Nu aan het lezen:

IFFR postcard #7: Popcultuur en pretenties

IFFR postcard #7: Popcultuur en pretenties

 

Twee stilistische gewaagde films op het IFFR rekten de betekenis en diepgang van populaire cultuur tot uitersten. Een faalde daarbij genadeloos terwijl de ander verraste met zijn unieke mengeling van kitsch en engagement.

Die eerste film was Vox Lux van Brady Corbet die eerder op het IFFR opviel met zijn debuutfilm The Childhood of a Leader. In Vox Lux probeert hij door middel van popmuziek iets te zeggen over de huidige Amerikaanse cultuur en de ongezonde fascinatie voor celebrities en tragedie. In feite gaat de film over het verwerken en uitbuiten van trauma in een tijd waarin zo’n ervaring kan worden ingezet om op te vallen en aandacht te krijgen.

De film is opgesplitst in delen en begint in Staten Island tijdens de jaren negentig. We zien flarden van een gewelddadig incident dat eindigt in een school waar een gewapende jongen opeens een klas binnenloopt. Celeste (Raffey Cassidy) is een jong meisje die probeert de jongen te kalmeren, maar zonder succes. Zij wordt samen met haar klasgenoten neergeschoten, maar overleeft de aanslag op wonderbaarlijke wijze. De film volgt Celeste terwijl ze bijkomt van haar verwondingen en muziek gaat maken. Een liedje wordt door de omstandigheden een succes en al snel heeft een manager gespeeld door Jude Law haar op het oog. Door de combinatie van de aanslag en de boodschap van haar song groeit zij uit tot een popster.

Corbet probeert dit verhaal veel diepgang mee te geven door middel van een zware en dikdoenerige voice-over van Willem Dafoe die Celeste’s levensweg op een hoger plan probeert te tillen. Als zij met haar zus en manager in Zweden is om een bekende producer te ontmoeten is er een vreemde montage die ingaat op de geschiedenis en appreciatie van popmuziek in het Scandinavische land. Een knipoog naar de echte pop-dancemuziekproducent Max Martin die inmiddels meer hits op zijn naam heeft staan dan de Beatles. Andere pretentieuze elementen zijn omineuze shots van wolkenkrabbers in New York en de minimale muziek van legende Scott Walker.

Tegenover deze arty elementen is er het volkse Staten Island accent van Nathalie Portman als een volwassen Celeste die de druk van het beroemd zijn niet meer aankan. Ze is verwikkeld geraakt in een decadente spiraal van overmatig drugsgebruik, ongezonde alcoholconsumptie en teleurstellende verkoopcijfers. Tot overmaat van ramp wordt er een terroristische aanslag gepleegd en dragen de daders maskers die verwijzen naar een van haar videoclips. In deze rommelige situatie probeert zij haar band met haar dochter Albertine (opnieuw Raffey Cassidy) weer aan te sterken. Albertine is door moederlief verwaarloosd en grotendeels door haar tante opgevoed die een complexe relatie heeft met haar zus.

Corbet probeert de momenten tussen de popdiva en haar vervreemde dochter nog dramatische diepgang mee te geven, maar Portman overtuigt niet echt met haar zwaar aangezette accent en overdreven gespannen gedrag. Daarnaast houdt de film je niet echt geboeid. Je vermoedt dat Corbet John Cassavetes’ Opening Night als inspiratiebron heeft genomen. In die film maakt een toneelactrice een traumatische gebeurtenis mee terwijl zij zich opnieuw moet bewijzen op het podium. Net als in Cassavetes’ film eindigt Vox Lux met een spetterende performance die lijkt te zeggen dat kunst of in dit geval zoetsappige popmuziek louterend kan werken.

Toch overtuigt Vox Lux niet, vooral als je de film naast betere films zet die ingaan op vrouwen in de popwereld zoals Ladies and Gentlemen, the Fabulous Stains of het recentere Her Smell. Die laatste film laat in vergelijking met Vox Lux vooral goed zien dat de ambitieuze aanpak van Corbet uiteindelijk erg leeg is ondanks alle verwijzingen en visuele flair. Her Smell is een claustrofobisch portret van een popster die in het reine moet komen met zichzelf gefilmd in de nauwe gangen en achterkamertjes van concertzalen. Vox Lux lijkt daarentegen gefascineerd te zijn door pleinvrees als je de vele grote weidse shots ziet. Ze voegen echter weinig toe aan het verhaal, net als de vele zijsporen die de film opgaat zoals de tweede aanslag en de ongezonde band die Celeste met haar manager heeft. Je vraagt je na het zien van de film vooral af wat Corbet nou precies wil zeggen over de pop- en celebritycultuur anno nu en of dat niet al eerder beter gedaan is.

Tegenover de grandioze mislukking van Corbet staat een film die ook draait om een populair en onwerkelijk icoon: een Portugese profvoetballer die ongetwijfeld is gemodelleerd naar Cristiano Ronaldo, die op het punt staat om met zijn team het Wereldkampioenschap te winnen. Regisseurs Gabriel Abrantes en Daniel Schmidt beginnen Diamantino met shots van de gelijknamige voetballer die over het veld dribbelt terwijl hij in een voice-over mijmert over zijn bestaan. Maar waarom is zijn rugnummer 00 en waar komen opeens die supergrote puppy’s vandaan die over het voetbalveld dartelen in slow-motion? Het zijn dit soort bizarre fantasierijke vondsten die van Diamantino een bijzondere film maken. Toch zit er ook een boodschap verscholen achter de kitscherige esthetiek van de film.

Als profvoetballer kampt Diamantino met stress die nog eens wordt versterkt door zijn bitchy tweelingzussen die hem pesten en zien als geldkraan. Zijn vader is nog de enige persoon die hij kan vertrouwen, maar een incident doet zijn innerlijke onzekerheid groeien. Als hij tijdens een trip met zijn jacht opeens in aanraking komt met bootvluchtelingen knapt er iets. Dit ongemakkelijke gevoel overmeestert hem tijdens een belangrijke wedstrijd waar hij een belangrijke penalty mist en vervolgens door iedereen belachelijk wordt gemaakt in memes.

Het knappe van Diamantino is dat acteur Carloto Cotta de voetballer neerzet als een sullige goedzak die beschermd is opgegroeid en het liefst speelt met knuffelige dieren. Cotta is hilarisch in tenenkrommende scènes waarin we geconfronteerd worden met zijn naïviteit. Maar Diamantino is ook de ongewone held van dit verhaal dat iets wegheeft van een sprookje. Hij wordt in de gaten gehouden door de Portugese geheime dienst die vermoedt dat hij stiekem geld overmaakt naar brievenbusfirma’s. Daarnaast is Diamantino ook in het vizier bij een nationalistische organisatie die hem inzet als heroïsch boegbeeld van Portugal in anti EU-campagnes. Als een lesbische geheime agente infiltreert in zijn luxueuze huishouden beginnen de intriges en komische misverstanden.

De schijnbaar komische satirische wereld van Diamantino is verbonden aan actuele problemen zonder dat dat ten koste gaat van humor en vermaak. Het verdere verloop van de film klinkt op papier misschien te vergezocht, maar het is bewonderenswaardig dat de regisseurs je tot het einde toe blijven verrassen. Daarnaast is het uitgangspunt ook origineel zonder dat het geheel vervalt in een gimmick. Als een komedie over populisme, de kloof tussen arm en rijk en de manipulatie van de gewone man door een rijke elite is de film bijzonder geslaagd en een onvergetelijke kijkervaring.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken