Nu aan het lezen:

IFFR Postcard #9 “Genre” cinema (deel 2)

IFFR Postcard #9 “Genre” cinema (deel 2)

 

Het einde van het IFFR is bijna in zicht. We sturen je daarom nog snel een ansichtkaart over vreemde watermonsters, muterende pubermeisjes en hoe gentrificatie onder je huid gaat zitten.

The Shape of Water was natuurlijk een van de grote films op het festival. Guillermo del Toro’s nieuwste project is een opmerkelijk modern sprookje dat alleen door hardnekkige cynici zal worden neergesabeld. De stomme Eliza (een zwijgende Sally Hawkins) werkt op een grote legerbasis in Baltimore. Zij is een schoonmaakster en ziet hoe een mysterieus wezen gevangen wordt gehouden in het complex. Het monster is duidelijk geinspireerd op Creature from the Black Lagoon met zijn vinnen en schubben. Het leger heeft sinistere plannen met het beest en de sadistische bewaker martelt het amphibische gedrocht voortdurend. Toch is dit vreemde wezen niet kwaadaardig zoals Eliza zal ontdekken en al snel besluit zij om in te grijpen.

Zoals je kan verwachten van Del Toro is de film prachtig om naar te kijken. En dat tot in de kleinste details. De jaren 60 setting is liefdevol nagemaakt, maar ook met een goed oog voor ontwikkelingen die toen speelden. Zo woont Eliza met haar oude homoseksuele huisgenoot Giles (Richard Jenkins) boven een mooie bioscoop. De eigenaar klaagt dat er niemand meer komt kijken omdat iedereen een tv heeft. Giles is een bekwame reclametekenaar maar hij heeft het moeilijk in een tijd waarin fotografie steeds meer de overhand krijgt. In beide gevallen gaat het om een oud soort vakmanschap dat plaats moet maken voor nieuwe technologische ontwikkelingen. Er zitten meer van dit soort subtiele verwijzingen in de film die het grote verhaal over Eliza en het monster goed aanvullen.

Del Toro weet ook heel goed dat een film niet alleen visueel moet overdonderen. Wat het een hart geeft zijn de acteurs en in The Shape of Water beschikt hij over een goede cast. Hawkins is perfect als de dromerige Eliza en de belichaming van warme menselijkheid. Michael Shannon staat aan de andere kant van het spectrum als het hoofd van de bewaking. Hij is een dreigende verschijning die ook nog een mate van complexiteit meekrijgt in Shannons vertolking. De overige bijrollen zijn ook sterk: De eerdergenoemde Jenkins als iemand die zijn geaardheid moet verbergen voor de buitenwereld en daarmee ook een outsider is. Octavia Spencer als de mondige collega van Eliza. En de veelzijdige Michael Stuhlbarg als een twijfelende wetenschapper die inziet dat het beest ook menselijke kanten heeft.

Het belang van goede acteurs in bijrollen blijkt maar weer als je de film vergelijkt met Blue My Mind. Een Zwitsers coming-of-age-relaas met een twist of een staartje om precies te zijn. De film wordt gedragen door Luna Wedler als Mia. Een puber die te maken krijgt met vreemde lichamelijke transformaties nadat ze gaat menstrueren. Natuurlijk vertoont zij ook promiscue gedrag dat in gang wordt gezet door een groep van populaire meisjes waar ze op school mee hangt.

Blue My mind combineert de visuele stijl van veel realistische arthousefilms met body horror die wij kennen uit genrefilms. Het veel brutere Raw is een duidelijk referentiepunt, maar Blue my mind haalt het niet bij die krachtige film. Dat komt vooral door de eendimensionale personages die Mia omgeven. Haar afwezige ouders, maar ook de jongens en mannen die op haar geilen zijn allemaal eenzijdig. Ook zijn de onderliggende redenen voor haar rebelse gedrag en de daaropvolgende transformaties niet goed uitgewerkt waardoor je niet echt betrokken voelt bij Mia. Vergelijk het met twee betere films op het festival over jonge vrouwen zoals Pin Cushion  en Beast. Die films vallen terug op beter uitgewerkte rollen die een overtuigendere omgeving neerzetten waar de heldinnen tegenin gaan. In Blue My mind valt regisseusse Lisa Brühlmann terug op een realistische ogende stijl en wat shockmomenten om de kijker te overdonderen. Het komt echter over als een trucje zonder veel inhoud. Als uiteindelijk duidelijk wordt wat er echt met Mia aan de hand is wordt dat nog eens bevestigd.

Lichamelijke transformaties en body horror worden origineler toegepast in Sultry van de Braziliaanze regisseusse Marina Meliande. De film lijkt zich af te vragen of gentricficatie niet zoiets is als een gezwel in een stad. Een parasiet die alle mensen en levendigheid opslokt en dat vervangt door zielloze luxe gebouwen en internationaal kapitaal. De film volgt Ana, een jonge vrouw die haar appartementencomplex moet verlaten. Projectontwikkelaars hebben het op het gebouw voorzien. Het is een periode van veel bedrijvigheid in Rio omdat de Olympische Spelen in aantocht zijn. De drijvende kracht achter een grootschalig project om de stad te vernieuwen. Dat gaat echter ten koste van de arme bewoners. Ana probeert als advocate hun nog te helpen, maar ze staat machteloos tegenover het stadsbestuur die het grote geld achter zich heeft.

Geleidelijk zorgen deze ontwikkelingen dat Ana’s lichaam ook verandert. Je zou het een fysiogeografie kunnen noemen: een veranderende stad die sporen nalaat op de huid. Naarmate oude gebouwen worden gesloopt zijn de effecten gelijk zichtbaar bij Ana. Langzaam bedekken schimmelplekken haar lichaam en trekt zij zich terug voor de buitenwereld.

Meliande’s film doet deels aan Aquarius denken dat ook gaat over de menselijke prijs die achter gentrificatie schuilgaat. Zij combineert dat gegeven met mysterieuzere elementen. Zo wordt Ana’s kwaal nooit verklaard. Artsen weten niet wat het is. Ana ondergaat het proces ook met een mate van berusting alsof zij zichzelf opoffert als ziel van de stad. Naar het einde toe is er een climax die neigt naar genrecinema. Toch overtuigt dat deel het minst. Meliande roept met haar tweede film wel interessante en actuele vragen op door een mysterieuze en dreigende sfeer die gelijk al merkbaar is.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken