. Tot slot laat Latched zien hoe je een mooi, ouderwets griezelverhaal vertelt. Een moeder, een zoontje, een donker bos en een monster dat het kind wil stelen. Met mooie vondsten en oprecht spannend.

Nu even terug in de tijd: Imagine is voortgekomen uit het Weekend of Terror, dat voor het eerst plaatsvond in 1984. Daar draaide in eerste instantie alleen maar pure horror. Toen het festival groeide en een breder aanbod aan ‘fantastische films’ kreeg, bleven de gorehounds zeker dat ze bediend zouden worden tijdens de Night of Terror: een horrormarathon van vier films, de eerste om twaalf uur ’s nachts. Foute grappen en grove beledigingen naar het scherm roepen werd onderdeel van de traditie. Vooral ‘hoer’ en ‘homo’ waren favoriete scheldwoorden. In 2016 liep het uit de hand: een toevallige voorbijganger deed aangifte omdat Night of Terror-bezoekers ‘homo’ naar hem hadden geroepen. In 2017 werd de nacht omgedoopt tot ‘Fright Night’, met de boodschap dat de homofobe, seksistische en racistische opmerkingen die op de Night of Terror nog onder ‘lekker politieke incorrect’ vielen, op de Fright Night niet langer getolereerd zouden worden. Daar bleek niets van waar. Voor zover het festival geprobeerd heeft het publiek in toom te houden, lukte dat niet. De poging tot verandering was eerder olie op het vuur van de hoerroepers uit de harde kern, die op Facebook flink zeurden over hoe hen de mond gesnoerd werd en vervolgens naar de Fright Night kwamen voor ouderwets verbaal hooliganisme. Dit jaar is er dus voor het eerst geen nachtelijke horrormarathon. Ik zal hem niet missen. Ik bewaar goede herinneringen aan mijn eerste Night of Terror (2006, ik was 18), maar het bekrompen gedrag en de kinderachtige houding van een aantal vaste bezoekers laat een nare smaak achter.

Zou de Night of Terror nog bestaan wel zijn, dan zou Terrifier er ongetwijfeld gedraaid hebben en met gejuich ontvangen zijn. Het misantropische slachtfestijn rond de moordlustige clown Art — die al eerder verscheen in All Hallows Eve, het debuut van regisseur Damien Leone — is niet veel meer dan een serie achtervolgingen met elk een bloederige afloop. Leone is naast regisseur en scenarist ook effectenmaker, en daarin zien we de meeste liefde voor het vak: hij heeft lol met latex en rubber en het moet gezegd, de ambachtelijke smerigheden zijn dik in orde. Spanning en humor zijn echter afwezig. Terrifier heeft alleen puur sadisme. Consequentieloos geweld waarvoor we geacht worden te juichen. Dit is zoals mensen die horror haten denken dat een horrorfilm gaat.

Mooie, empathische, échte horror was die avond te zien bij James Whales Frankenstein (1931), een van de klassiekers op het programma. De film werd vertoond met live muzikale begeleiding van Kevin Toma en geluidseffecten van foley artist Ronnie van der Veer. Frankenstein is een gewaagde keuze voor een filmconcert, want oorspronkelijk klinkt er in de film (op de openingstitels na) helemaal geen muziek. Misschien was dat anders geweest als hij maar een paar jaar later gemaakt was; vervolg Bride of Frankenstein heeft een rijke score. Maar de periode 1929-1931 was een vreemde en onzekere tijd voor filmmuziek. Om diverse redenen — geld, onervarenheid met geluid in film — werd muziek van kleiner belang, en deden sommige films het helemaal zonder. Frankenstein staat in de oorspronkelijke, muziekloze versie nog steeds als een huis. Boris Karloffs legendarische rol als het monster is weliswaar niet zo angstaanjagend als in 1931, maar even tragisch. De scène waarin hij de arme kleine Maria speels in het water gooit blijft hartverscheurend. Hier definieert James Whale het onbegrepen en onbegrijpende monster. Over schokkend geweld gesproken: deze scène werd oorspronkelijk in veel Amerikaanse staten gecensureerd.

Ik was een klein beetje bang dat de muziek te overheersend zou zijn, zoals vaker bij filmconcerten waarvoor de componist een eigen score heeft geschreven. Gelukkig stelt Toma zich helemaal in dienst van de film. Zijn begeleiding op piano en synthesizer is zo knap en subtiel, dat ik soms vergat dat de muziek niet bij de film hoorde. De synthesizertonen klonken me soms wat te anachronistisch en tijdens een paar dialogen dreigde een pianoloopje de aandacht op te eisen, maar Toma verdient absoluut een applaus voor deze bijzondere prestatie. Dat zijn muziek bij de verschijningen van het monster wat lieflijker is dan een componist in de jaren 30 waarschijnlijk had geschreven, deert niet; dat is gewoon meegaan met de contemporaine visie.

De geluidseffecten van Van der Veer sloten minder goed aan. Het is leuk om een foley artist aan het werk te zien met teiltjes water en kettingen, maar het leidt af van de film. Daarnaast is het volume niet altijd gepast. Als het monster van achteren op Frankenstein verloofde afkomt, klinken zijn voetstappen zo luid dat je je afvraagt waarom ze niet omkijkt. Een stormram tegen een deur klinkt dan weer veel te zacht. En je zit ongewild regelmatig in spanning: gaat het hem lukken om alles synchroon te krijgen? Van der Veer doet mooi werk, maar het is in deze vorm niet geschikt voor een live-voorstelling.

Ik sluit de dag bruter af dan hij begon: Brawl in Cell Block 99 is de nieuwe film van S. Craig Zahler, die twee jaar geleden zelfs de doorgewinterde Imagine-ganger choqueerde met kannibalenwestern Bone Tomahawk. Even gedurfd als het keiharde geweld is het tempo waarin Zahler vertelt. Hij heeft geen haast om bij die gevangenisgevechten te komen. Hij laat ons eerst eens rustig kennis maken met zijn hoofdpersoon, drugskoerier en aanstaande vader Bradley Thomas (Vince Vaughn). Waar een andere scenarist/regisseur Bradley had geïntroduceerd via een stevige knokpartij, gebruikt Zahler een lang, emotioneel gesprek met zijn vrouw. De eerste van vele memorabele dialogen, waarin vooral Zahlers talent voor Southern wit naar voren komt. Wanneer Bradley dan eindelijk achter slot en grendel zit en de boel los kan gaan, dan gaat de boel ook goed los. Waarom werkt dit harde geweld voor mij als catharsis, terwijl Terrifier me deprimeert? Omdat elk gevecht een duidelijke motivatie en een duidelijke consequentie heeft. Zahler heeft respect voor mensen en respect voor geweld. Hij bewijst dat Bone Tomahawk geen toevalstreffer was: hij is de real deal.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken