Nu aan het lezen:

IFFR Postcard #4: Maskers

IFFR Postcard #4: Maskers


De maskers in het theater waren meestal bedoeld om specifieke uitdrukkingen of wisselingen van personages aan het publiek te communiceren. Maar maskers dienen net zo zeer om iets te verhullen, bijvoorbeeld dat dezelfde acteur meerdere personages speelt. Het masker is inmiddels een metafoor geworden voor het gezicht dat wij naar de buitenwereld opzetten. Het toont wat wij willen dat de wereld van ons ziet, en verhult datgene wat we voor onszelf willen houden.

In een van de eerste scènes van Les Garçons Sauvages dragen de titelpersonages letterlijk een masker. Het is een verontrustend masker dat past bij de scène en eigenlijk de hele film. Ze roepen er Trevor mee op, een verschijning die ze in staat stelt tot, of die ze als excuus gebruiken voor, de gruwelijke daden die ze verrichten. Maar de film is vooral verontrustend omdat regisseur Bertrand Mandico speelt met misschien wel het meest fundamentele gegeven waarop we onze identiteit bouwen: ons gender.

De jongens worden door hun ouders toevertrouwd aan de enigmatische Capitain. Dit bebaarde blok mannelijkheid neemt ze mee de zee op om ze te temmen. Ze krijgen alleen harige vruchten te eten. De film zit, op het hilarische af, vol met fallus- en vulvasymbolen. Bovendien veranderen ze langzaam, naar mate de Capitain meer grip op ze krijgt, in vrouwen. De vruchten krijgen de schuld, maar de toespeling is duidelijk.

Met Les Garçons Sauvages levert Mandico een stijlvol debuut af. De mise-en-scène leent hij van de zwijgende film. De film is dan ook grotendeels zwart-wit. Maar wat vooral blijft hangen is het spel met genderverwarring. De jongens worden allemaal gespeeld door vrouwelijke acteurs, die eigenlijk in zichzelf veranderen naarmate de film vordert. Wel blijft de vraag of Mandico het vooroordeel dat vrouwen van nature minder gewelddadig zijn voortzet of bekritiseert.

De hoofdpersonen van de twee Iraanse films die ik de afgelopen dagen zag zijn ook bepaald niet wie ze in eerste instantie lijken. Vooral Qassem uit Blockage, een opvliegende handhavingsambtenaar met losse handjes en vlotte praatjes, verbergt een grote zwakte onder zijn masker. Hij is een en al branie, wat hem helpt als hij een menigte straatverkopers moet intimideren. Maar hij overschreeuwt zichzelf ook, en staat er daardoor niet goed op bij zijn baas. Ook zijn vrouw is niet onder de indruk van zijn gedrag en aan haar toont hij uiteindelijk de onzekerheid die er onder al die branie verborgen ligt.

De titel van A Man of Integrity zegt alles over hoe Reza zichzelf ziet. Ook hij heeft een opvliegend karakter, en ook hij komt daardoor in de problemen. Mishandeling van de bewaker van de mysterieuze ‘Company’ die het water van zijn viskwekerij afsluit. Reza raakt verwikkeld in de intriges van dit bedrijf dat het op zij land voorzien heeft. Zijn vrouw, het hoofd van de plaatselijke meisjesschool, wisselt in stemming van onvoorwaardelijke steun naar verwijtende afstandelijkheid.

Je kunt er tegenwoordig vanuit gaan dat wanneer je een Iraanse film meepakt op het IFFR dat het hoogwaardige producties zijn. Ze zijn strak gefilmd, goed geacteerd en hebben pakkende verhalen. Realisme staat bij de Iraanse regisseurs hoog in het vaandel, wat niet gek is gezien de omstandigheden in het land. De scenario’s liggen er als het ware op straat voor het oprapen.

Toch zitten er duidelijke verschillen tussen Blockage en A Man of Integrity. De eerste kenmerkt zich door een enorm hoog tempo, zowel qua ontwikkelingen als qua dialogen. Af en toe op het vermoeiende af. A Man of Integrity is een echte slow burner. Het eerste anderhalf uur richt zich op het sociale drama. Pas in het laatste half uur escaleert de film naar het soort thriller waarin een gewone man het opneemt tegen een systeem. Van mij had dat eerder mogen gebeuren, want dat is het origineelste deel van de film.

De Iraanse cinema begint namelijk trekjes te vertonen van het soort kwaliteitscinema dat originaliteit niet beloont. Blockage en A Man of Integrity zijn degelijke films, maar ze tonen ons weinig dat we niet al kenden. De verhalen zijn gebouwd op hetzelfde soort conflicten met hetzelfde soort aanleiding. Telkens weer krijgen we het verhaal voorgeschoteld van een man die voor zijn gezin moet zorgen in een context willekeur en corruptie. Het voelt alsof de Iraanse cinema stagneert en de rebelse geest van eerdere generaties kwijt dreigt te raken. Maar dat kan natuurlijk ook aan de selectie hier op het IFFR liggen.

Het verschil met de Franse films die ik tot nu toe heb gezien is groot. Naast Les Garçons Sauvages was dat Jeannette van Bruno Dumont, waarover ik later deze week iets probeer te schrijven. In een willekeurig filmhuis kun je bijna wekelijks juist een flauwe Franse komedie zien terwijl dit juist heel experimentele films zijn. Of beide experimenten gelukt zijn is de vraag, maar het is goed dat er nog Franse regisseurs die grenzen durven op te zoeken en dat zij nog wel de ruimte krijgen op het IFFR.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken