Daan Bakkers speelfilmdebuut, direct genomineerd voor de Tiger award op het IFFR, is een vignettenfilm die uit vijf delen bestaat. Hij experimenteert in drie van die vignetten heel duidelijk met vorm. Zo worden de personages van het eerste vignet weergegeven door monochrome rondjes die zich over een al even monochroom vlak bewegen. Hun stemmen zijn dusdanig vervormd dat ze onherkenbaar zijn. Het rondje dat het meest aan het woord is vertelt een vrij simpel verhaal over hoe hij altijd bij familiegelegenheden uitgedaagd wordt om bij wijze van grap zo veel mogelijk melk en ham te consumeren.

Dat die vormexperimenten niet lukraak gekozen zijn blijkt wel in het tweede deel. Weer is het idee eenvoudig: een man in een psychologische crisis is weer bij zijn ouders ingetrokken. Daar heeft hij een aantal hobby’s opgepakt, waarvan de voornaamste het fotograferen van voor hem betekenisvolle plekken is. Denk aan zijn favoriete visplekje en de plek waar zijn eerste kus plaatsvond. Het verrassende element is dat we niets horen, maar alle geluiden en gesprekken als tekst in beeld verschijnen. Daardoor krijgt het gewone iets onwerkelijks en worden we getriggerd om het verhaal anders te bekijken.

Bakker heeft ook een uitstekend, tamelijk morbide gevoel voor humor. In de eerste twee segmenten borrelt de komedie nog onder het oppervlak, maar in de twee volgende barst het daar met enkele rake, pijnlijke grappen doorheen. Daarmee verkent hij vooral thema’s rond de omgang met familieleden, ofwel de mensen met wie we een diepe, vaak levenslange band delen, zonder daarvoor gekozen te hebben.

Het laatste vignet is de uitzondering op bijna al het bovengenoemde. Het is een redelijk rechttoe-rechtaan-verhaal over een jonge man die voor het eerst een weekend bij zijn schoonfamilie doorbrengt. Hij doet krampachtige pogingen een goede indruk op hen te maken, wat natuurlijk een averechts effect heeft. Bakker heeft er bovendien voor gekozen om dit segment geen afwijkende vorm te geven. Het verhaal wordt chronologisch verteld en valt qua humor terug op datgene wat te melken valt uit ongemakkelijke situaties. De laatste scène heeft pas weer de effectiviteit die Bakker in de andere segmenten wel wist te bereiken. Het is een opvallende keuze om als laatste segment zo’n afwijkende te kiezen, en één die volgens mij niet goed uitpakt. Dat doet gelukkig niet veel af aan het feit dat met Bakker weer een eigenzinnige, talentvolle Nederlandse filmmaker is opgestaan.

0 reacties

Geef een reactie

Annuleren