Nu aan het lezen:

IFFR postcard #4: Latijns-Amerikaanse horror

IFFR postcard #4: Latijns-Amerikaanse horror

 

In deze vierde postcard vanaf het International Film Festival Rotterdam aandacht voor een aantal horrorfilms uit Latijns-Amerika. Met onthoofde vrouwen, pratende lijken en de gruwelen van volwassenwording. 

In het Braziliaanse A noite amarela gaan zeven vrienden, om te vieren dat ze klaar zijn met de middelbare school, naar een eiland waar de grootvader van een van hen een huis heeft. Maar vanaf het moment dat ze voet op het eiland zetten, zijn er problemen. Er is geen mobiele ontvangst, de neef die hen zou ophalen komt niet opdagen en als ze dan eenmaal bij het huis arriveren, dankzij een lift van een man met een veewagen, valt binnen de kortste keren de elektriciteit uit. ‘Welkom op Arco Velho’, grapt een van de jongeren. Regisseur Ramon Porto Mota, samen met Jhésus Tribuzi ook verantwoordelijk voor het script, toont in zijn film opgroeien als horror. De zeven staan op de rand van volwassenwording, op de dunne grens tussen zorgeloosheid en verantwoordelijkheden. Dit is wellicht de laatste keer dat ze samen zijn, waar hun wegen daarna zullen leiden weten ze niet, maar de kans is groot dat ze zullen splitsen.

Wanneer de wat mysterieuze Karina verdwijnt, gaan de overige zes naar haar op zoek. Ze splitsen zich op en dwalen zo alleen of in tweetallen over het eiland. Naarmate de nacht vordert, groeit de onrust en gaat dat splitsen verder. Binnen het beeld en zelfs binnen de personages. Het is een interessante verbeelding van hoe het gaat als je volwassen wordt en je vrienden uit het oog verliest of juist voor je ogen ziet veranderen in iemand die je nauwelijks meer herkent. Maar A noite amarela is ook duidelijk een film van jonge, nog wat onervaren makers. De dialogen zijn zo nu en dan houterig en de balans is geregeld zoek. Zo is er een veel te lange flashback naar een avond voordat de toekomst aan de deur klopte. En de zoektocht en gebeurtenissen op het eiland voelen wat te onbeduidend. Naar een bevredigend slotakkoord leidt het dan ook niet, maar ergens tussen de manco’s die de film zeker heeft, valt wel een talent voor sfeer en beeldtaal te ontwaren.

Ook uit Brazilië komt The Nightshifter, de eerste speelfilm van Dennison Ramalho, die al wel een hele rits kortfilms op zijn naam heeft staan. De film draait om lijkschouwer Stenio die kan praten met de doden. Het zijn vooral bendeleden die op zijn tafel in het mortuarium belanden, want die moorden elkaar uit bij het leven in deze grote, Braziliaanse stad. Wanneer een van de lijken Stenio vertelt dat zijn vrouw vreemdgaat, gebruikt hij de kennis die hij heeft van de bendeoorlog om wraak te nemen. Maar, zoals dat gaat met wraak, vallen er meer slachtoffers dan de bedoeling was en wordt een vicieuze cirkel in gang gezet die Stenio niet meer kan stoppen. En dan blijkt dat de doden minstens zo goed zijn in wraak nemen.

De beste stukken van de film zijn die waarin het gezin van Stenio centraal staat en Ramalho zich even wat minder laat gaan met dichtgenaaide, pratende lijken en te makkelijke schrikeffecten. Ergens zou je de film dan kunnen beschouwen als parabel over scheidende ouders en de wonden die dat bij kinderen teweeg kan brengen, een lezing die vooral in de laatste scènes plotseling naar de voorgrond komt en heel goed werkt. Maar zich helemaal aan die lezing committeren doet Ramalho ook weer niet. En daarbij moet ook opgemerkt dat de vrouwenrollen een tikje problematisch zijn. Stenio’s eega is een vrouw die geld over de brug gooit, tegen de kinderen schreeuwt en vreemdgaat, terwijl Lara (die zich later over het gezin ontfermt) zorgzaam, begripvol en trouw is. Het is wel erg de hoer en de maagd en daarmee bewijst Ramalho zichzelf geen dienst.

En als we het dan toch over gender hebben, komen we vanzelf bij Alejandro Fadels Murder Me, Monster. In deze Argentijnse film wordt politieman Cruz geconfronteerd met een reeks onthoofde vrouwen. Al snel is er een verdachte, maar die claimt dat hij telepathisch wordt aangestuurd door een monster, telkens herhalend: ‘muero, monstruo, muero’ (ook de oorspronkelijke titel van de film, om onduidelijke redenen vertaald naar ‘murder me, monster’). De landelijke omgeving en de onconventionele aanpak van Cruz roepen Twin Peaks in herinnering, terwijl het dansje dat Cruz doet voor een spiegelwand weer doet denken aan de briljante eindscène van Claire Denis’ Beau Travail. Net als die film gaat Murder Me, Monster over mannelijkheid en meer specifiek machisme.

Maar wat de film daar nu eigenlijk over te zeggen heeft, blijft te vaag. Murder Me, Monster is een film die enerzijds spaarzaam voelt, met zijn trage tempo en gebrek aan concrete antwoorden en tegelijk te vol. Want elke clue van betekenis lijkt een andere kant op te wijzen, iets wat zelfs terugkomt in de vormgeving van het monster uit de titel, met zijn vagina dentata én fallische staart. Wat niet helpt is hoe verwant de film voelt aan La region salvaje van Amat Escalante. Een film die op vergelijkbare wijze (via een monsterfilm) vergelijkbare thematiek aansneed – seksualiteit in een machistische cultuur – maar dat deed met meer focus en zeggingskracht.

Leuk? Deel het even!
Typ en klik enter om te zoeken